Telecombedrijf Ericsson zet ruim 1 miljard apart vanwege corruptiezaak VS

Amerikaanse justitie en beurswaakhond SEC verdenken Ericsson al jaren van ongeoorloofde handelspraktijken in zes landen, waaronder China.

Foto Jessica Gow/EPA

Het Zweedse telecombedrijf Ericsson heeft een voorziening van 12 miljard Zweedse kroon (1,12 miljard euro) genomen in verband met een corruptieonderzoek in de Verenigde Staten. Dat meldt het bedrijf donderdag bij de bekendmaking van de resultaten van het derde kwartaal. Het bedrijf zegt te werken aan een oplossing in de zaak die al jaren sleept. De aandelen van Ericsson daalden donderdagochtend met 3,1 procent op de beurs in Stockholm.

De Amerikaanse justitie en beurswaakhond SEC verdenken Ericsson van ongeoorloofde handelspraktijken in China, Djibouti, Indonesië, Koeweit, Saoedi-Arabië en Vietnam. Bedrijven met Amerikaanse dochterondernemingen of beursnoteringen kunnen hier ook in de VS voor worden vervolgd. In 2013 maakte Ericsson al bekend dat het onderzoek te maken heeft met betalingen in de jaren negentig voor het binnenhalen van contracten. Details van de verdenkingen zijn niet bekendgemaakt.

De telecomgigant verwacht een boete van ruim 1 miljard euro. In een verklaring zegt Ericsson sinds 2013 volledig mee te werken aan het onderzoek. Ook zegt het bedrijf zijn bedrijfsvoering te willen aanpassen, omdat er in het verleden te weinig is gedaan met alarmsignalen en de interne controle gebreken vertoonde. „We moeten erkennen dat het bedrijf in het verleden heeft gefaald”, aldus Ericsson-bestuursvoorzitter Börje Ekholm.