‘China-nota verwart mensenrechten consequent met waarden’

Kritiek op China-nota De Kamer debatteert maandag over de China-nota. „We moeten zo langzamerhand duidelijke signalen gaan afgeven.”

Zouden ze in Beijing al wakker liggen van de nieuwe Nederlandse China-strategie? De Tweede Kamer vreest van niet.

Maandag wordt over de in mei gepubliceerde nota gedebatteerd en VVD-buitenlandminister Stef Blok en D66-handelsminister Sigrid Kaag kunnen flink wat kritiek tegemoetzien. Wat het kabinet op papier heeft gezet is volgens menig Kamerlid nog niet het begin van een vuist naar de opkomende grootmacht, die snel voet aan de grond krijgt in de Europese Unie met slimme investeringen, technologische overmacht en de komst van Chinese studenten, ook naar Nederlandse topuniversiteiten.

Kaags partijgenoten Sjoerd Sjoerdsma en Kees Verhoeven komen maandag met twaalf pagina’s reactie waarin ze de strategie „een lege huls” noemen waarin „de grote problemen” wel worden benoemd, maar niet aangepakt. „Het heette eerst een strategie en nu is het een nota – dat zegt alles”, zegt Bram van Ojik van GroenLinks. PvdA-Kamerlid en Kaags voorganger Lilianne Ploumen zegt het zo: „Het is een beetje van dit en van dat – en dus van niks.”

Lees ook deze column van Lotfi El Hamidi over de China-strategie

Grote ergernis: de geringe aandacht voor mensenrechten. Drie weken geleden, tijdens een rondetafelgesprek in de Kamer met maatschappelijke organisaties en denktanks, wees Amnesty International er al op dat de vele schendingen daarvan door China, zoals rondom de Oeigoeren, in de nota nauwelijks worden benoemd. Tsering Jampa, directeur van International Campaign for Tibet (ICT), vertelde in de Kamer dat het woord ‘Tibet’ zelfs helemaal ontbreekt in het ruim vijftig pagina’s tellende document.

Volgens Stijn Deklerck, die het Chinaprogramma leidt van Amnesty, vertelt China de wereld al jaren dat een andere cultuur nu eenmaal leidt tot een andere omgang met internationale mensenrechtenverdragen. „Bij het lezen van deze strategie moet ik helaas vaststellen dat ze daar succesvol in zijn geweest”, aldus Deklerck. „De notitie verwart mensenrechten consequent met waarden en dit is een veelzeggende nuance.”

Zelfcensuur

Volgens Ploumen „legitimeert” het kabinet het Chinese narratief. Wat D66 betreft is het duidelijk waarom dit gebeurt. „De afhankelijkheid van Chinese investeringen lijkt zelfcensuur te creëren”, aldus Sjoerdsma en Verhoeven, die ervoor pleiten om gesprekken over handel voortaan „altijd” te koppelen aan mensenrechten, om de voorkomen dat „de Chinese blik” hierop „wereldwijd de boventoon gaat voeren”.

Lees ook: Hoe de VS en China richting een ouderwetse Koude Oorlog drijven

Oneerlijke handelspraktijken, bedrijfsspionage, kennisdiefstal op universiteiten: het ongemak groeit over de wijze waarop China de eigen belangen in de wereld veilig probeert te stellen. De Amerikaanse president Trump ontketende er zelfs een handelsoorlog om. De EU is daar nog lang niet aan toe, maar ook hier groeit de twijfel: hoe verstandig is het om voor moderne 5G-netwerken in zee te gaan met Huawei? Waarom mogen Chinese bedrijven in de EU strategische overnames doen, terwijl Europese dat in China zelf niet mogen? Waarom zit Europa niet (meer) in de wereldwijde top van techbedrijven?

Het kabinet antwoordde in mei met ‘Nederland-China: een nieuwe balans’. De nota zet sterk in op ‘bewustwording’. Diplomatiek en ambtelijk moet het China-beleid „naar een hoger niveau” getild, er komt geld voor een ‘kennisnetwerk’ van experts en bedrijven moeten beter gewezen worden op de risico’s van zakendoen met China, zonder de kansen die dat óók biedt teniet te doen.

Volgens defensie- en veiligheidsexpert Rob de Wijk wordt er te weinig uitgegaan van de eigen kracht. Natuurlijk is het belangrijk, verklaarde hij tegenover de Kamer, om de strategische afhankelijkheid van China te verminderen, maar het is minstens zo belangrijk om de Chinese afhankelijkheid te vergroten. Deels gebeurt dat al, zoals met de Nederlandse chipfabrikant ASML, maar waar, riep De Wijk uit, is de landbouw in de hele nota gebleven? „China heeft 20 procent van de wereldbevolking en slechts 9 procent van het bebouwbare land.” Juist op dat vlak heeft de EU, met zijn overschot aan landbouwgrond, politieke macht in handen, aldus de expert.

Het kabinet betoogt in de nota dat Nederland alleen niet het verschil zal maken, en de EU daarom hard nodig heeft. Alleen: de eenheid is daar soms ver te zoeken. Daarbij wordt onder meer gewezen op het Chinese Belt and Road-initiatief (BRI), een wereldwijd stelsel van vaar-, trein- en telecomverbindingen. Binnen Europa, en buiten de EU om, heeft China een eigen overlegclub om deze ‘nieuwe zijderoute’ te helpen verwezenlijken. Bij deze ‘17+1’ zijn vooral kleinere, Oost-Europese landen aangesloten, maar eerder dit jaar kwam daar ook Italië bij.

Van Ojik vindt dat het kabinet te veel op Europa aan het wachten is. „De voorkeur voor Europese oplossingen is terecht, maar mag geen vrijbrief worden om zelf niets te doen”, zegt hij. GroenLinks dient maandag een motie in om de export van Nederlandse surveillancetechnologie, die gebruikt zou kunnen worden om Chinese burgers te onderdrukken, net als wapens vergunningsplichtig te maken - ook al is het tot nu toe niet gelukt om hierover Europese afspraken te maken.

Lees ook over het groeiende ongemak over de Chinese invloed

Ook Ploumen vindt dat Nederland „niet te verlegen” moet doen. Na het geplande Britse vertrek uit de EU is Nederland „de grootste van de kleine landen, en de kleinste van de grote” en dat betekent volgens het PvdA-Kamerlid dat het vaker zelf het voortouw zal moeten nemen. Ook D66 vindt het tijd voor moeilijke keuzes, zoals de aanpassing van het Europese mededingingsrecht, zodat er alsnog grote, Europese ‘topbedrijven’ kunnen ontstaan. Geef, zegt de partij, een land als Albanië perspectief op EU-lidmaatschap en voorkom zo dat het in de Chinese invloedssfeer terechtkomt. „We moeten niet in de groef van confrontatie terechtkomen”, zegt Van Ojik. „Maar we moeten zo langzamerhand wel duidelijke signalen gaan afgeven.”