Wandeling langs die arme, vieze Rotte

Stadsvernieuwing

De Rotte is liefdeloos behandeld – Rotterdam is wederopgebouwd met de rug naar deze rivier. Maar nu loopt er een ambitieus project; hoe staat het daarmee?
Vanaf de Stokvisbrug
Vanaf de Stokvisbrug Foto’s Walter Herfst

Het gedicht is romantischer dan de plek. Het verhaalt van het viaduct over de Rotte, waar een meisje in de trein en een jongen in een auto overheen zoeven, terwijl eronder een fietser tegen de regen schuilt. Het water van de Rotte voert hun verhalen mee, dwars door de stad, totdat de Nieuwe Maas ze meeneemt – terug naar zee.

Een ode aan de Rotte op een punt waar er aan de rivier weinig te genieten valt. Behalve fietsers schuilen er ook vogels, hun uitwerpselen bedekken het water met een laagje drab. Hier komt de Rotte echt de stad in, de stad die ze haar naam heeft geschonken. Dankbaar heeft Rotterdam zich nooit getoond. De stad heeft haar rigoureus omgelegd, gedempt, de rug toegekeerd, laten vervuilen – net zoals het uitkwam.

In deze stiefmoederlijke behandeling is een kentering in gekomen. In Rotterdam is doorgedrongen wat in zoveel andere steden gemeengoed is: dat water bijdraagt aan een aantrekkelijke, levendige stad. Dat de rivieren „het goud van deze stad zijn”. Sinds 2015 steekt de gemeente er serieus geld in: het moet weer leuk worden om langs de Rotte en de Maas te wandelen, te fietsen en een terrasje te pakken. Het huidige college zet dat beleid voort met het Programma Rivieroevers Rotterdam 2019-2022, waarvoor 2,6 miljoen euro voor is uitgetrokken.

We maken een wandeling langs de Rotte om te zien wat er al van het programma is terechtgekomen en wat er nog te gebeuren staat. We beginnen bij het gedicht, op het punt waar de rivier Hillegersberg verlaat, het Noorderkanaal kruist en onder de Gordelwel/Boezemlaan door Crooswijk binnenstroomt.

In het stuk daarvoor, vanaf de oorsprong bij Moerkapelle, langs de Rottemeren en het Lage Bergse Bos tot aan de Bergse Voorplas, ligt het probleem niet. Daar kronkelt de rivier door een landelijk gebied, zij het dat bebouwing nooit ver weg is. Hier is de Rotte niet het zorgenkindje dat ze in het centrum wel is.

Kanovaart

Op de Soetendaalsekade zien we iets nieuws. Voor Eetcafé Trefpunt en Café Rottezicht ligt een splinternieuwe vlonder. Dit moet een pleisterplaats worden voor de recreatievaart die van de kant van Hillegersberg de stad in komt, of er andersom juist uitgaat. Het hele stuk langs de Crooswijkse Bocht wordt daarvoor ingericht, zoals op een toekomstschets van de gemeente te zien is; een houten kade over de gehele lengte van de buitenbocht, waar een stelletje net uit de watertaxi stapt. In de verte is wat groen te zien, het ‘begaanbaar wild’, ofwel beplanting waar bezoekers doorheen kunnen wandelen.

Nu liggen daar nog enkele oude stukjes uitbouw, kennelijk van een eerdere poging om de oever op die plek op te leuken, en nu helemaal overwoekerd met onkruid. De oude smeedijzeren poort aan de waterkant van begraafplaats Crooswijk wordt weer in gebruik genomen waardoor, we citeren de gemeente, „begraven over water mogelijk wordt”.

Het Stokviswater is het verlengde van de Rotte Walter Herfst

Een rouwstoet op de Rotte zal dus af en toe het uitzicht zijn van de recreanten die zich net na de bocht ophouden, aan het begin van de Linker Rottekade. In het bedrijfspand waar nu antiek, kunst en curiosa wordt verkocht, is een kanoverhuur voorzien. Hier horen we dat er ook flinke weerstand is tegen de plannen van de gemeente. De middenstanders op dit stukje worden door de verhuurders uit hun pand gezet, klaagt de verkoopster van 13, een winkel vol design en retromeubelen en -lampen die al 20 jaar zaken doet op die plek. Waarom? Omdat de gemeente er horeca in wil hebben. In Crooswijk, waar de pijn om de sloop en nieuwbouw van de afgelopen laatste jaren bij menig bewoner diep zit, is niet iedereen blij met een nieuwe attractie om dagjesmensen te behagen.

