Verse vijgen in cakejes met honing en amandelen

Van de kaart Serveer ze bij een kop thee in de late septemberzon.

Foto Merlijn Doomernik

Alleen al die velletjes, als bedauwd fluweel en zo kwetsbaar dat je ze bij de lichtste aanraking al dreigt te kwetsen. Ze willen uiterst voorzichtig worden opgepakt. Zo achteloos als je een appel van de fruitschaal grijpt, hem nog eens opgooit en, met één hand maaiend door de lucht, opvangt alvorens je je tanden erin zet, dat is ondenkbaar bij een vijg. Of nu ja, je kunt het wel doen, maar dan loop je het risico dat hij uit elkaar spat en het robijnen vruchtvlees je om de oren vliegt. Zaadjes tot aan het plafond.

Nee, verse vijgen vragen erom behandeld te worden als pasgeboren baby’s. Daarmee hebben ze nog meer gemeen trouwens: hun zalige zoete geur. Niet dat baby’s naar vijgen ruiken of andersom. Maar beiden hebben een onweerstaanbaar, met niets anders te vergelijken parfum. Je wilt het liefst je neus tegen dat poederzachte huidje houden en nooit meer ophouden met snuiven.

Vergeef me als ik mezelf hier aan het verliezen ben in overdreven lyriek, maar vijgen roepen dat nu eenmaal bij me op. Bovendien mocht ik vorige week heel eventjes aan de kersverse baby van collega Broekaert – u kent hem wel, die man met baard van de restaurantrecensies – snuffelen en voel ik me daar nog steeds teerhartig van. Hoe dan ook, die verrukkelijke vruchten zijn er volop dezer dagen en daarom wilde ik er vandaag iets mee maken.

Nu is er veel voor te zeggen om met vijgen zo weinig mogelijk te doen. Ze hebben nauwelijks iets nodig om te bekoren. Wanneer je ze bij wijze van spreken alleen maar zou openscheuren, er een sliertje geurige olijfolie over zou schenken, er een keer met de pepermolen overheen zou vliegen en er dungesneden parmaham bij zou serveren, of romige gorgonzola, heb je al een heel mooi gerecht gemaakt.

Of wanneer je ze aan de bovenkant kruislings zou inkerven, de opening zou vullen met een klontje boter en een theelepel bruine suiker en ze een kwartiertje in een warme oven zou schuiven, dan had je ook al genoeg gedaan. (Vooruit, een schep zurige crème fraîche erbij, voor nóg lekkerder.)

Maar kom, laten we ons ietsje meer uitsloven: vijgencakejes met honing en amandelen. Serveer ze bij een kop thee in de late septemberzon en tel uw zegeningen.

Vijgen-honingamandelcakejes

(12 cakejes)

100 g bloem, gezeefd; 100 g amandelmeel; 2 tl bakpoeder; snuf zout; 100 g suiker; 100 g (tijm) honing; 200 g boter, in blokjes; 4 eieren; 2 – 3 el melk; 3 – 4 (300 g) rijpe, verse vijgen; 25 g amandelschaafsel; poedersuiker;

verder: muffinblik, de holletjes ingevet met olijfolie

Verwarm de oven voor op 200 graden. Doe de bloem, het amandelmeel, bakpoeder, zout, de suiker, honing, boter en eieren in de kom van de keukenmachine. Gebruik de pulseerknop om alles, zo kort mogelijk, te mengen. Voeg lepel voor lepel de melk toe, zoveel als nodig is voor een vloeiend cakebeslag.

Snijd de vijgen in niet te kleine stukjes – zeg, afhankelijk van hoe groot ze zijn, in 6 tot 8 stukjes per vijg. Spatel ze voorzichtig door het beslag. Verdeel het beslag over de muffinholletjes en strooi over elk cakeje wat amandelschaafsel. Bak ze in ongeveer 25 minuten gaar in de oven. Laat afkoelen en haal uit het bakblik.

Bestuif ze voor het serveren met een waasje poedersuiker.