AlFitrah-moskee: eerst niet, nu toch sektarisch

Verwey-Jonker Instituut Het onderwijs in de Utrechtse alFitrah-moskee voedt radicalisering, stelt het Verwey-Jonker instituut. Eerder keurde het de lessen juist goed.

Het pand van de Stichting AlFitrah
Het pand van de Stichting AlFitrah Foto Martijn Beekman/ANP

Van professionele koranschool tot problematische sekte. Het Verwey-Jonker Instituut is in drie jaar tijd drastisch van mening veranderd over het onderwijs in de alFitrah-moskee in Utrecht.

Het onderzoeksinstituut dat in 2016 de lessen van alFitrah „pedagogisch verantwoord” noemde, concludeert vrijdag in een nieuw rapport dat de moskee kinderen leert zich af te sluiten van de Nederlandse samenleving en daarmee een voedingsbodem vormt voor radicalisering.

Lees ook: In de koranschool leren kinderen dat Nederland niet hun land is

AlFitrah is een van de grootste salafistische moskeeën van Nederland, met twee koranscholen waar kinderen en jongvolwassenen de fundamentalistische islam krijgen aangeleerd. Na jaren van controverse is nu voor het eerst door onderzoekers vastgesteld dat de organisatie voeding geeft aan radicalisering, en zelfs sektarische en anti-democratische tendensen kent.

Alleen: hoe kan het dat hetzelfde Verwey-Jonker Instituut nog maar drie jaar geleden andere conclusies trok over dezelfde moskee?

Al vier keer kreeg het gerenommeerde instituut opdracht van de overheid om informele koranscholen te onderzoeken. Steeds gebeurde hetzelfde: moskeeën gaven de onderzoekers slechts beperkt toegang tot het gegeven onderwijs. Maar kan een onderzoeker zijn werk wel doen als de onderzochte instantie maar gedeeltelijk meewerkt?

Moeilijk bereikbare groepen

Met meer dan vijftig werknemers is Verwey-Jonker het voornaamste bureau dat in opdracht van overheden onderzoek doet naar ‘maatschappelijke vraagstukken’. Een van haar specialisaties is, volgens de website van het instituut, „moeilijk bereikbare bevolkingsgroepen”.

Zo’n tien jaar geleden ontvangt de gemeente Rotterdam signalen over lijfstraffen in koranscholen. Verwey- Jonker wordt ingeschakeld om te kijken hoe het zit. In de El Wahda-moskee zijn de onderzoekers welkom bij Arabische lessen – maar niet bij de koranles. Leerlingen vertellen de onderzoekers dat zij juist tijdens de koranles worden geslagen met een meetlat, staat in een gespreksverslag in het rapport. De onderzoekers laten het signaal voor wat het is, en vermelden het niet in de samenvatting en conclusie van het onderzoek. De slotsom van de studie is dat leerlingen níet worden geslagen.

Lees ook: ‘Allah verafschuwt seks tussen mensen van het eigen geslacht’

In 2017 onderzoekt Verwey-Jonker moskee-onderwijs in Amsterdam-West, waaronder de El Tawheed-moskee. Uit recent onderzoek van NRC en Nieuwsuur blijkt dat kinderen in deze moskee les krijgen uit boekjes met daarin meerkeuzevragen over lijfstraffen en vijandbeelden van ongelovigen. Verwey-Jonker ontvangt in 2017 alleen de Arabische taallesboekjes van El Tawheed en concludeert dat de visie van de moskee is: „Respectvol omgaan met de medemens”.

„We hebben het lesmateriaal niet bekeken”, zegt Ahmed Hamdi, die het Verwey-Jonker-onderzoek in 2017 uitvoerde. „De insteek van ons onderzoek was positief: waarin kan de gemeente de moskeeën ondersteunen? Het was niet de bedoeling om te kijken naar de inhoud van het lesmateriaal.” Het desbetreffende rapport vermeldt echter dat het onderzoek is bedoeld om „inzicht” te krijgen in „het curriculum, gebruikte materialen en methodiek” van de koranscholen.

Een reeks voorwaarden

AlFitrah krijgt in 2016 Verwey-Jonker over de vloer. Er is onrust in de Utrechtse gemeenteraad na een publicatie van NRC, waarin staat dat jongeren in de moskee leren zich af te keren van ongelovigen en van de Nederlandse samenleving. Burgemeester Jan van Zanen roept de moskee op het matje en dwingt het onderzoek af.

De studie van Verwey-Jonker richt zich uitsluitend op lessen aan de jongste kinderen. Om alFitrah over te halen om mee te werken, gaan de onderzoekers akkoord met een reeks voorwaarden die de moskee stelt. AlFitrah bepaalt welke lessen mogen worden bijgewoond, met welke ouders en leerlingen de onderzoekers mogen spreken én zit erbij als de gesprekken worden gevoerd.

Verwey-Jonker concludeert dat de leerlingen „positief” zijn over de lessen die aan „belangrijke pedagogische maatstaven” zouden voldoen. Het onderzoek schetst eventuele positieve en negatieve gevolgen van het onderwijs, die meestal tegenstrijdig aan elkaar zijn. Zo zou alFitrah zorgen voor meer baankansen doordat het inzet stimuleert, maar ook voor minder baankansen omdat het leerlingen conservatieve normen aanleert. De lessen zouden eveneens kunnen leiden tot betere én slechtere schoolresultaten, en tot meer én minder vertrouwen bij leerlingen in hun toekomst in Nederland. Of de eindbalans positief of negatief is, laat het rapport in het midden.

