Hoge Raad maakt definitief einde aan rookruimtes horeca

De rookruimtes passen niet bij de plicht om burgers te beschermen tegen tabaksrook, aldus de hoogste rechter, en zijn nu per direct verboden.

Rokers in de rookruimte van Café de Wit in Heiloo.
Rokers in de rookruimte van Café de Wit in Heiloo. Foto Koen van Weel/ANP

Rookruimtes in de horeca zijn per direct verboden. De Hoge Raad bekrachtigde vrijdag een uitspraak van het gerechtshof, dat vorig jaar al oordeelde dat de rookruimtes in de horeca een „ongeldige uitzonderingspositie” hebben op het rookverbod in de horeca dat sinds 2008 van kracht is.

De belangenvereniging Clean Air Nederland (CAN) stelde een vordering tegen de staat in vanwege de uitzondering voor speciaal aangewezen rookruimtes. Volgens CAN is de wettelijke bepaling in strijd met een verdrag dat Nederland binnen de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft gesloten. Het gerechtshof gaf CAN daarin gelijk.

Ongeldig

De Hoge Raad bekrachtigde dit oordeel vrijdag. Volgens de hoogste rechter heeft de staat door deelname aan het WHO-verdrag de plicht om „effectieve maatregelen” te nemen tegen het blootstellen van burgers aan tabaksrook. Rookruimtes in de horeca passen daar volgens de Hoge Raad niet bij omdat niet-rokers, inclusief het horecapersoneel, zo toch kunnen worden blootgesteld aan tabaksrook. Daarom is de uitzonderingspositie voor rookruimtes ongeldig, aldus de Hoge Raad.

CAN-voorzitter Tom Voeten is blij met de uitspraak. „Rookruimtes bevorderden de rookcultuur in de horeca. We waren roken aan het stimuleren en faciliteren op een plek waar veel jongeren komen. Dat moet je niet doen als je naar een rookvrije generatie wil”, reageerde hij in de rechtszaal.

Het kabinet had al met de horeca afgesproken dat rookruimtes vanaf juli 2022 definitief dicht moesten. Die afspraak, uit het door staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid, ChristenUnie) gesloten Preventieakkoord, is met deze uitspraak van de Hoge Raad van tafel.

Niet direct handhaving

Het verbod wordt niet direct gehandhaafd, schrijft Blokhuis in een reactie aan de Kamer. „Handhaving van het verbod is praktisch niet van de ene op de andere dag in gang te zetten”, aldus de staatssecretaris. Wel schrijft Blokhuis dat hij „op korte termijn” in gesprek gaat met betrokken partijen, waaronder de horecasector en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), over de gevolgen van het vonnis. Medio oktober gaat hij de Kamer verder informeren.

Horeca: klap in het gezicht

Branchevereniging Koninklijke Horeca Nederland (KHN) noemt de uitspraak van de Hoge Raad „een klap in het gezicht van horecaondernemers” en noemt de impact van de uitspraak groot omdat er nog duizenden rookruimten in cafés en discotheken zijn. De KHN hoopt dat de overheid niet „als een dolle gaat handhaven en boetes gaat schrijven”.

De uitspraak markeert een nieuwe stap in het verbannen van roken uit de horeca. In 2014 ging ook al een streep door de uitzondering die kleine cafés als eenmanszaken zonder personeel op het rookverbod hadden.