Hbo-promovendi, zitten werkgevers daar op te wachten?

Hogescholen De hogeronderwijskoepels willen meer masteropleidingen op het hbo en het ook mogelijk maken om er te promoveren.

Collegezaal van de Universiteit van Amsterdam.
Collegezaal van de Universiteit van Amsterdam. Foto BART MAAT/ANP

Ger Baron hoopt dat ze er snel komen, de promotieonderzoekers op hogescholen. Baron is chief technology officer van de gemeente Amsterdam en hij heeft al talloze thema’s klaarliggen die deze praktijkgerichte promovendi kunnen onderzoeken. Zoals: hoe moeten laadpalen voor elektrische auto’s door de stad worden verspreid? Hoe kun je omgaan met de groeiende dagelijkse stroom postpakketjes? En hoe kan de afvalscheiding verder worden verbeterd?

Baron is dus blij dat de Vereniging Hogescholen en Vereniging van Universiteiten vrijdag een gezamenlijk voorstel deden voor hbo-tegenhanger van de Doctor of Philosophy-titel (PhD). De hogeronderwijskoepels willen ook het aanbod van hbo-masteropleidingen vergroten.

In Nederland zijn er relatief weinig gepromoveerden, schrijven de onderwijskoepels in hun voorstel. „Bovendien leiden we in vergelijking met bijvoorbeeld Duitsland, binnen het hbo weinig professionele masters op.”

Hoe erg is dat? Heeft de arbeidsmarkt meer promovendi nodig? Harde cijfers zijn moeilijk te vinden. „Ik ken geen studies naar de vraag of we meer of minder promovendi nodig hebben”, zegt hoogleraar arbeidsmarkt Didier Fouarge (Universiteit Maastricht). Wel blijkt uit onderzoek dat bezitters van een PhD-titel op den duur iets meer verdienen dan mensen met een masterdiploma.

Ook de landelijke werkgeverskoepels reageren terughoudend. Zij hebben nog niet gehoord dat werkgevers „zitten te wachten” op hbo-promovendi, zegt Gertrud van Erp, secretaris onderwijs van VNO-NCW en MKB-Nederland. „Maar ik wil het voorstel eerst rustig bestuderen voordat ik verder reageer.”

Technische sector enthousiast

In de technische sector wordt wel enthousiast gereageerd. Niet alleen de technisch directeur van Amsterdam juicht het plan toe, ook brancheorganisatie TechniekNL is er blij mee. „Er gaan te veel jongeren richting de wetenschap die daar niks te zoeken hebben”, zegt Doekle Terpstra, voorzitter van de werkgeversvereniging voor de installatiebranche. „Tegen iedereen die een praktische beroepshouding heeft, zou ik willen zeggen: ga zo’n hbo-master of -promotie doen.”

Terpstra stoort zich al langer aan de „hiërarchie” in het Nederlandse onderwijs. Wie na het hbo wil doorleren moet ‘omhoog’, richting het veel theoretischer wetenschappelijk onderwijs. „Maar daar zit de arbeidsmarkt helemaal niet op te wachten”, volgens Terpstra. „En studenten zelf ook vaak niet.”

Waar werkgevers dan wél behoefte aan hebben? Praktische onderzoekers, zeggen Terpstra en Baron.

Nu werkt de gemeente Amsterdam al samen met promotieonderzoekers van universiteiten, zegt Baron. „Maar daar merk ik dat de theorie en de praktijk vaak nog ver uit elkaar liggen. Hun onderzoek is vaak abstracter en theoretischer dan de vragen die wij hebben.”

Baron zou graag een hbo-promovendus laten kijken naar de verspreiding van laadpalen door de stad. „Er zullen de komende jaren duizenden van die dingen bij komen. Maar waar moeten we die neerzetten? Wat voor type moet dat zijn? Kan het energienet dat wel aan? En hoe stimuleren we mensen om hun auto bij de laadpaal weg te halen zodra die is opgeladen?”

Mensen met zulke praktische onderzoeksvaardigheden zullen populair worden op de arbeidsmarkt, verwacht Baron.

Upgrading van installatiebranche

Ook in de installatiebranche wordt onderzoek belangrijker, ziet Terpstra. „Van oudsher werkten hier veel vmbo’ers en mbo’ers, maar de sector is aan het upgraden.” Installateurs bevestigen niet meer alleen cv-ketels, maar ontwerpen ook volledig ‘slimme huizen’ met bijvoorbeeld een zelflerende thermostaat en een op afstand bedienbare oven. Die ontwikkelingen gaan snel, zegt Terpstra. „Daarom hebben we nu meer kennis en onderzoek nodig.”

De hbo-masters en -promotietrajecten zouden het hbo ook aantrekkelijker moeten maken voor vwo-scholieren. Een dalend aantal vwo’ers kiest voor het hbo, constateren de onderwijskoepels in hun voorstel. „Terwijl een deel van die studenten later alsnog besluit beter op zijn plek te zijn in het hbo.”

De universiteiten en hogescholen willen uitstralen dat hun opleidingen „gelijkwaardig, maar verschillend” zijn. En ze willen het makkelijker maken voor studenten om zonder tijdverlies te wisselen tussen een studie op academisch en hbo-niveau.

Een mooi begin, volgens Terpstra, maar ook het mbo en hbo moeten beter samenwerken. „Lange tijd hebben we het beroepsonderwijs tekortgedaan. Nu wordt het tijd om álle stapelroutes efficiënt te organiseren.”

Lees ook: universiteit kort alfastudies niet