Opinie

Het jachtongeluk

Tommy Wieringa

De zondag was zonnig en warm geweest, ’s avonds betrok het. Om elf uur begon het oorverdovend te regenen. Overgang naar de herfst. Op maandagmorgen schreef de krant over een jager in Zuid-Italië die zijn vader voor een wild zwijn aanzag, richtte en schoot. Zo verliet Martino Gaudioso het leven, door een schotwond in zijn onderbuik, hem toegebracht door zijn zoon. Ze waren op de zondagse jacht in het nationale park van Sicignano degli Alburni. Op de borden stond Divieto di caccia, verboden te jagen. In de ondoorzichtige ondergroei waren vader en zoon beiden bewapend, zodat er in elk geval sprake was van equality of arms. De zoon had geritsel gehoord en een schaduw gezien, en drukte af.

Ook vorig jachtseizoen vielen er in Italië menselijke doden bij jachtongelukken. Het woord ‘jachtongeluk’ reserveren we voor menselijke slachtoffers. Niet-menselijke dieren die door de kogel sterven heten geen slachtoffer maar buit.

Ik keek naar buiten, naar de maisvelden onderaan de dijk. De mais had zijn fut verloren, niet lang meer en maaidorsers vraten het land schoon in brede, rechte stroken. Tussen de stoppels zouden vogels foerageren, wat weer de jagers aanlokte die vanuit hun hinderlagen dood en verderf zaaiden onder de vogels. De vogels: kauwen, kraaien, eenden, ganzen en houtduiven. Hun honger werd hun dood. De jagers zetten lokvogels neer, plastic ganzen en kraaien, met een prikker in de natte aarde gestoken, signaal voor de dieren dat er daarbeneden iets te halen viel. (Er zijn ook bewegende lokkraaien verkrijgbaar, op een website aangeprezen als ‘pikkende kraai, super realistisch’.) Het geknal vanuit de weilanden zou lang aanhouden – mijn vervloekingen zouden kleurrijk en hartgrondig zijn.

Een van de jagers heb ik eens, toen ik hem tegenkwam op het schoolplein, het boek ‘Kauwen in de spiegel’ van de Vlaamse kunstenaar Achilles Cools gegeven. Cools had achter zijn huis een columbarium waarin zo’n vijftig kauwen huisden, nauwgezet bestudeerde hij de inventiviteit en de complexe sociale dynamiek van deze kleine kraaiachtigen. „Ontegenzeggelijk”, schrijft Cools, „verdient de kauw de eerste prijs voor liefde, genegenheid en rotsvast vertrouwen voor de partner. Een paartje spreidt een toewijding en tederheid tentoon die afgunst opwekken. Volgens Konrad Lorenz toont geen ander levend wezen zoveel intimiteit.” Bij de dood van een partner vertonen kauwen aangrijpende tekenen van rouw. Daarin zijn ze niet uniek. Het is bekend dat ook andere kraaiachtigen wakes houden bij hun doden, en dat olifanten rouwrituelen hebben waarbij ze de plaatsen bezoeken waar soortgenoten gestorven zijn, en de beenderen van hun verwanten aan elkaar doorgeven.

De jager was een belijdend christen, wist ik, ik hoopte dat de monogame paarvorming van de kauw zijn hart zou verzachten – misschien zou hij zelfs een christelijk trekje in de kauw herkennen –, maar het boek was geen aanleiding voor hem om de jacht op deze dieren te staken. Het was me niet gelukt om hem tot soortoverschrijdende empathie te bewegen.

Ik schreef hier al eerder over het verhaal ‘Het glazen abattoir’ van John Coetzee. Daarin wordt het voorstel gedaan een glazen abattoir te bouwen in het centrum van de stad, waar dagelijks een paar demonstratieslachtingen van kippen, varkens en koeien plaatsvinden om iedereen te laten zien, horen en ruiken wat gewoonlijk verborgen blijft, in de hoop dat mensen zich misschien anders zullen gaan gedragen.

In navolging daarvan wil ik een jachtfeest organiseren in het centrum van het dorp waar de jager en ik wonen. Eerst is er een demonstratiejacht om de dorpelingen te laten kennismaken met het zogenaamde ‘faunabeheer’, een neutraal woord dat nut en noodzaak uitdrukt, en geschoond is van bloed en lijden. Schoolkinderen kunnen misschien eerder vrij krijgen. De jagers hoeven alleen maar te doen wat ze altijd doen, dieren doodschieten, maar nu niet verscholen in een weiland waar niemand ze ziet, maar midden in het dorp, zichtbaar voor allen. Iedereen ziet de overvliegende kauwen, kraaien, eenden, ganzen en houtduiven uit de lucht tuimelen en voor zijn voeten neervallen. Niet alle dieren zijn meteen dood, sommigen leveren hijgend en bloedbellen blazend een lange doodsstrijd. Als er een flink tableau geschoten is worden de vogels geplukt, geslacht en opgegeten – iedereen die de realiteit van het jagen verdraagt en niet is weggelopen mag aanschuiven.

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.