Vier meter zeespiegelstijging, dat maakt pas indruk

Klimaat Dankzij klimaatactivisten, wetenschap en bedrijfsleven heeft het klimaatbeleid nu een kantelpunt bereikt.

Demonstranten bij klimaatmarsen in Mumbai, Helsinki, Wellington en Montreal.
Demonstranten bij klimaatmarsen in Mumbai, Helsinki, Wellington en Montreal. Foto EPA/Reuters/AFP/AP

De grote klimaatactietop afgelopen maandag bij de Verenigde Naties in New York zat pijnlijk ingeklemd tussen twee andere klimaatevenementen. Eerst demonstreerden miljoenen vooral jonge mensen wereldwijd voor meer actie tegen de snelle opwarming van de aarde. En daarna herinnerden klimaatwetenschappers er in een nieuw rapport over zeespiegelstijging en smeltend ijs nogmaals aan waarom haast geboden is.

Daarbij stak de Climate Action Summit bleekjes af. Dat alleen de voortrekkers mochten spreken, hielp nauwelijks. De Duitse bondskanselier Merkel presenteerde haar klimaatpakket, maar dat was een paar dagen eerder in eigen land al afgeschoten door milieugroepen en wetenschappers. Premier Rutte legde uit hoe in Nederland alle betrokkenen zich achter een klimaatakkoord hadden geschaard. Dat het tot nu toe vooral om goede voornemens gaat liet hij gemakshalve even weg. De Indiase premier Modi wees op indrukwekkende cijfers voor duurzame energie in eigen land. Hij zweeg over de vele nieuwe kolencentrales. En China, dat geen enkele nieuwe belofte deed, liet slechts weten zich wél aan zijn afspraken te houden – in tegenstelling tot sommige andere grote klimaatvervuilers (lees: de VS).

De economische grootmachten „zijn jammerlijk tekort geschoten”, concludeerde Andrew Steer, hoofd van het World Resources Institute, dat nauwlettend het klimaatbeleid van landen in de gaten houdt. „Hun gebrek aan ambitie staat in schril contrast met de groeiende, wereldwijde roep om meer actie.”

De jonge Zweedse klimaatactiviste Greta Thunberg, die vorig jaar met haar schoolstaking de impuls gaf voor de protesten, had vooraf nog wel zo gewaarschuwd: „De ogen van alle toekomstige generaties zijn op jullie gericht. Als jullie ons teleurstellen, zullen we jullie dat nooit vergeven.”

De eisen van de betogers zijn veelomvattend. Het hangt ervan af wie je het vraagt, maar over het algemeen willen ze een verbod op nieuwe kolencentrales, een moratorium op het zoeken naar olie- en gasvelden, een overgang naar 100 procent duurzame energie vóór 2030 en geen opslag van kooldioxide in lege gas- en olievelden. Ook moet er snel een einde komen aan subsidies voor fossiele brandstoffen en aan investeringen in oliemaatschappijen.

Mooie voornemens, maar zijn ze ook realistisch? Voor Thunberg en haar medestanders is die vraag niet relevant. Zij verwijzen naar de wetenschap. „We willen niet dat jullie naar ons luisteren. We willen dat jullie naar de wetenschap luisteren”, hield Thunberg leden van het Amerikaanse Congres voor.

Die wetenschap kwam woensdag opnieuw met een harde waarschuwing – waarbij vooral de woordkeuze opviel. Als we zo doorgaan kan de zeespiegel tot 2300 wel vier meter stijgen, schreven ze. Zelden blikken de klimaatwetenschappers veel verder vooruit dan het einde van deze eeuw. Maar zij beseffen steeds beter dat het al lang niet meer alleen gaat om de data, maar ook om de toonzetting. Een paar millimeter zeespiegelstijging per jaar? Enkele tientallen centimeters aan het einde van de eeuw? Hoe erg ook, daar ligt niemand wakker van. Maar vier meter! Dat klinkt dramatisch, al duurt het nog tot de 24ste eeuw voor het zover is. Zonder de feiten geweld aan te doen, weten de wetenschappers van het IPCC in hun laatste rapporten de urgentie steeds harder door te laten klinken.

Lees ook deze reportage over de staking in Den Haag: ‘Onze generatie heeft er een zootje van gemaakt’

Eerlijke spelregels

Ook het bedrijfsleven, prominent aanwezig op de actietop in New York, voert de druk op de politiek verder op. Veel bedrijven verzetten zich niet langer tegen een stringent klimaatbeleid. Ze zijn bereid een serieuze prijs te betalen voor hun CO2-uitstoot. Ze vragen overheden voorwaarden te scheppen, duidelijkheid te bieden en eerlijke spelregels te geven.

Het deze maand verschenen rapport The Speed of the Energy Transition van het World Economic Forum beschrijft de overgang naar duurzame energie aan de hand van twee scenario’s. Het eerste legt de nadruk op de logheid van het energiesysteem. Kolencentrales worden voor ten minste veertig jaar gebouwd. Olieconcerns zullen hun activiteiten niet zomaar staken. De snelle toename van duurzame energie kan nog niet eens de wereldwijd groeiende vraag naar energie bijhouden. In dit scenario blijft de doelstelling van het Klimaatakkoord van Parijs (de temperatuurstijging zo ver mogelijk onder de 2 graden Celsius houden) buiten bereik.

In het tweede scenario gaat het allemaal een stuk sneller. De technologie voor een duurzame toekomst bestaat al. Binnen tien jaar is de piek in het gebruik van fossiele brandstoffen bereikt. Markten, bedrijven en consumenten passen zich in hoog tempo aan. In dit scenario is ‘Parijs’ nog steeds haalbaar.

Het is maar hoe je wilt kijken. In New York beloofden verzekeraars en pensioenfondsen met een gezamenlijk geïnvesteerd vermogen van 2.300 miljard dollar, hun geld terug te trekken bij de ergste vervuilers. Ook onder president Trump gaat het sluiten van kolencentrales in de VS gestaag door, al heeft hij de mijnwerkers iets anders beloofd. „De belangstelling voor investeringen in nieuwe olieprojecten is bijna nul”, zei Fatih Birol, hoofd van het Internationaal Energieagentschap, vorig jaar in een interview in NRC. Duurzame energie is op veel plekken in de wereld inmiddels goedkoper dan fossiele brandstoffen.

Kantelpunt

Met hulp van klimaatactivisten, wetenschap en bedrijfsleven heeft het internationale klimaatbeleid een kantelpunt bereikt. Toch is de angst van de politici in New York voor vergaande maatregelen begrijpelijk. Want onder druk van de natuur zelf, die met hittegolven, krachtige orkanen, overstromingen en langdurige droogte laat zien wat er op het spel staat, mag de publieke opinie zijn veranderd, als de kosten en de gevolgen van het beleid zichtbaar worden, kan die ook gemakkelijk weer omslaan.

Bondskanselier Merkel gaf vorige week toe dat haar regering erg laat was met het klimaatbeleid. „Maar dat is het verschil tussen politiek en wetenschap en ook ongeduldige jonge mensen”, zei Merkel. „Politiek is dat, wat mogelijk is.”