Opinie

Thunberg als wapen voor identiteitspolitici

Maarten Boudry

Weet u nog toen Greta Thunberg moederziel alleen spijbelde voor het klimaat? Een aangrijpend beeld van een tenger vijftienjarig meisje en haar rugzak, neergestreken tegen het graniet van het Zweedse parlementsgebouw, dat de onverzettelijkheid van de politieke macht verzinnebeeldde. Naast haar een aandoenlijk zelfgeschreven bordje: „Skolstrejk för Klimatet”. Een jaar later bracht Greta miljoenen mensen op de been.

Je kan van Greta’s laatste toespraak voor de VN veel zeggen. Bijvoorbeeld dat de boodschap nogal apocalyptisch was, alsof zestienjarigen echt van hun toekomst en dromen werden ‘bestolen’. Dat haar zware morele banvloeken („We will never forgive you”) simplistisch zijn, omdat het klimaatprobleem geen kwestie is van schuld en boete, van verderfelijke zondaars en onschuldige slachtoffers. Dat wij allemaal genieten van de zegeningen van fossiele brandstoffen, op talloze directe en indirecte manieren, en dat het vreselijk moeilijk is om ervan af te kicken.

Dat is wat ik me deze week liet ontvallen op een tv-debat in het Vlaams actualiteitenprogramma De Afspraak. Al snel merkte ik: het is tegenwoordig onmogelijk om bewondering voor Greta te hebben en toch inhoudelijke kritiek te leveren. Maar het is het één of het ander: ofwel nemen we haar serieus in het klimaatdebat, ofwel behandelen we haar als een kind dat niet weet waarover ze spreekt. Je kan haar niet eerst als spreekbuis van een wereldwijze beweging opwerpen, en als er dan kritiek komt zeggen: „Hoe durf je, een kind van 16 de mantel uit vegen.”

Het meest ergerlijke is echter de manier waarop identitaire scherpslijpers zich op Greta Thunberg storten. De afgelopen dagen zag ik talloze linkse commentatoren die Greta’s critici wegzetten als ‘boze witte mannen’ die bang zijn voor kleine meisjes. Prof. Kristof Titeca van de Universiteit Antwerpen sprak in De Morgen over ‘witte mannen van middelbare leeftijd’ die niet kunnen verkroppen dat een jonge vrouw hen de les spelt. Henri Bontenbal (CDA) had het op Twitter over ‘knorrige blanke mannen’, en Peter Tom Jones sneerde in De Standaard over ‘blanke en mannelijke moraalfilosofen’. (De laatste twee hebben een memo gemist: het correcte woord om te deugdpronken is thans ‘wit’).

Ja, dat is nou echt geweldig voor het klimaat. Dat de klimaatbeweging niet alleen gekaapt wordt door antikapitalisten en neo-Malthusianen, maar ook nog eens geïnjecteerd wordt met het soort toxische identiteitspolitiek dat uit de VS komt overwaaien. Laten we van het klimaat een cultuurmarxistisch verhaal van onderdrukkers en onderdrukten maken, waarbij ‘oude witte heteromannen’ tegenover verzamelde slachtoffergroepen staan. Daar zullen die witte mannen allemaal deemoedig en schuldbewust van worden. Kijk maar naar de VS, waar dat soort activisme gunstig heeft uitgedraaid bij de laatste verkiezingen. Nog jammer dat Greta Thunberg, Al Gore, Naomi Klein en Leonardo DiCaprio allemaal zelf blank zijn: een zwarte moslima, dat zou pas een identitaire voltreffer zijn om de witte mannen mee te jennen. Maar Greta kan nog lesbisch blijken, wie weet.

Zoals bij vele heiligen, is de persoon zelf niet half zo ergerlijk als haar aanbidders. Mijn bewondering voor Greta Thunberg wordt er niet minder om. Ik deel haar doemdenken over het klimaat niet en verschil van mening over de oplossingen, maar zij blijft een razend intelligente en welbespraakte jonge vrouw die in een jaar tijd onvoorstelbaar veel heeft klaargespeeld. En wat de haters betreft: mensen die Greta uitschelden en bespotten, die haar geestesziek noemen of haar vlechtjes vergelijken met nazi-propaganda, moesten zich dood schamen. Ongeacht of ze een penis hebben en hoeveel melanine hun huid aanmaakt.

Correctie (27 september 2019): Henri Bontenbal behoort toe aan het CDA en niet aan GroenLinks zoals werd vermeld. Dit is hierboven aangepast [red.].

Maarten Boudry is wetenschapsfilosoof aan de Universiteit Gent

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.