Stemmen in Afghanistan is een daad van moed

Presidentsverkiezingen Slechts twee miljoen van de 34 miljoen Afghanen gingen zaterdag stemmen. De veiligheidsrisico’s en desillusie bleken te groot.

Afghanen die zaterdag wilden stemmen moesten langs drie veiligheidscordons. De buitenste ring rond elk stembureau werd gevormd door militairen, daarbinnen waren twee ringen van de inlichtingendienst en de politie.

Zo’n 100.000 man veiligheidspersoneel moest ervoor zorgen dat de presidentsverkiezingen – de vierde sinds de verdrijving van het Talibanregime in 2001 – met zo min mogelijk verlies van mensenlevens zouden verlopen. Het was de eerste keer dat de Afghaanse overheid zelf de volledige verantwoordelijkheid droeg voor de beveiliging.

Zoals velen verwachtten waren de rijen voor de stembureaus ditmaal veel korter dan bij eerdere stemrondes. Volgens voorlopige opkomstcijfers zijn ruim 2 miljoen van de 9,6 miljoen geregistreerde kiezers gaan stemmen, op een totale bevolking van 34 miljoen.

Stemmen was altijd al een daad van moed in Afghanistan. Deze keer heeft een grote meerderheid besloten dat het de risico’s niet waard was.

De Taliban hadden burgers vooraf gewaarschuwd dat zij hun leven op het spel zouden zetten als ze op verkiezingsdag de deur uitgingen. Dat was ook al duidelijk geworden uit de aanslagen in aanloop naar zaterdag, die 170 levens kostten.

Bij eerdere verkiezingen waren er naast aanslagen op stembureaus ook incidenten waarbij Talibanstrijders op straat mensen zochten met inkt aan hun vinger, de markering die moet voorkomen dat kiezers meermaals gaan stemmen. Het bewuste vingerkootje werd geamputeerd.

Drie doden, vijftien gewonden

Zaterdag telde onderzoeksbureau Afghanistan Analysts Network zo’n 400 aanvallen door Talibanstrijders op stembureaus, verspreid over 29 van de 34 provincies. De grootste was in het zuidelijke Kandahar, waar vijftien mensen gewond raakten. Elders vielen drie doden.

Grote aanslagen bleven uit, waarschijnlijk door de strenge beveiliging.

Veiligheid was niet de enige reden om thuis te blijven. Desillusie over de democratie die westerse landen na 2001 hebben gebracht telde net zo goed mee. Zo waren de vorige presidentsverkiezingen in 2014 een wanvertoning van slechte organisatie en stembusfraude. Gewapende aanhangers van de kandidaten stopten de stembussen open en bloot vol met valse stemmen en leden van de kiescommissie bleken corrupt. De fraude was zo groot dat een betrouwbare uitslag onmogelijk was geworden, wat leidde tot veel geweld tussen de aanhangen.

Met bemiddeling van de Verenigde Staten sloten de twee vermeende winnaars een compromis: de technocraat Ashraf Ghani werd president, zijn tegenstander Abdullah Abdullah kreeg de speciaal gecreëerde baan van chief executive officer. De samenwerking is altijd stroef gebleven.

Daarnaast is de regering zwak gebleken in de belangrijkste opgave waar zij voor staat: een einde maken aan de oorlog. Bij de vredesbesprekingen die begin deze maand bijna tot een akkoord tussen de Taliban en de VS leidden, speelde zij geen rol. De VS hadden toegegeven aan de eis van de Taliban dat de regering werd uitgesloten van de onderhandelingen. Zij gingen daarmee voorbij aan het gegeven dat het toch de regering moet zijn die de beslissende stem heeft in de toekomst van het land. Het lukte Ghani niet meer om er tussen te komen.

Hartpatiënt

Volgens oud-president Hamid Karzai was de verkiezing, die tweemaal is uitgesteld, ook nu nog prematuur. „Het is alsof je een hartpatiënt vraagt om een marathon te lopen”, zei hij vooraf. Honderden van de ongeveer 5.000 stembureaus bleven gesloten omdat zij in districten staan waar de Taliban de dienst uitmaken, nu meer dan ooit sinds 2001. Karzai vindt dat er vrede moet zijn voordat er verkiezingen gehouden kunnen worden.

Die vraag – eerst verkiezingen of eerst een deal met de Taliban – heeft het debat in Afghanistan maanden beheerst, en is in wezen een kip-of-eikwestie. Ghani bijvoorbeeld houdt vol dat alleen een vertegenwoordiging met een vers democratisch mandaat een akkoord met de Taliban kan bewerkstelligen.

De aandacht die de vredesbesprekingen opslokten – totdat de Amerikaanse president Trump er abrupt de stekker uittrok – en de vele grote aanslagen waarmee de Taliban hun onderhandelingspositie trachtten te versterken, hadden alle energie uit de campagnes weggezogen.

Ghani sprak uit veiligheidsoverwegingen vooral via videoverbindingen met kiezers en ook Abdullahs bijeenkomsten bleven noodgedwongen klein.

Rechten beschermen

„Verkiezingen behoren tot de belangrijkste elementen in een democratisch systeem, maar in Afghanistan hebben ze hun betekenis verloren”, zei de gerespecteerde oud-directeur van het Nationaal Museum Omara Khan Massoudi vooraf tegen persbureau Reuters.

Massoudi verstopte twintig jaar geleden vele nationale kunstschatten om ze te behoeden voor vernietiging door de Taliban en werkt nu voor Unesco. „Ik ben mijn vertrouwen in het verkiezingsproces kwijtgeraakt toen ik begreep dat politici makkelijk fraude kunnen plegen. Stemmen is verspilde moeite geworden, maar toch moet ik het doen, om mijn rechten te beschermen.”

Naast Massoudi waren er dus nog maar twee miljoen Afghanen die er zo over dachten, tegenover acht miljoen bij de eerste presidentsverkiezing in 2004. De omgekeerde redenering is echter net zo goed waar: ondanks alles namen twee miljoen kiezers nog de moeite en is het Afghanistan gelukt om zonder al te grote incidenten een verkiezingsdag te houden.

De volgende horde is het eerlijk tellen van de stemmen en het afhandelen van alle klachten die de kandidaten over elkaar zullen indienen. Pas als dat min of meer succesvol is verlopen, kan Afghanistan vieren dat de democratie heeft standgehouden.

Dit artikel is geüpdatet op zondagavond 29 september 2019.

Lees ook: Praten met Taliban blijft in ieders belang