Recensie

Recensie Beeldende kunst

Rembrandts schilderijen scheikundig onthuld

De potten van Rembrandt De resultaten van modern materiaaltechnisch onderzoek, gepresenteerd in Museum Het Rembrandthuis, stellen ons beeld van het werk van de meester bij.

IJzer-kaart Macro X-Ray Fluorescence van Rembrandts portretten van Marten Soolmans en Oopjen Coppit uit 1634. Rijksmuseum Amsterdam

Afgedankt serviesgoed kan nog prima mee in het schildersatelier. In de zeventiende eeuw was dat niet anders, zoals blijkt uit de vondst van een paar geglazuurde aardewerken kruiken in de beerput van het Amsterdamse huis waar Rembrandt ooit woonde.

De twee zogenaamde ‘grapen’ die stammen uit de tijd van de schilder, zullen oorspronkelijk dienst hebben gedaan als kookpotten in zijn keuken. Dat was dan voordat Rembrandt ze in gebruik nam als mengvat voor grondverf, zoals al bij de ontdekking van de potten in 1997 duidelijk werd uit verfresten aan de binnenkant. Pas kort geleden zijn monsters daarvan verder onderzocht met röntgenstraling en elektronenmicroscoop. Daaruit bleek dat het mengsel in een van de potten zand (gemalen kwarts) bevat, een ingrediënt dat voor zover bekend alleen door Rembrandt op deze manier werd gebruikt.

Relieken

Goedbeschouwd bevestigt de vondst alleen dat de potten inderdaad door Rembrandt zijn gebruikt in de tijd waarin hij werken als de Nachtwacht prepareerde met de kwartshoudende grondverf. Heel opzienbarend is dat niet, maar in de tentoonstelling die het Rembrandthuis wijdt aan materiaaltechnisch onderzoek naar kunstwerken, worden de kannen nu enthousiast gepresenteerd als niets minder dan relieken van de kunstenaar: objecten die in direct lichamelijk verband met hem hebben gestaan en daardoor een (bijna) religieuze lading krijgen. De exclusieve aandacht in de expositie voor Rembrandt wekt dan ook de indruk dat de noviteiten van het onderzoek vooral van belang zijn omdat het hier de beroemde schilder betreft.

Lees ook: Documentaire over de aankoop van Marten en Oopjen: drama in een mijnenveld

Intussen wordt de bezoeker op een aansprekende manier wijzer over de verschillende manieren waarop materialen en technieken uit de zeventiende eeuw tegenwoordig worden onderzocht.

Met een reeks witbetegelde opstellingen voorzien van laboratoriumlampen hebben de expositiezalen iets van het scheikundepracticum van een middelbare school. Informatieve filmpjes en computeranimaties, soms ook duidelijk gericht op jeugdige bezoekers, verduidelijken de scheikunde in schilderijen, tekeningen en prenten waarvan er een aantal ook in het origineel in de tentoonstelling te zien zijn.

Hardere kleuren

Met de nieuwe methode van ‘macro X-Ray Fluorescentie’, bijvoorbeeld, kan worden achterhaald welke chemische elementen zich verschuilen in verf en inkt. Zo kan aan de hand van de aanwezigheid van (het overigens zeer giftige) arseen worden vastgesteld dat er een ooit zeer krachtige kleur te zien moet zijn geweest in een beroemd schilderij als Het Joodse bruidje (niet in de expositie).

Twee aardewerken grapen die in 1997 zijn gevonden in Rembrandts beerput, met resten van schildermaterialen aan de binnenkant. Amsterdam, Archeologische Dienst

Het pigment is in de loop der tijd vervaagd en letterlijk uit het oog verdwenen. Ook een pentekening in romantisch-bruine tinten blijkt, op grond van de ontdekking van ijzer in de inkt, oorspronkelijk een andere, veel hardere, blauwzwarte kleur te hebben gehad. Zulke vondsten stellen het beeld van Rembrandt bij.

De macro-XRF-scanner is ook gebruikt in onderzoek naar de spraakmakende portretten van Marten Soolmans en Oopjen Coppit. Ze zijn in reproducties op ware grootte tegen de wand geplaatst als schuifdeuren, compleet met een ijzeren handgreep. Schuif de afbeeldingen opzij en de röntgenopnames, waarop de aanpassingen die Rembrandt in de achtergrond aanbracht, komen op hetzelfde formaat tevoorschijn. Naast alle hi-tech in de tentoonstelling ademt deze opstelling een bijna aandoenlijke, maar verfrissende eenvoud.