Stefan Hertmans wint Constantijn Huygens-prijs

Literaire prijs De Vlaamse auteur Stefan Hertmans wint dit jaar de Constantijn Huygensprijs voor zijn hele oeuvre. De jury noemt het „veelzijdig en groots”.

Stefan Hertmans
Stefan Hertmans Chris McANdrew/Camera Press

Decennialang gold Stefan Hertmans als een schrijver en dichter die zich ophield in de hoek van de ‘moeilijke’ literatuur. Maar nu deze donderdagavond bekend werd dat het oeuvre van de 68-jarige Vlaming gelauwerd wordt met de prestigieuze Constantijn Huygens-prijs 2019, benadrukt de jury juist het tegenovergestelde. „Het publiek heeft deze schrijver omarmd, in de buitenlandse pers gooit hij hoge ogen en ook in Nederland en Vlaanderen is de waardering voor zijn werk groot”, schrijft de jury van de literaire oeuvreprijs. „De toekenning van de Huygens-prijs onderstreept deze brede erkenning en bekroont een veelzijdig en groots oeuvre.”

In het begin van zijn schrijverschap, in de jaren tachtig, gold Stefan Hertmans vooral als een hermetisch auteur. Literatuur voor de fijnproever – maar onmiddellijk hoog gewaardeerd door jury’s en critici. Niet door alle critici: de smaken hebben altijd uiteengelopen over Hertmans’ combinatie van intellectualistische analyse en zinnelijke lyriek, vaak binnen één en dezelfde tekst.

Lees ook: De fictie en de feiten

Die combinatie raakt aan een kernthema van het oeuvre van Hertmans, dat je zou kunnen omschrijven als een zoektocht naar algemene, onveranderlijke waarheden in concrete, persoonlijke ervaringen. Kunst ontstaat in Hertmans’ opvatting wanneer iets vluchtigs tot stolling wordt gebracht, wanneer iets vastgelegd wordt wat niet vastgelegd kan worden; de inherente spanning zit ook al in de paradoxale titels van vroege dichtbundels: Ademzuil (1984), Melksteen (1986), Gestolde wolken (1987).

Doorbraakroman

Hij schreef essays over kunst, filosofie en vraagstukken als de Bosnië-oorlog en nationalisme, leverde teksten voor theater, won prijzen met zijn poëzie. Opener werd zijn werk met zijn doorbraakroman Naar Merelbeke (1994), dat aansloot bij de traditie van verhalen over een Vlaamse plattelandsjeugd en daardoor een groter publiek vond dan eerder werk. Maar zie de theoretische onderbouwing niet over het hoofd: het verhaal, waarin het gezochte landelijke paradijs een illusie blijkt, stoelt op ideeën van filosofen Deleuze en Derrida en de ‘negatieve theologie’.

Pas waarlijk doorgebroken is Hertmans met Oorlog en terpentijn, de biografische roman waarmee hij in 2013 bestsellerauteur werd: het boek werd meer dan 100.000 keer verkocht, werd vertaald in alle grote talen, tot Chinees aan toe, Hertmans ontving er de AKO Literatuurprijs voor en het werd genomineerd voor de International Booker Prize. In de roman reconstrueert hij het leven van zijn grootvader tijdens de Eerste Wereldoorlog, naar eigen zeggen gebaseerd op aantekeningen die zijn opa zelf maakte.

Dat laatste waagde schrijver Arnon Grunberg te betwijfelen, enkele maanden na verschijning, in een essay in NRC: ‘Literair wordt Oorlog en terpentijn pas werkelijk interessant als we de theorie hanteren dat we met een vervalsing te maken hebben, waarbij Hertmans zelfs de schilderijen die van zijn grootvader zouden zijn en die in het boek zijn afgedrukt eigenhandig heeft geschilderd.’ Dankzij die mogelijkheid wordt het, aldus Grunberg, een roman ‘over de vraag hoe de verboden plek af te beelden die je nooit hebt betreden en die je ook niet wilt betreden’.

Over het bestaan van de oorlogsdagboeken glimlachte en zweeg de schrijver. Oorlog en terpentijn was „voor tachtig procent waar”, verdedigde Hertmans zich in een interview, waarin hij ook zei: „Literatuur gaat over ervaringswaarheid.”

Het liet onverlet dat Grunbergs analyse precies aansloot bij hét thema van Hertmans oeuvre, door te tonen hoe er spanning ontstaat wanneer de lyricus tot een waarheid probeert door te dringen. Daarvoor is altijd een verwerking, een stem nodig. Hertmans’ recentste roman De bekeerlinge (2016), even lyrisch als analytisch, is er een toonbeeld van.

Hertmans ontvangt de Constantijn Huygens-prijs in januari. De onderscheiding, met een waarde van 12.000 euro, ging de voorgaande jaren naar Nelleke Noordervliet, Hans Tentije en Atte Jongstra.