Er staan te weinig dode vrouwtjes in het museum

Ophef Iedere week bespreekt de redactie wetenschap hier ophef in de wetenschap. Deze week: fossielendiversiteit.

Foto Getty Images

Niet alleen bij mensen kan ongelijkheid tussen de seksen tot ophef leiden. Australische en Poolse biologen schreven begin september in PNAS dat in natuurhistorische musea vaak sprake is van een scheve verhouding tussen het aantal mannelijke en vrouwelijke dieren in de collectie. Ze bestudeerden de collecties van vier grote natuurhistorische musea (waaronder die in Londen en New York) en concludeerden dat van de negentien onderzochte zoogdierordes er zeventien waren met vooral fossielen van mannelijke dieren. Alleen voor de Chiroptera (vleermuizen) en de Pilosa (miereneters en luiaards) gold dat niet.

Al in 2017 was uit een analyse van 95 mammoetfossielen gebleken dat zo’n 70 procent ervan mannelijk was. Die oververtegenwoordiging werd toegeschreven aan het gedrag van jonge mannetjes: die zouden, doordat ze uit de kudde werden verdreven, zich sneller op gevaarlijk terrein begeven: moerassen en teerputten bijvoorbeeld, waar ze extra veel kans liepen om gefossiliseerd te raken.

Geliefder bij verzamelaars

In het huidige onderzoek legden de biologen de nadruk op twee andere Laat-Pleistocene soorten: bizons en bruine beren. In de collecties bleek 75 procent van beide soorten mannelijk. Bij de bizons kwam dit mogelijk doordat ze eenzelfde samenlevingsvorm kenden als de mammoet. Bij de beren speelde wellicht mee dat mannetjes er verder op uittrekken dan vrouwtjes om voedsel te zoeken.

Volgens de onderzoekers spelen ook grootte en uiterlijk van mannelijke dieren een rol: mannetjes zouden geliefder zijn bij verzamelaars, vanwege hun omvang en de aanwezigheid van imposante horens, slagtanden of geweien. Bij vleermuizen kan dit net andersom werken: bij bepaalde soorten zijn de vrouwtjes groter dan de mannetjes.

De hamvraag is natuurlijk in hoeverre het uitmaakt dat er meer mannetjes dan vrouwtjes in musea zijn. De auteurs zelf vinden van wel: een scheve verhouding zou ervoor kunnen zorgen dat onderzoek in die musea tot onbetrouwbare resultaten leidt. En in Smithsonian Magazine wordt Hayley Lanier, assistent-curator van een natuurhistorisch museum in Oklahoma, geciteerd: „In de medische wetenschap speelt iets soortgelijks, omdat we vaak één geslacht selecteren als voorbeeld van hoe levende wezens functioneren, en daarbij voorbijgaan aan sekseverschillen in bijvoorbeeld voeding, grootte en gedrag. Zulke vooroordelen zorgen voor een incompleet beeld van hoe de wereld werkt.”