Hoe ze in de VVD zichzelf bespotten na weer wat peptalk van de premier

Deze week: Van Haga, Remkes, de houtje-touwtje coalitie en een bloedlink politiek dossier.

Ofwel: waarom de stikstofcrisis vooral de VVD dreigt te raken.

Daar was Johan Remkes weer. In Den Haag hoor je: als de VVD iets verteld moet worden wat de partij niet wil horen, moet je Remkes even bellen.

Ik weet niet of ze deze politiek-bestuurlijke zwaargewicht – oud-vicepremier, oud-commissaris van de koning, oud-JOVD-voorzitter, etc. – hiermee helemaal recht doen.

Maar het is waar. De VVD had nooit iets met het referendum. Dus toen een staatscommissie vorig jaar rapporteerde over het bestel en een doordacht idee voor een referendum presenteerde, was Remkes de voorzitter. De VVD hecht zéér aan 130 km/uur op snelwegen. Dus toen een commissie woensdag rapporteerde over de stikstofimpasse en zinspeelde op beëindiging van 130 km/uur-zones, was Remkes de voorzitter.

Bevriende VVD’ers noemen hem een onafhankelijke geest – een harde Groninger. Iemand met voortreffelijke partijcontacten.

Zo hoorde ik over een zeiltochtje door Friesland in de nazomer, met VVD-prominenten als Loek Hermans, Ed Nijpels, Jan Franssen en – inderdaad – Remkes zelf.

Toch is er iets misgegaan tussen hem en zijn partij. Remkes wilde, na zijn vertrek als commissaris van de koning in Noord-Holland (2018), lid worden van de nieuwe Eerste Kamer.

Maar tot zijn verbazing kandideerde de partij hem vorig jaar niet, en je kunt in de VVD genoeg mensen vinden die Remkes’ ongenoegen hierover kennen.

In de partijtop zeggen ze: we vonden dat hij niet én een staatscommissie kon leiden én senator kon zijn. VVD’ers nabij de partijleiding denken dat vernieuwing (meer vrouwen) en moeizame relaties met leden van de partijtop de doorslag gaven.

In elk geval kreeg ik woensdag kort na Remkes’ stikstofadvies al een tip: een bekende VVD’er die een relatie legde tussen dit advies en zijn afwijzing voor de senaat – zodat de partij in het gevoeligste dossier van het najaar nu in het defensief zit. Een geluid dat later in de week ook van andere VVD’ers kwam.

Remkes zelf sprak trouwens nadrukkelijk tegen dat partijpolitiek een rol had gespeeld bij de inhoud van zijn rapport, dat een dreigende economische stilstand moet voorkomen.

„Ik zit hier als commissievoorzitter, niet als VVD-lid”, zei hij tegen het AD.

Een even bekende als sleetse formule uit het openbaar bestuur: ik zit hier als Remkes, niet als Johan.

En het wás al een beroerde week voor de liberalen. Vooral na het gedwongen vertrek van ondernemer Wybren van Haga uit de VVD-fractie, waardoor de coalitie mogelijk terugvalt naar 75 zetels.

Het onderstreept hoe lastig het vernieuwingsproject van fractieleider Dijkhoff is.

Een week nadat hij bij de algemene beschouwingen de nieuwe VVD in de verf zette, en Rutte het debat soeverein afsloot, was de partij terug in het bekende gemodder om lijfsbehoud: een houtje-touwtjecoalitie en een bloedlink stikstofdossier.

Met als vrees dat de partij, na tien jaar premierschap en meeregeren in 22 van de laatste 25 jaar, nog meer van het eigen gezicht zal verliezen.

Ook Van Haga raakte de VVD op een gevoelige plek. Hij herformuleerde zijn gedwongen vertrek tot de vraag of een ondernemer nog politicus kan zijn. Van Haga was als parlementariër ondernemer gebleven, en omdat hij had beloofd zijn bedrijven uit te besteden na eerdere incidenten, wilde de fractie van hem af.

Ik weet ook niet of zijn vraag de goede was. Zijn probleem was dat hij, als ondernemer, de politieke mores niet accepteerde: dat politici nooit de indruk mogen wekken dat zij over het algemeen belang beslissen als ze gelijktijdig eigen economische belangen behartigen.

