Opinie

Een klop was Mathieu de baas

Wilfried de Jong

De fladderende panden van zijn los geritste jack waren bedrieglijk. Mathieu van der Poel leek ermee op de eindstreep af te vliegen maar net als het hele peloton moest hij voor iedere pedaaltrap kracht leveren, zeker door de kou en regen die het WK-parcours in Yorkshire zo zwaar maakten.

Kracht leveren kost energie. Energie in een lichaam moet je voeden. Doe je dat niet afdoende, dan raakt het op; soms zonder dat je het doorhebt. Als dat je overkomt, krijg je ‘een klop’. Een klop is vaak een waarschuwing: door op een deur te kloppen laat je weten dat je eraan komt.

In wielrennen betekent een klop, of hongerklop, dat je te laat bent. Ongemerkt is alle energie uit het lichaam vertrokken en kost doortrappen met een licht verzet al de grootste moeite.

Een vluchtheuvel wordt een zware heuvel.

Ademloos had ik voor het toeslaan van de klop zitten kijken naar Mathieu van der Poel toen hij na tweehonderddertig kilometer fietsen uit het peloton vertrok en aan de kop van de wedstrijd belandde. Deze jongeman weerstond regenbuien, kou, rukwind, de druk om favoriet te zijn, de dwingende verwachtingen van pers en publiek.

Nog één ronde en hij was wereldkampioen.

Om vijf voor zes was hij opgestaan in het hotel. Vlak voor de start vertelde de Nederlandse kopman dat hij de avond ervoor flink had opgeschept aan tafel en met een stevig ontbijt was de maag gevuld: „Ik eet wel graag.” En even later over de lengte van de koers: „Ik hoop dat het snel voorbijgaat, met een leuk einde.”

Zijn perzikhuid glansde van gezondheid. Van der Poel heeft een natuurlijke blos waar fotomodellen een potje rouge voor moeten opendraaien.

Vader Van der Poel had niet zoveel tips voor zijn zoon: „Mathieu doet veel op gevoel, het is ook een moment van ingeving.” Een moment van ingeving. Of van bovenaf de lont zou worden ontstoken.

De kopgroep nam in stromende regen een afdaling. Het woord ‘SLOW’ gleed onder de tollende wielen door. Van der Poel had geen aanwijzing nodig. Hij reed ‘op gevoel’, toch?

De riolering in de streek kon de regen niet meer aan en kotste het net zo makkelijk weer naar buiten. Achterwielen sproeiden het slijkwater voortdurend tegen de renners. Water weet altijd wel een plek te vinden. Mond, neus, ogen, nek, rug, kruis, buik, voeten. Na uren van regen was het peloton doorweekt.

„Nattigheid doet vreemde dingen”, zei een verslaggever op televisie nog.

Op kilometer 12 voor de eindstreep reed Van der Poel als laatste van de kopgroep. Hij verloor een meter, nog een meter. Hij reed over twee witte verkeerspijlen die naar achteren wezen. Hij kon het tempo niet meer bijbenen. Twee woorden flitsten onder zijn wielen: ‘KEEP CLEAR’.

Te laat voor een waarschuwing, te laat voor het leegslurpen van een gelletje. Een klop was Mathieu de baas.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.