Is Duitsland te vroeg gestopt met kernenergie?

Atomausstieg Duitsland zit straks zonder kernenergie én zonder kolenenergie. Met wind en zon is dat niet zomaar op te vangen. „Als bescherming van het klimaat belangrijk voor ons is, moeten kerncentrales langer open blijven.”

De controlekamer van de kerncentrale in Greifswald, tijdens de ontmanteling in 2015.
De controlekamer van de kerncentrale in Greifswald, tijdens de ontmanteling in 2015. Foto Krisztian Bocsi/Bloomberg

Duitsland heeft het zichzelf op energiegebied erg moeilijk gemaakt. Als enige land ter wereld sluit het al zijn kerncentrales en vervolgens ook nog eens al zijn kolencentrales. Daarmee valt de komende twintig jaar zo’n 42 procent van de huidige stroomvoorziening weg. Daarvoor moet dringend een betrouwbaar alternatief worden gevonden.

Omdat Duitsland ook nog alle zeilen moet bijzetten om zijn klimaatdoelen te halen, en kerncentrales vrijwel geen CO2 uitstoten, dringt de vraag zich op of sluiting van de kolencentrales geen voorrang had moeten krijgen. „We hadden beter eerst met kolen kunnen stoppen, en daarna pas met kernenergie’” zei de bestuursvoorzitter van het Volkswagenconcern, Herbert Diess, deze zomer in een kranteninterview. „We hebben de verkeerde prioriteiten gesteld. Als bescherming van het klimaat belangrijk voor ons is, moeten kerncentrales langer open blijven.”

Met ‘langer’ openhouden van kerncentrales bedoelde Diess: langer dan tot 2022. Dat is het jaar waarin de laatste kerncentrale in Duitsland dicht moet zijn. De regering van bondskanselier Angela Merkel (CDU) besloot in 2011, kort na de tsunami en de daardoor veroorzaakte kernramp in het Japanse Fukushima, dat acht kerncentrales meteen dicht moesten en de negen andere stapsgewijs in de daaropvolgende elf jaar.

De Bondsdag steunde het besluit met grote meerderheid: 513 afgevaardigden stemden voor, 79 tegen. Van de destijds zeventien kerncentrales in Duitsland, zijn er nu nog zeven in bedrijf, samen goed voor 13 procent van de Duitse stroomproductie.

Begin dit jaar viel het besluit dat ook alle kolencentrales dicht moeten: de laatste in 2038. Anders zou Duitsland onmogelijk zijn klimaatdoelstellingen kunnen halen. De centrales die op steenkool en bruinkool draaien, leveren nu nog 29 procent van alle Duitse elektriciteit.

Atom-Fuchs

„We hebben destijds een fout gemaakt”, zegt ook Michael Fuchs, van 2002 tot 2017 lid van de Bondsdag (CDU) met als specialisatie energiebeleid. Zelf was hij in 2011 uitgesproken tégen de snelle sluiting van de nucleaire centrales. Het leverde hem op de bijnaam Atom-Fuchs op, ook al zegt hij „geen fan van kernenergie” te zijn.

„Waar het mij om gaat is dat de industrie de basis van onze welvaart is en heel veel energie nodig heeft. Dat mogen we niet in gevaar brengen. Alleen al het chemische bedrijf BASF in Ludwigshafen gebruikt meer stroom dan heel Denemarken.”

In 2011 – het jaar van Fukushima – werd de urgentie om de uitstoot van CO2 te verminderen in de politiek nog niet zo gevoeld, zegt Fuchs. „Over het sluiten van alle kolencentrales werd destijds niet gesproken. Nu zetten we in op duurzame stroomopwekking, met vooral wind en zonne-energie. Maar we hebben nog geen manier gevonden voldoende stroom effectief te op te slaan. In periodes met weinig zon en wind kunnen we daardoor tekorten krijgen. Dan moeten we stroom uit het buitenland gaan halen, bijvoorbeeld van kolencentrales in Polen, of kerncentrales in Frankrijk of Tsjechië. Terwijl we nou juist van kolen en kernenergie af wilden!”

Toch wijst niets erop dat Duitsland terugkeert van de ingeslagen weg. Politieke steun voor het langer openhouden van de kerncentrales is er niet of nauwelijks, laat staan voor nieuwbouw.

