Recensie

Recensie Boeken

Sommige moeders hebben wél haar

Kinderboekenweekgeschenk Anna Woltz schreef vaak over kinderen die boos zijn op hun labbekakkerige ouders. In Haaientanden, het mooiste Kinderboekenweekgeschenk in jaren, gaat op een andere, frisse manier over ouder-kindrelaties.

Afsluitdijk
Afsluitdijk Foto Ruurd Dankloff / Getty Images

‘De hardste wind ooit blaast recht met ons mee’, laat Anna Woltz haar hoofdpersoon ervaren. ‘Het is ongelooflijk. We vliegen over de Afsluitdijk.’ Ze lijken wel los te komen van het fietspad: ‘Het is als zo’n loopband op Schiphol. Zo’n platte roltrap voor de allerlangste gangen. Als je gaat rennen op dat ding, dan race je’, legt de verteller in het Kinderboekenweekgeschenk Haaientanden even uit. ‘Nou, als je trapt met deze wind, dan zweef je.’

Vrijheid is het, een pure ervaring van leven, van vrijheid. Woltz pepert ons even heerlijk in hoe dat voelt, voor die twee fietsende kinderen, met wind mee: ‘[N]u tintelt mijn bloed en suizen mijn oren en kan mijn mond alleen nog maar lachen.’ Elf is de vertelster, Atlanta heet ze. Vernoemd naar de oceaan, want toen haar ouders jong waren en in een bootje naar Amerika wilden varen, diende zij zich ineens aan. ‘En toen was ik het plan’, legt ze uit, opgeruimd – terwijl je ook voelt: daarachter schuilt meer. Dat karakteriseert Anna Woltz (1981) als kinderboekenschrijfster. Eén: er is een mondig, slim, assertief kind aan het woord. Twee: het gaat over een ingewikkelde verhouding tussen ouders en kinderen.

In het oeuvre van Anna Woltz, meer dan twintig kinderromans groot, worden ouders doorgaans gauw uit beeld gewerkt. Avonturen willen we, en dan zitten ouders maar in de weg. Maar in haar laatste boeken, waarmee Woltz literaire prijzen ging winnen en internationaal doorbrak, blijven ze buiten beeld toch het verhaal bepalen. Die paradox sluit aan bij een van de mooiste terugkerende thema’s in Woltz’ boeken: het vrijheidsverlangen van de personages, dat botst op de invloed van de volwassenen. Terwijl ze net zélf iemand gaan zijn, raken ze verstrikt in gedoe dat de volwassenen veroorzaakt hebben – de labbekakkerige regisseurs van hun kinderlevens. Fitz’ ouders dachten dat ze hun scheiding keurig konden afhandelen, in het met de Gouden Griffel bekroonde Gips (2015). Emilia durfde zich niet meer te vertonen nadat haar vader als schooldirecteur zijn boekje te buiten was gegaan, in Honderd uur nacht (2014). Tess ging op zoek naar haar biologische vader, die door haar moeder altijd buiten beeld was gehouden, in het onlangs verfilmde Mijn bijzonder rare week met Tess (2013). Ondertussen maakte haar tegenspeler Samuel zich zorgen over de dood – omdat de vader van een klasgenootje plots overleden was.

Superzielig

Zo’n last wordt ook in Haaientanden gedragen, maar door Finley, de tegenspeler van Atlanta. Zijn moeder liet zich in een woedebui ontvallen dat ze spijt heeft dat ze hem ooit heeft gekregen, en toen is hij op de fiets gestapt. Even later fietst Atlanta tegen hem aan, in de eerste scène van de novelle. Ze gaan samen door.

Bám. Een ontmoeting als in een romkom, waarmee Woltz effectief uit de startblokken schiet. Net zo snel en toch subtiel maakt ze duidelijk dat er iets wezenlijks op het spel staat, wanneer Finley vraagt of ze geen pijn heeft: ‘Hij hoeft echt geen medelijden te hebben. Mijn hele school vindt me al superzielig.’ Wat er aan de hand is (en trek nu deze tekst uit de handen van een Woltz-lezend kind): haar moeder is ziek. Kanker, en 24 uur na het begin van Atlanta’s fietstocht zullen ze horen of de behandeling definitief is aangeslagen.

‘Mijn vader en moeder wachten. Ik fiets.’ Zoals anderen een berg op fietsen tegen kanker, zo wil zij het hele IJsselmeer rond. ‘Als ik iets op de wereld kan veranderen, als ik ook maar iemand kan laten zien dat ik er álles voor overheb — nou ja, dan is dit mijn manier. Deze tocht.’

Dat is ook typisch Woltz: de elfjarige stelt zichzelf voor een hondsmoeilijke opdracht die een bijna-magisch gevolg moet hebben. Als je iets grandioos doet, zal het effect ook grandioos zijn, is de gedachte: alleen naar New York gaan (in Honderd uur nacht), die vader opsporen (in Tess). Nu voltrekt die opdracht zich in razend tempo, en niet alleen omdat 300 fietskilometers in 24 uur nauwelijks pauzes verdragen, maar ook omdat een Kinderboekenweekgeschenk maar 95 bladzijden dik mag zijn. De fijnproever zal daarom zeggen dat Haaientanden iets geconstrueerds heeft, zoals je bij een film kunt aanvoelen dat alle elementen in het scenario zitten om uiteindelijk knap samen te komen. Een tikje bedacht is het, maar ook meer dan alleen een good read, want Woltz heeft wel iets heel moois en waardevols bedacht.

De fijnproever zal zeggen dat Haaientanden iets geconstrueerds heeft, zoals je bij een film kunt aanvoelen dat alle elementen in het scenario zitten om uiteindelijk knap samen te komen.

Magisch denken

Namelijk: een verhaal waarin de band tussen ouders en kinderen niet knelt, maar waarin die band juist aangehaald moet worden. Atlanta is niet boos, zoals zoveel Woltz-personages, maar houdt vreselijk veel van haar moeder. Ze voelt nu dat ze dat ook weleens niet toonde, toen ze ‘gewoon naar voetbal ging en toetsen maakte en op het strandje aan het meer lag zonder te huilen’. En dat terwijl haar ouders al bij haar geboorte hun dromen opgaven, voor haar. Nu zal ze dat goedmaken, op Friese dijken met tegenwind.

Het is spannend, ze zet door, je leeft mee, maar het blijkt ondoenlijk. Hoe graag ze ook wil, het lichaam is niet tot alles in staat – een wrange, maar goudeerlijke reality check op wat Atlanta in haar magisch denkende elfjarigenhoofd had gehaald. Dat vormt ook een mooie parallel met het fenomeen ziekte, dat zich ook niet door pure wilskracht laat beïnvloeden. Ook wrang, maar die realiteit is evenmin iemand kwalijk te nemen. Aan verantwoordelijkheid zit een grens.

Wat kun je dán, als kind? ‘Kijk ook drie seconden naar haar haren. Je moeder heeft haar, toch?’, vraagt Atlanta aan Finley, in een scène die zijn tegenspelerschap echte emotionele waarde geeft – want andere moeders hebben wél haar. Daar, tussen die regels, staat misschien wel wat Anna Woltz ten diepste met Haaientanden vertelt. Zo wijs en eerlijk als Atlanta daar is, zou zij na haar fietstocht ook weleens tegen zichzelf kunnen worden. Zo’n verhaal levert het mooiste Kinderboekenweekgeschenk in jaren op.