Vrij zijn is...Surinaamse zangvogels tegen elkaar op laten fluiten

Vrij Hoe breekt Nederland uit de sleur?

Met de vogelkooien achterin reden tientallen Surinamers deze zomer in alle vroegte naar recreatiegebied De Uithof in Den Haag. Leden van Beef-Free – in het Sranantongo: de vogel beeft zijn vleugels – één van de vijf Surinaamse zangvogelverenigingen die ons land rijk is. Van half juli tot half september trainden zij bijna elke dag hun twatwa’s, in het weekend floten de vogels in competitieverband.

Eind september sluit Beef-Free het seizoen feestelijk af . Op de parkeerplaats zetten acht Surinamers samen een partytent op. Winston Does (62) haalt een blok ijs uit de koelbox voor bij de flessen Fernandes. Al dagen is hij bezig. Bloemen, prijsbekers, vergunning van de Dixi, er komt heel wat bij kijken. In de achterbak van zijn rode Opel spreidt Khris Nohar (56) een theedoek uit en zet er pannen eieren in masala en bakkeljauw op, voor de Surinaamse broodjes. Bijdrage in het sigarenkistje.

Kooien worden uit de auto gehaald en in de zon op het dak gezet. Veel leden hebben ‘eigen kweek’ en er wordt ook gehandeld. Sinds 2005 is het verboden zangvogels uit Suriname te halen. Farukh Ashruf (56) denkt dat vogelliefhebber Bouterse hierachter zit: „Die wilde niet dat de beste vogels naar Nederland verdwenen.” Zelf maakt hij zijn zoon enthousiast, het begin van een welkome derde generatie Surinaamse zangvogelhouders in Nederland.

Voeren, verschonen, leren zingen, vitamines geven, aan buiten laten wennen…

Tijd voor de vriendschappelijke wedstrijd, de laatste van dit seizoen. Viervoudig kampioen John Cerpentier (60) loopt met de kooi van twa-twa Mooi-Boy naar het veldje. De kooi van zijn tegenstander hangt al aan de trot (paal). Met een halve meter tussen hen hippen de vogels heen en weer. Ze hebben vijftien minuten om zoveel mogelijk tegen elkaar op te fluiten. Mooi-Boy is op dreef. Cerpentier lacht. „Ik heb hem goed geprikt. Maar ik had hem nog agressiever kunnen maken.” Met opnames van zijn twa-twa Opa (dit jaar helaas op drieënveertigjarige leeftijd overleden) leerde hij hem fluiten. Voor de wedstrijd laat hij Mooi-Boy een pop (wijfje) zien en dan een ander mannetje: prikken. Zo wordt de vogel goed kwaad en gaat hij zijn territorium afbakenen door te fluiten.

De verzorging van de vogels luistert nauw en er zijn veel keukengeheimen. „Ik heb ‘m volle melk gegeven,” zegt Cerpentier. Meteen draaien de hoofden van de mannen die staan te kijken zijn kant op.

Twee scoorders turven aan weerszijden van de kooien met een krijtje de hoeveelheid slagen. „Een langere serie tonen heet een ringslag, maar je gaat voor een korte slag (een kiauwslag), dan scoor je meer”, legt Remie Nohar (46) uit. Boven zijn autoherstelbedrijf houdt hij honderd twa-twa’s. Voeren, verschonen, leren zingen, vitamines geven, aan buiten laten wennen… Zoals Winston Does zegt: „Het gaat erom: hoe krijg je ze zo geweldig?”

De bel klinkt. Mooi-Boy zegeviert, met 162 slagen.