Foto Hanne van der Woude

‘Muziek die je bij het uitgaan hoort, boeit mij niet’

Thijs Haenen (27) | Interview Twee keer in de maand staat hij met zijn draaiorgel in de binnenstad van Eindhoven. Wat hem zo boeit is de nostalgie, en de muziek. „Ik zie mijn passie als een bijdrage aan het behoud van een stukje Nederlandse cultuur.”

Eigenlijk, zegt Thijs Haenen (27), is zijn draaiorgel een asociaal hard orgel. Te hard om te draaien in een smalle winkelstraat. Hij verdwijnt achter het instrument en even later davert Für Elise door de opslagruimte in Tilburg waar de Fata Morgana staat. Eerst in de klassieke versie van Beethoven, daarna in verschillende moderne arrangementen. De Fata Morgana swingt op zijn wielen onder de kracht van het geluid. Na een paar minuten komt Thijs Haenen weer tevoorschijn, lichtelijk buiten adem. „Normaal draait-ie op een elektromotor, maar nu heb ik ’m met de hand gedraaid. Dat is zwaar.”

Thijs Haenen, in het dagelijks leven student werktuigbouwkunde aan de TU Eindhoven, kocht de Fata Morgana ruim vier jaar geleden. Het is geen nieuw draaiorgel: de bouwer wilde er een demonstratiemodel voor in zijn draaiorgelmuseum van maken, maar hij heeft het instrument wegens overlijden niet af kunnen maken. „Historische waarde heeft-ie dus niet echt, al zitten er wel veel onderdelen uit oude draaiorgels in en is het een van de weinige orgels van deze bouwer”, vertelt hij. „Maar het is wel verreweg mijn kostbaarste bezit.” Enkele tienduizenden euro’s heeft het orgel gekost. „Ik ben nog aan het afbetalen.” Omdat de bouwer ook de draaiorgels in de Efteling onderhield, kreeg het instrument de naam Fata Morgana, naar de bootjesattractie langs oosterse taferelen in het pretpark.

De Fata Morgana speelt ‘Hotel California’.

Wat hem zo aan draaiorgels boeit „is de nostalgie”, zegt hij. „En het soort muziek. Muziek die je in het uitgaansleven hoort, boeit mij niet. Ik ga liever naar een feestje met draaiorgelmuziek. Ook de techniek fascineert me. Die is al honderden jaren oud. Ik vind het geweldig dat die nog steeds bestaat en werkt. Ik sleutel dan ook graag aan draaiorgels. Ik zie mijn passie als een bijdrage aan het behoud van een stukje Nederlandse cultuur.”

Twee zaterdagen per maand neemt Haenen het draaiorgel mee naar Eindhoven, waar hij dan draait in het centrum. Vanwege het volume zet hij het orgel nooit voor de ingang van een winkel. „Dan zou het personeel horendol worden.” De overgrote meerderheid van het publiek reageert positief: „Mensen vragen vaak waarom ik dit doe, blijven even staan luisteren, maken een foto of een filmpje.”

Toen hij de Fata Morgana net had, heeft hij geprobeerd om van het orgeldraaien zijn bijbaan te maken. Maar een zaterdag draaien in het centrum levert niet meer dan een paar tientjes op. „Dus dat werd ’m niet. Mensen hebben steeds minder contant geld bij zich. En één boek met draaiorgelmuziek kost wel honderd euro, bovendien heeft vrijwel elk orgel zijn eigen boeken. Dus winstgevend wordt orgeldraaien sowieso nooit.” Nu werkt hij drie dagen per week in een bedrijf dat elektrische stadsbussen ontwikkelt en bouwt. Om zijn hobby en zijn studie te kunnen betalen. „En omdat ik er veel leer. Leren doe ik graag.”

Hij draait veel uit de Top 2000. „Tulpen uit Amsterdam heb ik niet. Nee, als ik alleen Nederlandse muziek uit de eerste helft van de vorige eeuw zou draaien, haalde ik helemáál niks op.” Want het zijn echt niet alleen ouderen die geld in zijn centenbakje doen, al is het dan niet veel. „Ach, het gaat om de waardering en het gebaar. Ik zie het draaien meer als reclame voor het draaiorgel.”

Regelmatig gaat hij met een van zijn orgels naar een evenement. Dat kan van alles zijn. „Met de Fata Morgana reed ik voorop bij het corso in Valkenswaard toen de Efteling 65 jaar bestond. Maar ik ga ook wel eens een uurtje draaien bij een bejaardenhuis. Dat wordt vaak echt een feestje, de bewoners komen met hun kopje thee buiten zitten en zingen mee.”