En dan: na al die jaren waarin de VVD meeregeert is de kloof tussen ondernemers en Den Haag echt wel geslecht.

Het verkeer tussen politiek en bedrijfsleven, in banen en contacten, is vrijwel onbegrensd. PvdA’ers en GroenLinksers stappen net zo makkelijk over naar ondernemingen als VVD’ers en CDA’ers.

En zolang ondernemer Henk Otten bij FVD zat, opereerde die partij uitstekend: het ging pas mis toen hij weg was.

Het neemt niet weg dat de coalitie flink wat ongemak kan ondervinden mocht Van Haga besluiten als zelfstandig Kamerlid aan te blijven.

Rutte III valt dan terug op 75 zetels, en slimme oppositiepartijen bestuderen in dat geval alle stemmingen die de laatste jaren in 76-74 voor de coalitie eindigden: de beste basis om te proberen gevoelige beslissingen van Rutte III alsnog te herzien of blokkeren.

Maar de ware spanning zit de komende weken in de verwerking van het rapport-Remkes. Maandag staat een dubbel coalitieberaad gepland, en uiterlijk over twee weken moet het beleid voor de korte termijn zijn vastgesteld.

Dit is cruciaal, omdat de coalitiepartijen het over één ding eens zijn: gezien de woningnood is stagnatie van nieuwbouw door de stikstofcrisis onverkoopbaar. Net als trouwens politieke besluiteloosheid.

Het betekent dat ze zoeken naar maatregelen met ogenblikkelijk effect. Cruciaal is dat structurele krimp van de intensieve veehouderij, op langere termijn onvermijdelijk, als snelle maatregel vrijwel zeker afvalt: sluiting van bedrijven kan je amper in enkele maanden regelen.

Om een idee te geven: een beslissing uit het regeerakkoord (2017) voor warme sanering (sluiting tegen betaling) van varkenshouderijen in Oost-Brabant, waarvoor het geld al jaren op de plank ligt, wacht op invoering omdat de Europese Commissie er nog niet mee heeft ingestemd.

De meeste betrokkenen in de coalitie verwachten daarom dat voor de korte termijn, afgezien van technische maatregelen (het zogenoemde salderen), de keuzes zich bijna onvermijdelijk beperken tot twee pijnpunten voor de VVD: de niet-opening van vliegveld Lelystad en snelheidsbeperkende maatregelen op (snel)wegen in de Randstad.

Zeker voor minister Cora van Nieuwenhuizen (IenW, VVD) geen opbeurend vooruitzicht.

Zij moest bij het Klimaatakkoord al pijnlijke nederlagen slikken (rekeningrijden), en zwaaide vlak voor het zomerreces in de ministerraad nog met haar portefeuille.

Er zou voor haar tegenover staan, speculeren ze in de coalitie, dat er geen nationaal verbod op 130 km/u komt, net zomin trouwens als later een generieke halvering van de veestapel: de coalitie hoopt uitgangspunten te formuleren die per regio door provincies worden ingevuld.

Het is kortom ook mogelijk de harde beslissingen te camoufleren met een lange reeks technische maatregelen.

Al mag je hopen dat de geschiedenis zich niet herhaalt. Zo blijkt uit Remkes’ rapport dat de in mei verboden stikstofregel uit 2015, de basis van de huidige ellende, nooit is gecontroleerd.

De politiek had alles in kaart gebracht – behalve de werkelijkheid.

In elk geval ligt het nu voor de hand dat de stikstofcrisis bijna zeker leidt tot minder vliegen, minder hard rijden – en, voor later, minder vee houden.

Het zou betekenen dat vooral de VVD klappen moet opvangen – en partijprominenten vertelden deze week over de Prinsjesdagreceptie, twee weken terug, in de namiddag op het VVD-kantoor in Den Haag. Rutte sprak daar enkele honderden leden toe als „vrolijke optimisten”: hij typeerde ze als „labradors”.

En het duurde niet lang voordat, geheel in VVD-stijl, de eerste harde grappen rondgingen. Ja, laten we maar toegeven dat we met zijn allen al jaren „de goede lobbes” uithangen, zei een partijprominent.

„Zo’n hond die je alle kanten uitschopt en toch alles goed vindt.”