‘Als ik een nest heb, is het wel even druk’

Spitsuur Zes jaar geleden scheidde bassetfokker Carla Gerber (78). „Ik hoef geen vent meer. Ik heb er vijftig jaar een gehad”, zegt ze. Maar een leven zonder honden is ondenkbaar voor haar. „Zonder hond ben ik er geweest.”

Carla Gerber: „Het gaat mij om mooie honden fokken. Ik doe zo’n twee keer per maand aan een wedstrijd mee. Ik win niet altijd, maar wel vaak. Daar doe ik het voor, denk ik, da’s mijn doel. Dat, en mooie honden aan mensen in binnen- en buitenland verkopen.
Carla Gerber: „Het gaat mij om mooie honden fokken. Ik doe zo’n twee keer per maand aan een wedstrijd mee. Ik win niet altijd, maar wel vaak. Daar doe ik het voor, denk ik, da’s mijn doel. Dat, en mooie honden aan mensen in binnen- en buitenland verkopen.

Carla: „Ik denk dat er niet veel mensen zijn die al vijftig jaar honden fokken. Ik fok het langste en ben de oudste fokker van het Basset Hound-hondenras in Nederland. Het klinkt heel afgezaagd, maar alles in mijn leven draait om honden.

„Ik werk niet de hele dag. Het eerste wat ik doe als ik opsta, is de honden voeren. Dan lees ik een krantje, eet een boterham, en ga ik in de kennel aan het werk. Of ik poets, of werk in de tuin. Ik kom de dag wel door. Alleen ’s avonds, voor de tv, kan ik echt stilzitten. De avond is van mij. Niemand die aan mijn hoofd zeurt. Dan kijk ik met de honden op de bank mijn series, of een film. Ik neem het allemaal op, want ik val nog wel eens in slaap.

„Ik heb zo’n driehonderdvijftig nesten gefokt in mijn leven. Vroeger had ik iedere maand een nest, dus twaalf nesten per jaar. Nu heb ik er meestal twee per jaar. Het fokken zelf kun je niet plannen. Een van mijn teven had twee maanden geleden loops moeten zijn. Nu zul je zien dat een andere teef tegelijk loops wordt. Ach, twee nesten tegelijk kan ik nog wel aan.

„Als ik een nest heb, is het wel even druk. Ik ga de eerste paar dagen na de geboorte nooit ver weg, en slaap naast het nest op de bank. Dan kijk ik hoe het gaat, want een teef gaat nog wel eens op een pup liggen. Dan drukt ze de lucht eruit, en is hij meteen dood. Omdat ik alleen ben, kan ik ook niet tegen iemand zeggen: ‘kom jij nu even bij de kist zitten’. Maar ik doe wat ik kan.

„Het gaat mij om mooie honden fokken. Ik doe zo’n twee keer per maand aan een wedstrijd mee. Ik win niet altijd, maar wel vaak. Daar doe ik het voor, denk ik, da’s mijn doel. Dat, en mooie honden aan mensen in binnen- en buitenland verkopen. Ik heb over de hele wereld honden zitten die worden geshowd. Dat ze het goed doen, geeft voldoening.

„Ook ben ik hondenkeurmeester, normaal doe ik dat zo’n twee keer per jaar. Dit jaar werd ik ineens vaker gevraagd. Ze denken vast: ‘goh het mens wordt oud, straks is ze er niet meer.’ Zo ben ik naar tentoonstellingen in Australië, Schotland, Engeland en Zweden geweest. En volgend jaar mag ik de wereldtentoonstelling doen in Madrid, de kroon op mijn werk. Vaak neem ik een vriendin mee die fokt. Dan is het nog gezellig ook.”

Op slag verliefd

Carla: „Ik wilde als kind al een hond, maar mijn familie was niet van de honden. Toen ik van de middelbare school kwam, heb ik bij hondenkennels van anderen gewerkt. Eerst nabij Breda, daarna op verschillende plaatsen in Duitsland. Toen ik terugkwam, op mijn 22ste, ben ik getrouwd. En op mijn 25ste had ik drie kinderen. Dat was toen normaal. Ik trimde honden en had af en toe een nestje.

„Toen ik 29 was, begon ik pas echt met fokken. Mijn man kwam een keer thuis en zei: ‘ik heb nou toch een leuke hond gezien, een Basset Hound’. Toen zijn we daar gaan kijken, ik was op slag verliefd. We kochten een huis met een hectare grond bij Maastricht, en begonnen een heel groot honden- en kattenpension plus fokkerij.

„Mijn man werkte als elektricien, ik deed de honden. Ik was dag en nacht bezig. We hadden zelf veertig fokhonden, ’s zomers kwamen daar honderdveertig honden en zestig katten bij. Het meeste deed ik alleen. Dat heb ik twintig jaar gedaan.

„We hebben ook, toen de kinderen volwassen waren, negen jaar een pension in Frankrijk gehad. Een paar maanden voordat we vijftig jaar getrouwd waren, zijn we gescheiden. Dat is nu zes jaar geleden. Ik ben er vandoor gegaan met mijn honden.

„Dat was de rotste tijd uit mijn leven. Het scheiden was geen punt, maar toen ik terugging naar Nederland en een huis zocht, moest ik overal zeuren of ik mocht blijven slapen. Vorig jaar is mijn ex in zijn slaap overleden. Twee weken daarvoor hadden we voor het eerst weer gepraat, en daar ben ik nu blij om.

„Ik hoef geen vent meer. Ik heb er vijftig jaar een gehad, nu ga ik vijftig jaar zonder. En daarna kijk ik wel weer. Ik vind het heerlijk in mijn eentje, dat had ik niet gedacht.”

Nieuwe schouder

Carla: „Tot mijn 75ste dacht ik makkelijk 95 jaar te worden. Dat denk ik nu niet meer. Ik moet eigenlijk een nieuwe schouder hebben. Dat kan dus niet, want dan ben ik vier maanden uit de roulatie. Maar ik stop pas met fokken als ik niet meer kan. Ik zou niet zonder hond kunnen leven. Zonder hond ben ik er geweest.

„Mijn familie verklaart me voor gek. Jarenlang zeiden ze: ‘je bent 65 geweest, hou maar eens op met honden fokken’. Weet je wat er dan gebeurt? Dan hang ik steeds aan de telefoon, en vraag ik wanneer ze eens op bezoek komen. Laat mij maar lekker die honden doen, dan heb je geen last van mij.

„We zien elkaar nu een paar keer per jaar, op verjaardagen en met Kerst. Daar hebben we allemaal genoeg aan. Misschien hadden mijn kleinkinderen graag meer ‘oma’ gehad. Ik heb nooit een band met ze opgebouwd. Toen we terugkwamen uit Frankrijk, waren ze al best oud. Maar ja, ik vind het niet heel erg. Ik ben toch meer een hondenmens.”