Hij wijst op een gigantisch dansorgel dat in dezelfde loods staat. Het instrument, dat anders dan een draaiorgel niet verrijdbaar is, meet zeker 8 bij 4,5 meter en dan staat het bovenstuk er nog niet eens op, omdat het plafond van de opslagruimte daarvoor te laag is. „Met dat orgel heb ik voor een vriend afgelopen zomer tien dagen op de kermis in Tilburg gestaan. Omdat je zo’n gevaarte ’s avonds niet even afbreekt of binnenzet, heb ik wel eens in de spiegeltent overnacht die om het dansorgel heen wordt geplaatst.” Hij maakt lange dagen als hij op een kermis staat. Soms wel van 10 uur ’s ochtends tot 2 uur ’s nachts. „Maar ja, iemand moet het doen.” Al twee keer heeft hij een hittegolf meegemaakt op de Tilburgse kermis. „Dat geeft krimp en barstjes in het hout, dus daarna moest het orgel in de revisie. Ja, de klimaatverandering is ook slecht voor draaiorgels.”

De Fata Morgana speelt ‘Don’t Stop Me Now’.

Zijn liefde voor het draaiorgel is waarschijnlijk ooit begonnen in de Efteling, denkt Thijs zelf. „Mijn oma woonde in Kaatsheuvel en dus kwamen we vaak in het pretpark. Ik denk dat ik daar mijn eerste draaiorgels heb gezien. Ik vond het mooie en fascinerende bouwsels, met die schilderingen en bewegende delen.” Op de basisschool zat hij in de klas bij de zoon van een orgelverhuurder, voor wie Thijs een website bouwde. „Zo leerde ik hoe een draaiorgel werkt en ben ik ook begonnen met muziek schrijven voor orgels.”

Hij vertelt over het kleine, onbeschilderde houten orgel dat elders in de opslagruimte staat. Ook van hem. „Ik heb dit huiskamerorgel gebouwd als profielwerkstuk op de middelbare school. Ik kreeg er een tien voor en mocht deelnemen aan de landelijke profielwerkstukkenwedstrijd. Daar werd ik vierde. Maar omdat de winnaar vliegangst had, mocht ik in zijn plaats mee naar de wereldwijde wedstrijd op Bali. En daar werd ik tweede. Vervolgens heb ik een paar weken vastgezeten in Indonesië, omdat het vliegverkeer in Noordwest-Europa stillag wegens de uitbarsting van de vulkaan Eyjafjallajökull op IJsland. Ik was net op tijd terug om eindexamen te doen.”

Hij had nooit gedacht dat-ie een echt draaiorgel zou bezitten, het kleine huiskamerorgel vond-ie al heel wat. Alleen is dat te kwetsbaar om mee de straat op te nemen. „Toen ben ik gaan zoeken naar een orgel dat wél mee naar buiten kon. Ik had al jaren een foto van de Fata Morgana naast mijn bed staan, maar dat was niet meer dan een droom. Ik kon me niet voorstellen dat het bezit van zo’n orgel financieel ooit haalbaar zou zijn.” Tot hij via zijn vele connecties in de orgelwereld in contact kwam met de persoon die de Fata Morgana had gekocht van de bouwer en het instrument had voltooid.

Thijs Haenen heeft al een paar keer een bod gehad op zijn huiskamerorgel, dat hij steeds afsloeg. Ook de Fata Morgana had hij al eens kunnen verkopen. „Maar ook die doe ik niet weg.” Al was het maar om emotionele redenen. Vlak voordat zijn vader een jaar geleden overleed, had hij een muziekboek laten maken van Space Oddity van David Bowie. „Dat was het eerste popliedje dat ik ooit samen met mijn vader beluisterde. Ik heb het op de Fata Morgana nog nét aan hem kunnen laten horen.”

Fata Morgana speelt de soundtrack van ‘Pirates of the Caribbean’.

Optimistisch over de toekomst van het draaiorgel is hij niet. Ook niet nu de straatexploitatie van draaiorgels volgende maand op de Unesco-lijst van immaterieel erfgoed wordt geplaatst. „Er zijn nauwelijks meer mensen die met een orgel op pad willen, en jongeren al helemaal niet. En dat terwijl je eigenlijk twee mensen nodig hebt om een draaiorgel te laten spelen op straat, want volgens de verordening van de gemeente moet je een orgel heel regelmatig verplaatsen. Bovendien moet je er elke twee minuten een nieuw boek in zetten.”

Gaat hij zijn collectie nog uitbreiden? „Ik droom stiekem wel eens van een dansorgel, maar ja, want moet je met zo’n gigantisch ding? En een dansorgel is echt onbetaalbaar, dan heb je het over een bedrag met zes nullen.” Omdat draaiorgels achteruit gaan als ze langere tijd niet spelen, gaat hij ’s avonds wel eens bij zijn orgels kijken. Even luisteren, even ontspannen. Soms nodigt hij daarbij wat vrienden uit de orgelwereld uit. „Ik word altijd blij als ik mijn draaiorgels zie, het zijn toch een beetje mijn kindjes.”