Opinie

Kamerlid Van Haga kan het beste maar direct opstappen

VVD-fractie

Commentaar

De VVD-fractie in de Tweede Kamer moet het sinds afgelopen dinsdag stellen zonder het Kamerlid Wybren van Haga. Hij moest van zijn collega’s de fractie verlaten omdat hij zich niet zou hebben gehouden aan de met hem gemaakte afspraak zich niet te bemoeien met zijn bedrijf. Die afspraak volgde nadat hij eerder als vastgoedondernemer negatief in de publiciteit was gekomen vanwege het overtreden van verhuurregels in Amsterdam.

VVD-Tweede Kamerfractievoorzitter Klaas Dijkhoff valt te prijzen dat hij heeft gekozen voor de zuivere lijn en zich bij het besluit Van Haga uit de fractie te zetten niet heeft laten leiden door opportunistische coalitieoverwegingen. Voor hem gold: afspraak is afspraak. Daar heeft Van Haga zich niet aan gehouden door toch zelf in contact te treden met huurders van zijn panden. Als het voor Van Haga onmogelijk was zich aan deze afspraak te houden, had hij deze niet moeten maken.

Het verweer van het inmiddels ex-VVD Kamerlid dat het ondernemerschap moeilijk valt te combineren met politiek gaat niet op. Nergens staat dat Kamerleden geen nevenfuncties mogen hebben. Wel worden zij geacht deze te melden. Voor het overige is het aan afzonderlijke politieke partijen te bepalen aan welke nadere regels zij hun volksvertegenwoordigers willen binden.

In het geval van Van Haga had de VVD-fractie expliciet de afspraak gemaakt dat hij na eerdere problemen zich niet actief met activiteiten voor zijn eigen bedrijf zou inlaten. Het niet nakomen van deze afspraak is Van Haga fataal geworden, niet zijn ondernemerschap als zodanig.

De positie van Van Haga was een bijzondere omdat hij werd aangeduid als „het 76-ste Kamerlid”. Hij stond garant voor de benodigde meerderheid voor de vierpartijencoalitie. Maar die meerderheid is nergens voorgeschreven. Bij de kabinetsformatie van twee jaar geleden luidde de opdracht aan VVD, CDA, D66 en ChristenUnie slechts dat zij een programma moesten maken dat „op brede steun” van de volksvertegenwoordiging kon rekenen. Vervolgens geldt de regel dat een kabinet het vertrouwen van de volksvertegenwoordiging geniet totdat het tegendeel blijkt. De coalitie weet zich vooralsnog in de veilige wetenschap dat er geen unanieme oppositie is die het vertrouwen in het kabinet wil opzeggen. Bovendien beschikt het kabinet in de Eerste Kamer sinds dit voorjaar toch al niet over een meerderheid. Met andere woorden: het vertrek van Van Haga is niet levensbedreigend voor het kabinet-Rutte III.

Dit gegeven zou voor de uit VVD-fractie verwijderde Van Haga een extra overweging moeten zijn om niet aan zijn zetel vast te blijven houden. Tot nu toe laat de man die bij de Tweede Kamerverkiezingen van ruim twee jaar geleden het verwaarloosbare aantal van 2.156 voorkeurstemmen wist te vergaren, nog in het midden of hij zijn plaats opgeeft dan wel zoals de Vlamingen zeggen, zelf blijft ‘zetelen’. Voor hem geldt: maak het na alle affaires niet nog erger dan het al is en stap per direct op.