Geeft bier na wijn inderdaad zoveel venijn?

Durf te vragen Maakt het uit met welke drank je begint bij een drinkgelag?

Foto Getty Images

Het gezegde ‘bier na wijn geeft venijn – wijn na bier geeft plezier’ is niet zozeer een volkswijsheid die gestoeld is op fysiologische ervaringen, maar heeft zijn oorsprong in sociaal-historische context. Je moet het niet al te letterlijk nemen: bier staat voor armoe en wijn voor rijkdom. Ga je omhoog op de sociale ladder, dan zit je goed, maar eraf betekent ellende. Dat schreef Menno Steketee al in 1999 in deze krant. „De uitwerking van drank is notoir slecht te vangen in dit soort quasi-wetenschappelijke wetten”, aldus Steketee.

Niettemin vonden Duitse en Britse onderzoekers het nog de moeite waard om het gezegde op fysieke waarheid te toetsen in een volgens de regelen der kunst opgezet „gecontroleerd gerandomiseerd kruislings uitgevoerd blootstellingsexperiment”. De resultaten publiceerden ze in februari in The American Journal of Clinical Nutrition. In het Engels luidt het gezegde: ‘beer before wine and you’ll be fine – wine before beer and you’ll feel queer’, en in het Duits: ‘Bier auf Wein, das lasse sein. Wein auf Bier, das rat ich dir.’ Zo’n negentig vrijwilligers werden willekeurig ingedeeld in drie groepen, waarbij er wel op werd gelet dat leeftijd, man-vrouwverhouding en lichaamsgewicht ongeveer gelijk waren. Een groep kreeg eerst ruim een liter bier te drinken en dan dik een halve liter witte wijn, een tweede groep eerst wijn dan bier en de derde groep (de controlegroep) de hele avond bier (gemiddeld 2,6 liter) of wijn (1,2 liter).

Ademtest met een blaaspijpje

Het moment van wisselen van dranksoort werd bepaald door een ademtest met een blaaspijpje, evenals het einde van het drankgelag. De grenzen lagen bij een alcoholconcentratie van 0,6 promille en 1,2 promille. Daarna konden de deelnemers ‘op lokatie’ en onder supervisie van een arts naar bed. Een week later werd het experiment met dezelfde mensen herhaald maar dan in omgekeerde volgorde. Op die manier waren de deelnemers hun eigen referentie.

Bij de analyse bleek de drankvolgorde de intensiteit van de kater de volgende morgen niet significant te beïnvloeden, en ook was er geen verschil met de kater van de controlepersonen die de hele avond alleen wijn of alleen bier hadden gedronken. Die uitkomst was verwacht: de consensus onder alcoholonderzoekers was immers al dat het er voor de uitwerking van alcohol op het lichaam veel minder toe doet wat je precies aan alcoholica drinkt, maar veel meer hoeveel je ervan drinkt. Er was in de wetenschap eigenlijk geen dringende behoefte aan gedegen experimenteel bewijs hiervoor, maar de onderzoekers hadden ook een educatief doel voor ogen: hoe zet je een zorgvuldig gecontroleerd wetenschappelijk experiment op?

Vaker overgeven

In de marge leverde de studie toch ook nog wel aardige inzichten op. De kater van vrouwen was vaak heviger dan die bij mannen; zij moesten als gevolg daarvan ook vaker overgeven.

Uit de gegevens blijkt ook dat mensen in de controlegroep die alleen wijn dronken een stuk eerder beneveld raakten dan proefpersonen die alleen bier dronken. Dat heeft waarschijnlijk te maken met het hogere alcoholpercentage van wijn, 11 procent, vergeleken met de 5 procent van het bier. Dat geeft een hogere alcoholconcentratie in maag en darm, waardoor het sneller in het bloed wordt opgenomen.

Wekelijks zoekt de redactie wetenschap het antwoord op een veelgestelde vraag. Ook een vraag? durftevragen@nrc.nl