Niemand hielp Han en Dong-jin (6)

Zuid-Korea Een Noord-Koreaanse vrouw en haar zoontje stierven van honger in het welvarende Seoul. Hun lot verbroedert vluchtelingen.

De gedenkplaats voor Sung-ok Han en haar zoontje Dong-jin, dat in Seoul werd geboren nadat Han via China uit Noord-Korea was gevlucht. In Zuid-Korea leven zo’n 30.000 gevluchte Noord-Koreanen.
De gedenkplaats voor Sung-ok Han en haar zoontje Dong-jin, dat in Seoul werd geboren nadat Han via China uit Noord-Korea was gevlucht. In Zuid-Korea leven zo’n 30.000 gevluchte Noord-Koreanen. Foto JUNG YEON-JE/AFP

Het is avondspits op Gwanghwamun, het centrale plein bij het stadhuis van Seoul. Mensen haasten zich naar de ingang van het metrostation. Bovenaan de roltrap staat een witte partytent. Eromheen liggen bloemenkransen en zijn spandoeken opgehangen. In deze geïmproviseerde gedenkplaats buigt een vrouw voor de foto’s van Sung-ok Han (42), een Noord-Koreaanse die naar Seoul vluchtte, en haar zoontje Dong-jin (6).

Vorige maand werd Han dood gevonden in haar appartement in een buitenwijk van de Zuid-Koreaanse hoofdstad. Haar zoontje lag een paar meter verder. Waarschijnlijk lagen ze er al enkele maanden. Ze werden gevonden door de meteropnemer.

Een televisieploeg vond in het appartement een bankboekje waaruit bleek dat Han haar laatste 3.800 won (nog geen drie euro) in mei had opgenomen. Een schoonmaker vertelde journalisten dat hij in de koelkast alleen wat gedroogde pepers had gevonden. De politie laat weinig los over de kwestie, maar vermoedt dat ondervoeding de doodsoorzaak is.

De gedenkplaats bij het metrostation is een ontmoetingsplek voor Noord-Koreaanse vluchtelingen geworden. Daarvan zijn er zo’n 30.000 in Zuid-Korea. Sommigen, zoals Kang Hak-yong, komen van ver. Hij is een van origine Noord-Koreaanse man van middelbare leeftijd met vriendelijke ogen. „De dood van Han Sung-ok raakt me enorm”, zegt hij. „Ik kende haar niet, maar we zijn allemaal lotgenoten.”

‘Ze wantrouwen ons’

De dood van Han en haar zoontje is tekenend voor de moeilijkheden die Noord-Koreaanse vluchtelingen in Zuid-Korea ondervinden. Zo komen ze moeilijk aan werk. Ze missen de juiste diploma’s voor banen met een goed salaris of worden gediscrimineerd op de arbeidsmarkt.

„Zuid-Koreanen hebben altijd door dat we uit het noorden komen”, vertelt Kang. „Onze huidskleur is wat donkerder, we zijn wat directer in de omgang en ons accent is anders. Ze wantrouwen ons en denken dat we nog trouw zijn aan de Noord-Koreaanse staat. Een enkeling lukt het om succesvol te zijn in het competitieve Zuid-Korea. Maar het gros eindigt als schoonmaker of maaltijdbezorger: minimumloonbaantjes waar je in Seoul niet van kunt rondkomen.”

In 2018 verdiende een Noord-Koreaan in Zuid-Korea omgerekend zo’n 1.365 euro per maand, tegenover het gemiddelde van 1.854 voor Zuid-Koreanen. Er zijn wel wat sociale vangnetten voor Noord-Koreanen, maar Han viel tussen wal en schip. Nadat ze via China was gevlucht trouwde ze met een Chinese man. Dat is een bekende strategie van Noord-Koreaanse vrouwen om onder de radar te blijven: de Chinese politie maakt immers jacht op Noord-Koreaanse vluchtelingen en stuurt ze terug. Daar wacht het strafkamp.

Het is niet publiekelijk bekend hoe en wanneer Han vluchtte, maar in de meeste gevallen reizen Noord-Koreanen naar Thailand of Cambodja om daar bij de Zuid-Koreaanse ambassade asiel te vragen. Aankloppen bij de Zuid-Koreaanse ambassade in Beijing wordt als te risicovol beschouwd: daar is de kans groot om door de politie opgemerkt te worden.

Eenmaal in Zuid-Korea beviel Han van een zoontje, de vader is onbekend. In het Zuiden probeerde ze een beroep te doen op sociale voorzieningen, maar daar had ze scheidingspapieren voor nodig. Haar Chinese man weigerde die te tekenen.

Han kende in haar omgeving maar weinig mensen. In Seoul leven buren vaak langs elkaar heen. Daarnaast is het voor veel overlopers een grote stap om andere Noord-Koreanen te benaderen, uit angst voor spionnen.

Een gedenkdoek voor Sung-ok Han in Seoul. Foto Jung Yeon-JeE/AFP

Kang: „Als ik haar had gekend had ik haar willen helpen. Nu is het te laat. De armoede en het sociale isolement zijn Han en Dong-jin fataal geworden.” Hij zegt ook, zichtbaar geëmotioneerd: „Die mensen zijn overleden omdat de overheid niet naar ze omkeek. President Moon Jae-in is druk met vriendschap sluiten met de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un, maar hij kijkt niet om naar Noord-Koreanen in zijn eigen land.”

Een Noord-Koreaanse vrouw, die anoniem wil blijven uit angst voor Pyongyang, bezoekt de gedenkplaats samen met haar dochter. „Ik kende Han wel. We hadden contact via KakaoTalk (het Koreaanse WhatsApp, red). Maar ik wist echt niet dat ze zó in de moeilijkheden zat.”

In het hart geraakt

De dood van Han en haar zoontje heeft de Noord-Koreaanse gemeenschap in het hart geraakt en dat zorgt voor een grotere saamhorigheid. Af en aan komen Noord-Koreanen naar de gedenkplaats. Sommigen buigen voor de foto’s, laten een traan en gaan weer. Anderen zitten er uren en maken nieuwe vrienden. Tegen het avonduur komt een man eten brengen. „Dit is voor de mensen die vannacht de wake houden.”

Door de internationale media-aandacht die de aanhoudende wake genereert wordt de regering nu gedwongen iets te doen aan de achterstand van Noord-Koreaanse vluchtelingen. Zij heeft een enquête onder vluchtelingen aangekondigd om de sociale problematiek in beeld te krijgen. Ook gaat de overheid nu actief op zoek naar Noord-Koreanen die moeilijkheden ondervinden.

Maar voor de Noord-Koreaanse gemeenschap is dat niet genoeg. Afgelopen zaterdag liepen honderden vluchtelingen en sympathisanten vanaf de gedenkplaats in een mars naar het Blauwe Huis, de ambtswoning van president Moon Jae-in. Ze eisten een reactie van de president op het overlijden van Han en haar zoontje, maar die blijft tot op heden uit.

Hoe lang de gedenkplek er nog staat? „Totdat ze ons wegsturen.” Kang klinkt vastberaden. „Want je gelooft dit toch niet? Die vrouw riskeerde haar leven om de hongersnood in Noord-Korea te ontvluchten, en dan sterft ze anoniem aan ondervoeding in het vrije Zuiden.”