Minister van Milieu en Nucleaire Veiligheid Svenja Schulze (SPD) sprak in juni van het „groteske” debat gericht op „een renaissance van kernenergie”. „Wat we voor klimaatbescherming zeker níet nodig hebben is een terugkeer naar kernenergie. Die brengt het risico van ongelukken met zich mee, zadelt ons op met extra nucleair afval, is duur en verstopt onze toekomstige stroomnetwerken, die gebouwd worden voor decentrale stroomopwekking.”

In 2015 werd een begin gemaakt met de ontmanteling van de kerncentrale in Greifswald.

Foto Krisztian Bocsi/Bloomberg

Atom-ausstieg

Ook bij de energiebedrijven is niets merkbaar van het verlangen om opnieuw op kernenergie in te zetten, of een intussen academisch debat te gaan voeren over de vraag of het beter was geweest langer door te gaan met nucleaire energie. Ze hebben zich ingesteld op de Atomausstieg en zitten midden in een ingrijpende transformatie die ze niet zomaar kunnen terugdraaien.

„Een no-go”, noemde Frank Mastiaux, topman van energiebedrijf EnBW, een terugkeer naar kernenergie onlangs. Acht jaar geleden was 85 procent van de stroom die zijn bedrijf produceerde nog afkomstig van kolen- en kerncentrales. Dat is nu teruggebracht naar 20 procent.

Mastiaux: „We hebben in dit land een duidelijk besluit genomen, we moeten nu niet weer de discussie gaan openen.” Ook een woordvoerder van KernD, een samenwerkingsverband van bedrijven en instellingen rond de nucleaire industrie, gelooft niet in een terugkeer van de kernenergie in Duitsland.

Een moeilijke kwestie, noemt economisch onderzoeker Ben Wealer, van het Deutsche Institut für Wirtschaftsforschung DIW in Berlijn, de vraag of het voor het klimaat beter was geweest als Duitsland eerst de kolencentrales had gesloten en daarna pas de kerncentrales. „Maar het heeft vanuit klimaatoptiek geen zin kolen en kernenergie tegen elkaar uit te spelen.

„Het klopt dat kerncentrales die in bedrijf zijn geen CO2 uitstoten. Maar bij de bouw van een kerncentrale en de productie van brandstofelementen komt wel CO2 vrij. En dan hebben we het nog niet eens over de milieubelasting als centrales na 40 tot 60 jaar zijn uitgediend en afgebroken moeten worden.”

Wealer is een van de auteurs van een recent rapport met de titel Te duur en gevaarlijk: kernenergie is geen optie voor een klimaatvriendelijke energieverzorging. Hij zegt: „Zeker in een wereld die opwarmt passen kerncentrales slecht. Deze zomer moest voor het eerst in Duitsland een kerncentrale stilgelegd worden vanwege de grote hitte. Het water waarmee gekoeld werd, was te warm geworden. En voor het probleem van het hoogradioactieve kernafval hebben we ook nog geen oplossing gevonden.”

Discussie is beslecht

De discussie over kernenergie als redder van het klimaat mag elders in de wereld gevoerd worden, in Duitsland is ze beslecht. Het land staat nu voor de opgave het wegvallen van atoom- en kolenstroom te compenseren met vooral duurzaam opgewekte elektriciteit.

Daarmee is het land aardig op weg, zoals iedereen die door Duitsland reist kan aflezen aan de vele windmolens en zonnepanelen. In 2019 is tot nu toe 46,7 procent van de stroomproductie afkomstig van duurzame bronnen – vooral wind, zon, biomassa en een beetje waterkracht. De regering wil dat percentage in 2030 opgeschroefd hebben tot 65 procent.

Maar de bouw van windmolens stokt. Steeds vaker verzetten gemeenschappen zich tegen nieuwe molens in de buurt van woonhuizen. De bouw van een windpark, klaagt EnBW-chef Mastiaux, kost door alle moeizame procedures rond de vergunningen 59 maanden. In 2018 had zijn bedrijf toestemming gekregen voor maar twee windmolens.

Daarbij komt bij dat de elektriciteit vooral wordt opgewekt in het noorden – waar het vaak waait – maar vooral nodig is in het midden en het zuiden van het land, waar de meeste industrie zit. Er zijn nog onvoldoende hoogspanningsleidingen om de stroom van noord naar zuid te transporteren. Bezwaarprocedures van omwonenden leveren vaak veel vertraging op. Van de 7.700 kilometer aan leidingen die nodig zijn, is er nog maar 1.100 aangelegd.

Zo ontdekt Duitsland dat ook een toekomst zonder kolen en kernenergie problemen met zich meebrengt.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.