Hoe een koffieketen de fiscale praktijk veranderde

Belastingdeals Een Nederlandse ruling gaf Starbucks te veel fiscaal voordeel, vond de EU. Nu blijkt dat oordeel onjuist. Maar de belastingpraktijk is wel aangepast.

Een filiaal van Starbucks Airport Shiphol.
Een filiaal van Starbucks Airport Shiphol. Foto Getty Images

Terwijl GroenLinks gratis koffie uitdeelde voor een Starbucksvestiging’ in Utrecht, toog de SP naar een zusterfiliaal in Amsterdam met een levensgrote kartonnen beker waarop „Geen zuivere koffie” stond. Ook cabaretier Arjen Lubach besteedde in zijn tv-programma aandacht aan de belastingontwijking door de Amerikaanse koffiemultinational. „Staarbuks”, stond consequent in beeld. „We hebben de naam verkeerd geschreven, want dat doen ze ook altijd bij ons”, refereerde Lubach aan de Starbucks-medewerkers die de naam van de klant bij een koffie-to-go fonetisch op de beker stiften.

Na diepgaand onderzoek oordeelde de Europese Commissie in 2015 dat Nederland een te gunstige belastingafspraak (ruling) met Starbucks had gemaakt. De koffiereus betaalde daardoor jarenlang te weinig belasting, aldus ‘Brussel’. Op die manier zou Nederland illegale staatssteun hebben verstrekt. „Onwettig”, vond Eurocommissaris Margrethe Vestager (Mededinging). „Alle ondernemingen, groot en klein, moeten hun eerlijke aandeel aan belasting betalen.”

Dinsdag haalde het Gerecht van de Europese Unie in Luxemburg een opvallende streep door dit oordeel. Volgens de rechters rammelt de berekening van de Commissie en is zij er „niet in geslaagd te bewijzen” dat de belastingafspraak met Starbucks neerkwam op staatssteun.

Dat is saillant. Met 25,7 miljoen euro was de vermeende staatssteun voor Starbucks relatief bescheiden, maar de impact van het Commissie-onderzoek was groot. „Starbucks heeft gewerkt als katalysator voor het belastingontwijkingsdebat in Nederland”, constateert fiscalist en onderzoeker Anna Gunn, verbonden aan de Universiteit Leiden en de Erasmus Universiteit Rotterdam. „Voor politici en maatschappelijke organisaties maakte het iets zichtbaar wat ze nog niet echt wisten.” Met als gevolg dat nu, ruim vier jaar later, de Nederlandse rulingpraktijk drastisch op de schop is genomen.

Troefkaart

Een ruling is een op maat gemaakte vertrouwelijke afspraak met de Belastingdienst. Die legt vooraf vast hoe Nederlandse belastingregels in de praktijk van dat bedrijf worden toegepast. Zo hebben multinationals houdster- en dochterbedrijven over de hele wereld die onderling handelen, geld uitlenen en elkaar royalty’s voor intellectuele eigendom in rekening brengen. Via zo’n ruling spreken bedrijf en fiscus af onder welke voorwaarden en tegen welke tarieven dat mag.

Onder fiscaal adviseurs aan de Amsterdamse Zuidas gelden rulings als ‘kroonjuweel’ van het Nederlandse belastingstelsel. Bedrijven houden van zekerheid, zeker als het gaat om hun ingenieus uitgedokterde fiscale constructies om zo min mogelijk belasting te betalen. Een ruling biedt die. Voor de staatsinstelling die belast is met het lokken van buitenlandse investeerders naar Nederland, de Netherlands Foreign Investment Agency, is de ruling wereldwijd een troefkaart. Rulings sluiten kan maar in enkele Europese landen.

