Annemiek van Vleuten reed een solo voor de eeuwigheid

WK wielrennen Annemiek van Vleuten werd in Yorkshire wereldkampioen op de weg, na een lange solo. Haar mooiste overwinning. Specialer dan haar wereldtitels tijdrijden.

Annemiek van Vleuten finisht als eerste in Harrogate.
Annemiek van Vleuten finisht als eerste in Harrogate. Foto VICKIE FLORES/EPA

Daar gaat ze al, Annemiek van Vleuten, op de beklimming van de heuvel in North Yorkshire die de Lofthouse is genoemd, een puist van 400 meter gelegen in desolaat grasland, en ze kijkt niet meer om, ook al ligt de finish mijlen verderop. Ze ziet wel wie er in haar tempo mee kan, inventariseren zou ze zoals afgesproken pas in de afdaling doen, om daarna de rest van haar tactiek te bepalen. Ze rekende op een kleine groep. Gelijk maar alleen fietsen was niet voorzien.

Ze staat op haar trappers, haar rug een beetje hol, het gezicht recht in de wind – zo ontwikkelt ze bergop het meeste vermogen. Haar krachtsinspanning is niet zozeer giftig maar houdt wel zo lang en met zo’n hevige intensiteit aan dat haar concurrenten er na een seconde of twintig de brui aan geven. Het is nog zo’n eind tot Harrogate. Nu al solo rijden is niets minder dan gekkenwerk.

Op de top heeft ze een voorsprong van bijna een minuut. Haar handen gaan onderin de beugels van haar stuur, en komen daar de hele dag niet meer uit. Polsjes naar binnen, zegt ze tegen zichzelf. Ze moet zich zo aerodynamisch als mogelijk door de wind klieven, heeft geen schouders om achter te schuilen. Als een motor van de Britse televisie naast haar komt rijden steekt ze haar duim op, bedoeld voor de bondscoach in de volgwagen. Ze heeft wonderbenen deze zonnige septemberdag, in tegenstelling tot vier dagen geleden, tijdens de tijdrit, die ze evenwel als derde beëindigde. Achter haar is het peloton met 152 vrouwen totaal uiteen geslagen. Nog slechts acht rensters maken jacht op haar, daarbij ook landgenote Anna van der Breggen, de wereldkampioen van vorig jaar. Mochten ze hergroeperen, is zij de volgende troefkaart.

Indrukwekkende solo

Als Van Vleuten een gat heeft van meer dan een minuut mag de bondscoach naar haar toe. En nu, vraagt ze zich af. Rijd maar door, is het antwoord. Waarom niet? Als er iemand is die dit kan, is zij het. En zo begint een van de meest indrukwekkende solo’s in de moderne wielrennerij.

Als ze een half uur voorop rijdt, trekt ze haar windstopper maar eens uit, alsof ze haar warming-up beëindigd heeft en nu echt aan de wedstrijd gaat beginnen. Haar schriele borstkas wordt zichtbaar – ze zeult geen gram te veel de heuvels door. Op haar fietscomputer staat lange tijd ‘D2’ aangegeven, ze fietst in de tweede van vijf hartslagzones, in feite is ze bezig aan een duurrit door de Britse heuvels, maar dan wel alleen, en tijdens een wereldkampioenschap, het hoogtepunt van het jaar. Haar hart en longen zijn zo goed getraind dat ze niet eens in de buurt komt van iets als een rode zone, een zuurstofschuld, alleen bij die aanval zal ze even in het zuur gegaan zijn. De cijfertjes vertellen haar dat ze dit nog heel lang kan volhouden, ook alleen, maar er zijn ook momenten dat ze het idee heeft aan iets “heel doms” bezig te zijn.

Achter haar wordt slecht samengewerkt. Acht rensters krijgen hun belangen niet goed verenigd, en zien een dame die in gevecht is met alleen zichzelf steeds verder weg fietsen, dik twee minuten op een goed moment. Ze steekt haar duim nog een keer op naar de wereld, omdat ze het gevoel begint te krijgen dat ze “dit gekke verhaal” weleens tot een goed einde zou kunnen brengen.

Aero blijven, aero blijven, tijd pakken, tijd pakken. Net als in een tijdrit. Zo deelt ze haar historische inspanning ook in. Op de vlakke stukken doet ze niet te gek, daar is een groep in het voordeel, maar op de klimmetjes probeert ze het verschil te maken. Ze weet: daar zitten de renster achter haar ook met de tong op het stuur. Ze heeft geluk met het weer. Het regent al de hele week in Yorkshire, maar op de 28ste september schijnt de zon.