We steken de Zaagmolenbrug over. De Linker Rottekade is dit jaar vernieuwd en werd in mei door wethouder Wijbenga (buitenruimte) in gebruik genomen. Voet- en fietspad zijn verbreed en er zijn wat groenperken geplaatst. Maar een drukke weg is het gebleven, dus we kiezen voor de overkant, de Zaagmolenkade. Hier in het Oude Noorden begint het ergens op te lijken. Er zijn wat eettentjes met een terras, mensen zitten er op deze mooie vrijdagmiddag in de zon. De kade is al langer geleden gerenoveerd, met een houten looppad langs het water en bij de bruggen aan weerszijden een fontein. Dit is, hoewel het er op deze zonnige vrijdag rustig is, een geslaagd stukje Rotte.

Trappen bij het Grotekerkplein Walter Herfst

Parkeerplaats

Dat verandert weer als we de Noorderbrug oversteken en over de Linker Rottekade verder lopen. Hier staan wat woonflats met de voorkant naar het water, maar het is er doods, de kade dient louter als parkeerplaats. Op het einde lopen we tegen de verkeersader Pompenburg/Admiraal de Ruyterweg aan en even later tegen de Goudsesingel, die zich beide niets van de Rotte aantrekken – die moet er zeer laag onder het wegdek door kruipen. De stad heeft de Rotte hier samengeperst tot een smalle stroom, als stroom het goede woord zou zijn, want er is geen leven in te ontwaren. De kades zijn weinig aantrekkelijk, maar toch moeten ze ook hier onderdeel worden van de ‘groene fiets- en wandelroute’ die de gemeente voor ogen heeft. Hoe ze dat wil klaarspelen, is nog in onderzoek. Net voorbij de Sint-Jacobsbrug kijken we links de Binnenrotte op, die niet voor niets zo heet, want vroeger liep de Rotte hier richting de Oude Haven en de Maas. Ze werd gedempt voor het spoorwegviaduct dat tot 1993 de stad heeft doorsneden. Bij de aanleg van de huidige spoortunnel is overwogen om de rivier zijn oude loop terug te geven, maar dat werd door de gemeente als te gecompliceerd van de hand gewezen.

Daarom lopen we nu door tot voorbij de Stokvisbrug, en doen we net of de Delftsevaart nog steeds de Rotte is – het water loopt immers door. Ook hier is het rommelig, er staan zelfs de vuilcontainers van de winkels van de Meent aan de kade. De Meent overgestoken, voorbij Dudok langs (met terras op de oude hefbrug), komen we bij het Grotekerkplein. Daar zien we een resultaat uit het eerste programma voor de rivieroevers, want langs het water is een trap met zittreden aangelegd die aansluit bij het stadsparkje dat twee jaar geleden voor de kerk is aangelegd. De trap beantwoordt aan zijn doel, want er zitten mensen op, al zien we geen kano’s of sloepen die gebruikmaken van de aanlegplaatsen en kijk je uit op troosteloze achterkanten van gebouwen.

Verder loopt het water onder de Vlasmarkt door waar de doorgang is afgezet met ijzeren hekken. Wij steken de Hoogstraat over en komen aan de ander kant uit bij de Steigersgracht. Links loopt die dood: die is het toekomstige bassin van ‘surfparadijs RIF010’, het Stadsinitiatief uit 2014 dat nog steeds op uitvoering wacht. Rechts loopt het water door tussen Steiger en Hang, het meest mislukte stukje wederopbouw van Rotterdam. De bebouwing van de Hoogstraat staat hier met de rug naar het water gekeerd. Zelfs op drukke dagen loopt hier geen hond.

De Leuvekolk moet een kanocentrum worden. Walter Herfst

Dat verandert wellicht als het project uit het Rivieroever-programma gereedkomt dat nu in uitvoering is aan de andere kant van de Soetensteeg, in de Leuvekolk. Van een doods eind moet ook dit een levendig stukje Rotte worden, met een ligweide aan het water, een aanlegsteiger en een kanoverhuur.

Maar belangrijker voor de Rotte als geheel is de waterinlaat waarvoor twee maanden geleden een betonput geplaatst is. De inlaat, inclusief vispassage, maakt het mogelijk om vers zoet water uit de Maas aan te voeren, via de Leuvehaven en een oude buis onder de Blaak door. Van schoon stromend water knapt het onderwaterleven op, niet alleen in de Leuvekolk zelf, maar overal, de hele route terug door het centrum, langs Crooswijk en Hillegersberg, en in de buitengebieden, waar de land- en tuinbouw en de recreatiegebieden langs de rivier hun tekorten aan water bij droogte kunnen aanvullen.

Zo stroomt de rivier niet langer alleen de Maas in, maar is er voortaan ook aanvoer van water in tegengestelde richting. Het gedicht klopt niet meer helemaal, maar we krijgen er wel een schonere Rotte voor terug. En voor de wandeling maakt het geen verschil.