Als Verwey-onderzoeker Ahmed Hamdi het rapport bij de gemeenteraad van Utrecht komt toelichten, vragen de raadsleden hoe het nu zit met die afkeer van ongelovigen, die alFitrah zou uitdragen. Dat is Verwey-Jonker in haar onderzoek niet tegengekomen, zegt Hamdi tegen de raad.

De gemeenteraad vertrouwt de uitkomsten niet en vraagt om een nieuw onderzoek. Weer wordt Verwey-Jonker geselecteerd. Het instituut kiest nu voor een andere aanpak en trekt meer dan een jaar uit om vijftig mensen te vinden die te maken hebben met het onderwijs van alFitrah. Zo spreken ze ouders die hun dochter van de koranschool haalden, omdat ze opeens buren niet meer wilde groeten. Ze spreken een ex-leerling die in de lessen angst voor vrouwen ontwikkelde. Hij durfde de verkoopster bij de bakker niet meer aan te kijken. Een basisschooldocent ziet dat kinderen die les volgen bij alFitrah andere kinderen aanspreken als zij bijvoorbeeld salami op hun brood hebben, of weigeren een ‘ongelovige’ als eerste te groeten. Ook krijgen zij te horen dat de moskee mensen ontmoedigt aangifte te doen tegen mede-moslims (omdat dit ‘verraad’ zou zijn) en illegale polygame huwelijken faciliteert.

Suhayb Salam, imam en stichter van de alFitrah-moskee in Utrecht. Foto Robin van Lonkhuijsen

‘Bruisende organisatie’

Net als in hun vorige rapport benoemen de onderzoekers ook veel positieve zaken over de moskee. AlFitrah is „een bruisende organisatie” die een „veilig thuis biedt” aan jonge moslims, „positief” bijdraagt aan hun „cognitieve-, moreel-religieuze- en psychosociale ontwikkeling” en „maatschappelijke participatie”, leerlingen stimuleert om „goed te presteren op school en werk en om een bijdrage te leveren aan de maatschappij”, en „positief” uitwerkt op het gebied van „identiteit en weerbaarheid”.

Tegelijkertijd stellen de onderzoekers dat alFitrah „angstgevoelens”, „wantrouwen en zelfuitsluiting” in de hand werkt, een „voedingsbodem voor radicalisering is in de richting van extremisme” door het „aanwakkeren van wij-zij gevoelens” en door een „gesloten houding jegens andersdenkenden en negativiteit ten opzichte van de democratische rechtsstaat” bijdraagt aan „ongelijkwaardigheid” en „risico’s” oplevert voor de „rechtsorde”.

Dit keer trekken de onderzoekers wel een conclusie: de negatieve invloeden „overschaduwen” de positieve.

Veel ‘nieuwe’ bevindingen waren tijdens het eerste onderzoek al bekend. Bijvoorbeeld de strikte scheiding tussen jongens en meisjes. Hieraan geven de onderzoekers nu een andere interpretatie. De scheiding leidt niet langer tot een „mogelijk risico”, zoals in het eerste rapport, maar tot een „zeer beperkte mogelijkheid tot arbeidsparticipatie”. Ook een video waarin alFitrah-oprichter en imam Suhayb Salam schetst hoe kinderen moet worden geleerd zich af te keren van de ongelovige samenleving was al bekend, maar dient pas in het tweede rapport als bewijs dat de boodschap van alFitrah „lijnrecht ingaat” tegen „democratische beginselen”.

Zo vinden NRC en Nieuwsuur nog verschillende andere preken en lessen van alFitrah met een soortgelijke boodschap, die al vóór 2016 online te vinden waren. Op de website van alFitrah staat een overzicht van lesboeken voor de jongerenlessen. In een van de lesboeken over ‘reiniging’, geschreven door imam Suhayb Salam zelf, staat dat de islam „wel degelijk” vrouwenbesnijdenis kent, en dat verschillende geleerden tot dat oordeel zijn gekomen. De onderzoekers raadpleegden het lesmateriaal en de vrij beschikbare lessen en lezingen in eerste instantie niet.

Waarom niet?

Onderzoeksleider Ahmed Hamdi: „De insteek van het eerste onderzoek was anders. Wij keken puur naar de manier van lesgeven. Dit keer hebben we meer gekeken naar de risico’s van de lessen.”

Had u op basis van wat er in 2016 al bekend was niet dezelfde conclusie kunnen trekken?

„Achteraf is het altijd makkelijk praten. Als je toen had geweten wat je nu weet, was het misschien makkelijker geweest.”

Maar u had het toen al kúnnen weten: alles stond online.

„U vroeg naar waarom wij nu veel hardere uitspraken hebben kunnen doen. Dat is omdat wij dus veel meer materiaal hebben kunnen vinden, vanuit vijftig mensen die wij hebben gesproken die allemaal zicht hebben op deze organisatie. Dat maakt dat wij op basis van risico’s en negatieve invloeden er veel hardere uitspraken over kunnen doen.”

Lees ook: Imams: 'Zo onderwijs je de islam niet'

Hoe kijkt u nu naar uw eerste studie?

„Wij zien geen tegenstelling met de tweede. Wij wezen er toen ook al op dat er risico’s zijn verbonden aan de lessen.” 

Uw eerste conclusie was dat de lessen „pedagogisch verantwoord” zijn, nu stelt u dat de lessen intimiderend zijn, sektarische trekken vertonen en mogelijk zelfs de rechtsstaat bedreigen. Dat kan toch niet allebei waar zijn?

„Het ligt eraan wat je verstaat onder ‘pedagogisch verantwoord’. Ik vind nog steeds dat alFitrah op belangrijke onderdelen pedagogisch goed is ingericht. De kwetsbaarheid zit vooral in de inhoudelijke boodschap.”