Recensie

Recensie Uit eten

Schmidt met Beet terug in de stad: mag het iets ambitieuzer

Uit eten Rotterdam Frank van Dijl recenseert elke twee weken een restaurant in Rotterdam.

Foto Walter Herfst

Beet is een toepasselijke naam voor een visrestaurant, al zullen weinig mensen geloven dat de vis die daar wordt geserveerd aan de lijn is gevangen. Maar dat hoeft de pret niet te drukken. De vestiging van Beet aan het Rodezand betekent vooral dat, in zekere zin, Schmidt terug is in de stad. Om verse vis te eten volstond het tot voor vijf jaar om aan te leggen aan het Vasteland; sinds de verhuizing van Schmidt moet je helemaal naar de Spaansepolder.

„En daar kun je in de lunchcorner alleen maar staan”, zegt het meisje dat ons uitlegt wat Powered by Schmidt Zeevis betekent, want dat staat nogal prominent naast de naam. Beet is dus een vooruitgeschoven post van de befaamde lunchcorner en je kunt er – gelukkig – zitten. Dat doen we aan een van de ronde tafeltjes. Bij de vensters staan banken met grotere tafels en verderop in de zaak zie ik verhoogde tafels met verhoogde stoelen, tegenwoordig onvermijdelijk in de horeca.

Achter in de hoek hebben we zicht op de open keuken, rechts daarvan staat een imponerende wijnkast en aan de zijwand bevindt zich een eveneens welvoorziene bar waaraan je ook kunt zitten. In de achterwand is een doorgang met twee halve deuren, waarvan er één voortdurend openstaat, zodat we uitzicht hebben op een afvalbak, een bierfust en een rommelige kapstok met dozen, tassen en een paar jacks. Mijn advies is om die doorgang gesloten te houden. Dat ontneemt het meisje van de bediening meteen de verleiding om zich, staande in die halve deuropening, te onderhouden met iemand die voor ons onzichtbaar blijft.

Goed: het is deze avond niet druk, en elke keer dat ze aan ons tafeltje verschijnt, toont ze haar liefste lach. Ook ontraadt ze ons te veel te bestellen, wat ik een goede service vind. De neiging om te veel te bestellen speelt wel degelijk op, want alles op de uitvoerige kaart is even aanlokkelijk. We beginnen met vijf oesters (waarvan we er maar vier krijgen, maar ik zie nu dat er toch vijf op de rekening staan, ze kosten 3 euro per stuk) en bestellen voor daarna de calamaris (7,50 euro) en de toastmix, zijnde een „proeverij van gerookte zalm, gerookte paling, tonijn, garnalen en tomatensalsa” (12 euro). Als hoofdgerecht kiezen we de kreeft (23 euro) en de fish & chips (noem het vakantienostalgie, 18,50 euro).

De kaart voorziet overigens ook in de geheel eigentijdse poke bowls, in sashimi, in broodjes en zelfs in pasta. De entrecote biedt soelaas aan wie niet van vis houdt.

Tot onze verbazing krijgen we de oesters en de voorgerechten tegelijkertijd. De toastmix komt op een rechthoekig, zwart bord en bestaat uit licht getoaste plakjes briochebrood belegd met de in het vooruitzicht gestelde bestanddelen, de garnalen en de paling op mayonaise en een blaadje sla. De calamaris behelst kleine gefrituurde inktvisringen die in een schaaltje op een papieren servet worden opgediend. Alles zeer smakelijk, maar in het geval van de calamaris aan de vette kant. Bovendien begrijp ik het papier onderin niet.

Hetzelfde is het geval bij de fish & chips. Als je bij de traditie wilt aansluiten, moet je dit Engelse streetfood in de krant van gisteren serveren, maar in een restaurant wordt het al gauw een kleffe boel. Geen kwaad woord verder over het gebodene: het gebakken visje heeft de kwaliteit die je van Schmidt mag verwachten en de patatjes zijn oké.

Mijn kreeft lag, in de lengte doormidden gesneden, op een bord zonder tussenkomst van papier. Het was geen grote kreeft, maar het vlees had de juiste consistentie.

Alles bij elkaar kwam ik tot de slotsom dat hier en daar de puntjes nog op de i moeten. Verder denk ik dat je met vis en aanverwante producten méér kunt dan wat Beet nu presenteert. Dat is een kwestie van ambitie. Daar misschien iets meer van?

Frank van Dijl is culinair recensent en journalist.