Sportrepen

Ze vraagt om meer sportrepen uit de volgwagen, want ze moet blijven eten nu, en drinken, zodat haar benen kunnen malen, en ze haar gedachten kan controleren. Zelfs als ze hoort dat de Amerikaanse Chloé Dygert probeert naar haar toe te rijden, de vrouw die haar tijdens de tijdrit op dinsdag aan barrels fietste, blijft ze rustig. Dit wordt haar dag. Ze weet hoeveel ze er voor afgezien heeft.

Lees ook dit interview met Annemiek van Vleuten: ‘Je hoeft niet die extreme sporter te zijn om de top te bereiken’

De basis voor dit fysieke geweld legde ze in januari, toen ze besloot mee te trainen met de mannen van haar Australische ploeg, met de broertjes Yates bijvoorbeeld, twee van de betere klimmers ter wereld. Ze reed van Faro in Portugal tot Almería in Zuid-Spanje 200 kilometer per dag achter de feiten aan, alleen, naast een volgwagen. Op beklimmingen werd ze gelost, natuurlijk, en na drie dagen stuurde ze wanhopige berichten naar haar beste vriendin. Dit was een slecht plan.

Annemiek van Vleuten viert haar overwinning Foto BAS CZERWINSKI/ANP

Ze was nog herstellende van een gebroken knie, opgelopen een jaar geleden bij het WK wielrennen in Innsbruck, Oostenrijk. Dat ze hier überhaupt alweer fietste was een medisch wonder. Immers, ze is al 36, zo makkelijk herstelt haar lichaam niet. Maar ze hield vol, koppig als ze is, en altijd in voor een uitdaging. De laatste dag van het trainingskamp kwam ze op maar een paar minuten achterstand van haar mannelijke collega’s aan bij het hotel. Ze deed er zoveel zelfvertrouwen en hardheid op dat ze in het klassieke voorjaar en later ook in de Giro Rosa een niveau beter was dan haar concurrenten. En die lijn zette ze door, tot dit WK. Meer dan op de tijdrit, was ze gefocust op de wegwedstrijd, zei ze eerder deze maand in gesprek met NRC.

Bij het opdraaien van de plaatselijke ronde in en om Harrogate fietst ze niet langer alleen. Drie keer veertien kilometer kan ze rekenen op de steun van het massaal aanwezige publiek, maar pas in de allerlaatste ronde begint ze te geloven in haar stunt. De voorsprong die ze heeft blijft stabiel rond twee minuten, wat de vrouwen achter haar ook proberen. Anna van der Breggen gaat zilver pakken, Amanda Spratt uit Australië brons.

Glimlach

Dan verschijnt er een fraaie glimlach op haar gezicht. Ze durft te genieten van wat ze allemaal meemaakt, kijkt omhoog, maakt contact met het publiek. Ze wijst naar haar kubusvormige oorbellen, die ze van haar vader kreeg, de man die niet zo lang voor ze als wielrenster doorbrak overleed.

Als ze de finishboog ziet, recht ze haar rug, voor het eerst in bijna drie uur, voor het eerst na 104,7 kilometer. Ze neemt haar zonnebril af, en spreidt haar armen, en zo komt ze over de meet. „Annemiek! Annemiek”, roept een vrouw aan de linkerkant van de finishstraat. Het is haar moeder Ria, in wier armen ze vliegt nadat ze soepeltjes over de dranghekken weet te klimmen.

Een half uur later zegt ze dat dit haar mooiste overwinning is. Specialer dan twee wereldtitels tijdrijden, grootser dan de klassiekers die ze won, imposanter dan haar twee Giro’s. Vooral de manier waarop beklijft, de ellenlange solo is voor de eeuwigheid. Ze beseft dat ze geschiedenis heeft geschreven. Precies een jaar geleden lag ze in het ziekenhuis met een brace om haar knie, nu gaat het grote genieten beginnen.

Ze zal slapen in haar regenboogtrui, één nachtje. Maar nog veel mooier: ze mag er het komende seizoen haar wedstrijden in rijden. „Dan word ik dus het hele jaar herinnerd aan deze solo. Dat is zo gaaf.”