Het probleem bij rulings ontstaat pas als ze worden gebruikt om interne prijzen vast te leggen die ‘de economische realiteit niet weerspiegelen’

Lees ook: ‘Nederland rolt de oranje loper uit’

De Europese Commissie liet rond de Starbucks-affaire weten niet principieel iets tegen zulke belastingafspraken te hebben. „Het is een administratieve brief waarin de belastingdienst een onderneming duidelijkheid verschaft over hoe de vennootschapsbelasting berekend zal worden.” Het probleem ontstaat pas als rulings worden gebruikt om interne verrekenprijzen vast te leggen „die de economische realiteit niet weerspiegelen”.

Bij Starbucks constateerde de Commissie dat de Belastingdienst toestond dat een Zwitserse dochter een „onterecht hoge prijs” voor koffiebonen rekende en dat royalty’s werden weggesluisd naar het Verenigd Koninkrijk. Zo drukte Starbucks Nederland de winst en hoefde het nauwelijks belasting te betalen.

Het Starbucks-nieuws zorgde in 2015 voor internationale ophef. Een sweetheart tax deal, zo noemde de Britse krant The Guardian de constructie. De ruling bleek onderdeel te zijn van een breder, slim bedacht belastingontwijkingsplan van Starbucks. In het Verenigd Koninkrijk leidde dat ertoe dat het bedrijf, ondanks omzetten van honderden miljoenen ponden, geen winstbelasting betaalde.

‘Zit ons niet dwars’

Door de Starbucks-zaak zette politiek Den Haag het spotlicht vol op een praktijk die tot dan toe nauwelijks aandacht had gekregen. Maar toch zag de Tweede Kamer weinig. Vanwege de fiscale en bedrijfsgevoelige informatie zijn rulings namelijk geheim. „En dat vonden politici niet leuk”, constateert Gunn.

CDA, ChristenUnie, GroenLinks en SP sloegen de handen ineen en eisten informatie over de afspraken tussen multinationals en de Belastingdienst. „Kabinet, zit ons niet langer dwars in controlerende taak”, luidde de kop boven een opiniestuk van Kamerleden van de vier partijen in de Volkskrant. Schoorvoetend organiseerde het kabinet een besloten briefing.

Door een combinatie van factoren bleef het thema hoog op de politieke en maatschappelijke agenda. Nederland kwam onder groeiende internationale druk vanwege zijn rol in allerlei belastingontwijkingsconstructies. Met het astronomisch hoge bedrag van 4.500 miljard euro dat via Nederlandse (brievenbus)firma's internationaal een weg zocht, stond het hoog op de verkeerde lijstjes.

De Europese Commissie vond nóg twee bedrijven waarmee Nederland te gunstige rulings zou hebben afgesproken: Ikea en Nike. Intussen zonnen de rijke landen die zijn aangesloten bij de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling – waaronder Nederland – op maatregelen tegen het internationale misbruik van mazen in fiscale wetten.

Maatschappelijke organisaties, wetenschappers en media onthulden de afgelopen jaren nog veel meer over de wijze waarop Nederland belastingontwijking faciliteert en hoe de fiscale lobby werkt van multinationals als Shell en Unilever. „Het was een smeltkroes. Al die zaken samen hebben voor een omslag gezorgd”, zegt Gunn. „Starbucks was een soort beginpunt.”

Slecht imago

Staatssecretaris Menno Snel (Financiën, D66) kondigde vorig jaar februari hervorming van de Nederlandse rulingpraktijk aan. Kort daarvoor had dagblad Trouw bericht dat bij een ruling voor Procter & Gamble de procedures niet waren gevolgd. Daardoor had de levensmiddelenreus 169 miljoen dollar belastingvoordeel gehad. Snel kondigde daarop aan ruim 4.000 rulings te laten onderzoeken. De uitkomst – „het afgeven van rulings is niet in alle gevallen foutloos verlopen” – greep hij aan om het rulingsysteem flink aan te pakken.

„Nederland had voor zichzelf een slecht imago gecreëerd en heeft heel duidelijk gezegd: daar willen we vanaf”, ziet belastingadviseur Bart Le Blanc van advocatenkantoor Norton Rose Fullbright. „Eigenlijk alles wat met agressieve fiscale structuren te maken heeft, wil men nu elimineren.”

