Opinie

Budgetneutraal kruidenieren

Robbert Dijkgraaf

Stel dat na de rampzalige aardschokken in Groningen veroorzaakt door jarenlange lucratieve gaswinning, de regering had gezegd: „Dit serieuze probleem gaan we oplossen door gelden weg te halen bij de dijkbeveiliging in Zeeland. Dan lopen die Zeeuwse polders maar onder.” De kranten zouden vol staan met opiniestukken over het belang van de Deltawerken en hoe Nederland gevormd is door de eeuwenlange strijd tegen overstromingen.

Dit belachelijke scenario zal gelukkig nooit plaatsvinden. Alle provincies zijn de regering even lief en in geval van nood is er extra geld. Toch is dit precies hoe kabinet en Kamer de acute nood bij de bèta-opleidingen aanpakken, waar de infrastructuur de plotselinge groei van studenten niet kan verwerken. Op advies van de commissie-Van Rijn worden de benodigde gelden nu weggehaald bij de andere studies. Het gat bij de bèta’s wordt gevuld door de polders onder te laten lopen bij de alfa’s en gamma’s.

De reacties zijn voorspelbaar. Er zijn vlammende stukken verschenen die het belang van de geesteswetenschappen en andere „nutteloze studies” uitlichten, vorige week nog in deze krant in een prachtig betoog van Bas Heijne. Ook wijzen velen op de innige verstrengeling van de disciplines, zeker waar het maatschappelijke toepassingen betreft zoals duurzaamheid, klimaatverandering of kunstmatige intelligentie. U kent wellicht het gezegde: de wereld heeft problemen, de universiteit faculteiten. De algemene universiteiten hebben toegezegd voorlopig hun vingers in de dijk te steken en de bedreigde vakken te beschermen.

Afgebladerde practicumlokalen

Ik onderschrijf al deze betogen van harte, maar met twee kanttekeningen. Ten eerste hoor ik dergelijke pleidooien voor het ‘nut van nutteloos onderzoek’ ook graag bij mooi weer, als er geen serieuze bezuinigingen worden aangekondigd. Ten tweede doen deze oproepen niets af aan de serieuze nood bij de bèta-opleidingen. Na jarenlang roepen dat er grote behoefte is aan afgestudeerden in deze richtingen, worden de studenten nu ontvangen in overvolle collegezalen en afgebladerde practicumlokalen. Ik kan mij nog de doemscenario’s herinneren van begin jaren negentig toen de aanmeldingen in vrije val waren. Op mijn wiskunde-instituut berekenden we dat over tien jaar de laatste student het licht kon uitdoen. Nu staan de cijfers ruim boven het hoogwaterpeil van veertig jaar geleden. Reden voor een feestje, maar niet op kosten van de buren.

Misschien vraagt u zich af hoe deze problematiek elders wordt aangepakt, bijvoorbeeld in de Verenigde Staten. Daar zien we een nog spectaculairdere aanwas van studenten in „nieuwe” technische studierichtingen zoals AI, robotica en klimaatstudies. Hoe gaan topuniversiteiten als Princeton met deze vraag om? Ik zal u een publiek geheim verklappen. De enige werkbare en duurzame oplossing die ik ken, waar dan ook ter wereld, is groei. Niemand bouwt een nieuwe vleugel aan de academie uit de brokstukken van een oude. De naïeve Nederlandse zero-sum-benadering wordt als volstrekt onhaalbaar kruideniersbeleid gezien. Heeft u wel eens een cadeautje aan een kind gegeven door het af te pakken van een ander? Veel plezier!

Een betere telefoon

Dat de wetenschap en het hoger onderwijs groeien, zowel in studentenaantallen als budgetten, is iets waarover we ons juist zouden moeten verheugen. Het is een gevolg van het toenemend belang van onderzoek. Een steeds groter deel van ons leven en onze toekomst vereist inhoudelijke kennis. De kosten worden uiteindelijk ruim terugverdiend door de resulterende groei in welvaart en welzijn. Sterker nog, er is geen duurzame toekomst als we niet ruim investeren in nieuwe technologieën en inzichten. De vraag vanuit de studenten zal dan ook niet weggaan.

Het is goed die investeringen in perspectief te plaatsen. De rijksoverheid geeft zo’n 7 miljard euro per jaar uit aan de universiteiten, de zogeheten eerste geldstroom. Zet dat bedrag eens naast de omzet van een enkele Amerikaanse topuniversiteit, bijvoorbeeld Stanford dat jaarlijks 6,5 miljard dollar uitgeeft. Of Apple. Dit jaar spendeert het bedrijf 14 miljard dollar aan onderzoek, ongeveer evenveel als de totale uitgaven hieraan van overheid én bedrijfsleven in Nederland – voor een betere telefoon, niet voor een betere samenleving!

Ik vind het jammer dat de disciplines nu zo keihard tegen elkaar worden uitgespeeld. Zo’n academisch kooigevecht kent uitsluitend verliezers. Ik lees dat we geen vakspecialisten maar generalisten nodig hebben, dat de toekomst geen technici maar filosofen vraagt. Dit zijn allemaal schijntegenstellingen. Het is niet óf-óf, maar én-én. We debatteren toch ook niet of er violisten of slagwerkers moeten worden opgeleid voor een symfonieorkest? Niemand wil Beethovens Vijfde horen met uitsluitend triangels.

Ik denk dat weinigen in de academische wereld serieus rekening hielden met de ijskoude budgetneutrale boekhoudersmentaliteit van dit kabinet. Men hoopte op extra middelen. We zullen zien hoe dit afloopt. Voorlopig is er alleen nog maar een extra korting aangekondigd op Prinsjesdag. Ik hoop van harte dat de alfa’s hun voeten drooghouden. Maar ondertussen zitten de bèta’s nog wel met barsten in hun laboratoria.

Robbert Dijkgraaf is directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton.