Recensie

Recensie Theater

Gejaagde regie leidt tot een steriele ‘Drie Zusters’

Recensie In een seizoen dat er weinig klassiek toneel wordt gespeeld, draagt de Drie Zusters van Urban Myth niet bij aan de opvatting dat de klassieken onmisbaar zouden zijn.

De Drie Zusters van Tsjechov bij Urban Myth.
De Drie Zusters van Tsjechov bij Urban Myth. Foto Jean van Lingen

Waarom zou je nog een toneelklassieker als Drie Zusters van Tsjechov opvoeren als je geen idee hebt wat je ermee wilt zeggen? In de regie en bewerking van Koos Terpstra bij Urban Myth wil maar niet duidelijk worden wat de makers aan het publiek willen overbrengen.

Met Drie Zusters schiep Tsjechov een verhaal dat binnenzeeën van onvervuld verlangen en knagende heimwee blootlegt bij drie jonge vrouwen. Na te zijn opgegroeid in Moskou slijten de drie zussen en hun broer hun dagen in een duf provinciestadje. Wat ze willen is terug naar het volle leven van de hoofdstad, maar ze zitten klem. Door een gebrek aan geld, aan een echtgenoot, aan doorzettingsvermogen.

De oudste, Olga, heeft zich op haar 28ste neergelegd bij het feit dat ze alleen blijft. Ze zou met iedere man trouwen die het haar zou vragen, zegt ze. De middelste, Masja, is te vroeg getrouwd en raakt in de ban van één van de soldaten die het huis van de familie bezoeken. Het is een onmogelijke liefde: ook hij is getrouwd. Irina, de jongste, spreekt het meest over Moskou, waar ze haar man wil vinden, maar ze schikt zich in een gearrangeerd huwelijk.

Niet voelbaar

Niets van hun melancholieke gevoelens of benarde omstandigheden is voelbaar bij deze vrouwen. Terpstra legt zijn acteurs een hoog tempo op, waardoor ze bijna allemaal op dezelfde gejaagde manier spreken en alle finesses uit de dialogen worden geplet. Nhung Dam is een alleen maar bitse Irina, Sharlee Daantje een nukkige Masja en Nazanin Taheri de almaar ontevreden Olga. Ze zeggen wel dat ze zich vervelen, dat ze ongelukkig zijn of dat ze verliefd zijn, maar het klinkt alsof ze het zelf ook niet geloven. De statische mise-en-scene helpt niet. De acteurs staan op een kale vloer, die omzoomd is door hoge platen ongeverfd hout en een metalen raamwerk: het ouderlijk huis.

In plaats van kleur te geven aan de gemoedstoestand van de personages doet Terpstra een halfslachtige poging om de humor in het stuk aan te boren. Deze Drie Zusters kent ook wel geinige scènes, zeker als benadrukt wordt dat Fjodor, de man van Masja zo’n lulletje is. Maar die momenten van lichtheid leggen een schraal accent in een zwalkende voorstelling.

Eigen plan

In de bijrollen weten enkele acteurs gelukkig hun eigen plan te trekken. Leandro Ceder, George Tobal en Eran Ben-Michaël laten zich niet opjagen en weten in de weinige ruimte die ze is gegeven een personage van vlees en bloed neer te zetten. Met name Ben-Michaël is sterk als de getroubleerde broer André, die zo graag professor wilde worden, maar nu zijn gokverslaving verbloemt met dik doen over zijn bescheiden positie als stadsbestuurder.

Drie Zusters heeft in de loop der jaren veel eigentijdse bewerkingen ondergaan. Deze vrij getrouwe tekstopvoering heeft als speerpunt de ‘diverse cast’. Er is iets voor te zeggen dat het winst is dat daar inhoudelijk geen consequenties uit zijn getrokken. Dit zijn gewoon acteurs die gewoon hun werk doen. Daarom is het jammer dat er in de muzikale overgangen gratuit wordt gestoeid met het gegeven, zoals met een flard bubbling. In een voorstelling met zo weinig ritmegevoel valt dat extra op.