Stevige kritiek op wetsvoorstel kilometerheffing voor vrachtwagens

Volgens de Raad van de Rechtspraak is bij het conceptwetsvoorstel voor een kilometerheffing voor vrachtwagens mogelijk sprake van ongeoorloofde staatssteun.

Vrachtwagens op de A13
Vrachtwagens op de A13 Foto Valerie Kuypers/ANP

Het conceptwetsvoorstel voor de invoering van een kilometerheffing voor vrachtwagens is deels onduidelijk en er is mogelijk sprake van ongeoorloofde staatssteun. Dat schrijft de Raad voor de Rechtspraak in een brief aan minister Cora van Nieuwenhuizen (VVD, Infrastructuur).

In het regeerakkoord staat dat er op zijn vroegst in 2023 een kilometerheffing voor vrachtwagens wordt ingevoerd. Oude vervuilende vrachtwagens gaan daarbij meer betalen per kilometer dan schone trucks. Vrachtwagens betalen op alle snelwegen en op sommige provinciale en lokale wegen. „Het ministerie moet zijn huiswerk overdoen”, zegt een woordvoerder van de raad tegen De Telegraaf. „Zoals de wet nu voorligt, is hij waarschijnlijk onhoudbaar. We roepen de minister op te kijken naar aanpassingen of alternatieven.”

Uitspraak EU-hof

Volgens de raad, die de overheid adviseert over nieuwe wetsvoorstellen, is de rechtsbescherming van vrachtwagenchauffeurs en truckbedrijven niet duidelijk geregeld. Daarnaast is er in het wetsvoorstel mogelijk sprake van ongeoorloofde staatssteun. Als compensatie voor de kilometerheffing wil het kabinet onder meer de wegenbelasting voor vrachtwagens verlagen. Ook wil de regering de inkomsten van de kilometerheffing gebruiken voor de vergroening van de transportsector in Nederland.

Lees ook: 4 vragen over getorpedeerd Duits tolplan

Dat laatste kan volgens de raad leiden tot ongeoorloofde staatssteun. Daarbij verwijst het adviesorgaan naar het tolverbod dat het Europese Hof van Justitie Duitsland eerder dit jaar heeft opgelegd. De Duitse tolheffing zou buitenlandse automobilisten discrimineren, zo redeneerde het hof. Duitsers zouden de heffing namelijk kunnen verrekenen met de wegenbelasting, terwijl buitenlandse weggebruikers dat niet zouden kunnen. Dat is in strijd is met de beginselen van het vrije verkeer van goederen binnen de EU.

Het ministerie kan zich niet in de kritiek van de raad vinden, maar spreekt tegenover De Telegraaf van „waardevolle aandachtspunten”.