Het gevolg is onder andere dat het Nederlandse rulingbeleid per 1 juli van dit jaar flink is veranderd. „Op tal van fronten heeft aanscherping plaatsgevonden”, zegt belastingadviseur Arjo van Eijsden van accountantsfirma EY. Zo worden rulings voortaan gepubliceerd (zij het geanonimiseerd), kunnen bedrijven met een Nederlands adres, maar zonder feitelijke activiteiten (de brievenbusfirma’s) geen ruling meer krijgen, en is het niet meer mogelijk afspraken te maken over constructies met ‘belastingparadijzen’ die op een Europese zwarte lijst staan. Bovendien worden afgesloten rulings voortaan met andere landen gedeeld.

Langere lijnen

Ook bij de Belastingdienst zelf is een en ander veranderd. Zo is de interne controle flink opgeschroefd. Internationale bedrijven moeten voor afspraken aankloppen bij het rulingteam van de Belastingdienst in Rotterdam, waar ze voorheen door twee inspecteurs afzonderlijk werden beoordeeld.

„De lijnen zijn tegenwoordig veel langer”, constateert belastingadviseur Van Eijsden. „Als je nu een ruling wilt, moet je eerst naar de inspecteur, die legt het voor aan een behandelteam en vervolgens moet het nog langs het nieuwe college internationale zekerheid.” Daardoor ontstaat meer discussie en duurt het veel langer voor een bedrijf een ruling krijgt – áls het die al krijgt. „Een ruling sluiten is ingewikkelder en moeilijker geworden”, ziet belastingadviseur Le Blanc.

Een ruling sluiten is ingewikkelder en moeilijker geworden

Bart Le Blanc belastingadviseur

Het gevolg is volgens Van Eijsden dat „door de toegenomen regelgeving, juridisering en uitvoeringsproblemen” veel minder bedrijven nog naar de Belastingdienst stappen voor een ruling. De fiscalist vindt dat zonde, hoewel hij de wijzigingen in het rulingbeleid begrijpt. Hij prijst de rechtszekerheid die een ruling biedt als „één van de verworvenheden van ons fiscale stelsel”.

Van Eijsden wijst erop dat niet alleen bedrijven belang hebben bij zekerheid vooraf over hun fiscale positie. Ook de Belastingdienst zelf, die met capaciteitsproblemen kampt, is daarbij gebaat. De controle van aangiftes van bedrijven zonder ruling is veel complexer. Van bedrijven mét ruling is immers al veel bekend.

Ikea en Nike

Of de nieuwe rulingpraktijk de aandacht van de EU voor Nederland doet afnemen, moet blijken. Er lopen nog wat zaken, en zelfs de streep onder de Starbucks-zaak is nog niet definitief. Tegen de beslissing van het Gerecht is nog beroep mogelijk bij het Europese Hof in Luxemburg.

De tik die de Europese Commissie deze week kreeg inzake haar Starbucks-oordeel, hield verband met de rekenmethode die ze hanteerde. Een cruciaal aspect dat het Gerecht wél intact liet, is dat de Commissie zich met rulings mag bemoeien – ondanks de fiscale soevereiniteit van EU-lidstaten. „Principieel gezien was de uitspraak gunstig voor de Commissie”, constateert Gunn. In andere fiscale onderzoeken hoeft de Commissie nu hooguit de manier aan te passen waarop zij wil aantonen dat bedrijven zijn bevoordeeld.

Dat geldt bijvoorbeeld voor de onderzoeken naar illegale staatssteun voor Ikea en Nike. Het gegunde belastingvoordeel aan meubelreus en sportartikelmaker zou naar verluidt vele malen hoger liggen dan bij Starbucks. Le Blanc: „Dat zijn inhoudelijk andere zaken met een andere argumentatie. Het is voor Nederland nog niet afgelopen.”