Foto Khalid Amakran

Merle Pieperiet (17): ‘Amerika zal altijd een deel van mij zijn’

In de rubriek Jong! vertellen pubers over zichzelf, de wereld en elkaar. Deze week: Merle Pieperiet (17). Aanmelden? Mail pubers@nrc.nl.

Mini-boerderij

„Wij wonen op een industrieterrein. Ik vind het fijn wonen, rustig. Kinderen van school zeiden altijd: ‘je woont in een villa’. Na de mavo ben ik een jaar naar Amerika geweest, daar leefde ik op een soort mini-boerderij. Er waren kippen, twee varkens, twee geiten, katten en een hond. En ik had vier kleine broertjes en zusjes.

Ik hou erg van kleine kinderen. Ik ben niet zo’n fan van Trump, de meeste mensen in Europa niet, maar dat is in Amerika wel anders. Er zijn daar genoeg mensen die echt van hem houden. Mijn moeder zei als grapje tegen een Amerikaanse vriendin van mij dat Trump op een wortel leek, omdat hij er oranje uitziet. Ik zei: ‘Mama, dat kun je écht niet zeggen!’ Gelukkig kon mijn vriendin erom lachen. Als je dat tegen sommige mensen zegt worden ze bóós!”

Red Wings

„Ik ging naar een highschool met tweeduizend leerlingen. Dat vond ik het allerleukst, je voelt je deel van iets. Na school gingen we altijd naar de American Football-wedstrijden van het schoolteam. Sta je daar in het studentenvak, iedereen gek gekleed. Ook de ijshockeywedstrijden zal ik nooit vergeten. Ik ben niet zo’n sportsfan maar ik zat te schreeuwen langs de kant. Met vriendinnen ben ik naar de Red Wings geweest, het ijshockeyteam van Michigan. Heel grote arena, publiek helemaal rondom. Zó leuk, zó veel sfeer. Amerika zal altijd een deel van mij zijn. Een soort thuis.”

Te vroeg geboren baby’s

„Ik ben net begonnen met verpleegkunde en ga al bijna stage lopen. Dat is denk ik net als Amerika in het begin: Je kent niks, je weet niks, je moet jezelf maar redden. Eerst moet ik met oude mensen werken. Ik snap dat ik ervaring op moet doen en dat oude mensen ook zorg nodig hebben, maar eerlijk gezegd heb ik er niet héél veel zin in. Het is niet mijn doelgroep, dat zijn te vroeg geboren baby’s. Na verpleegkunde ga ik kinderverpleegkunde doen, en dan twee jaar neonatologie. Mijn moeder vraagt weleens waarom ik niet gewoon kleuterjuf word. Maar baby’s zijn zo hulpeloos, zo afhankelijk. Ik vind het mooi om te kunnen zorgen voor iemand die het écht nodig heeft. Het is natuurlijk zwaar, er gaan weleens kleintjes dood. Maar mijn filosofie is: als neonatologie er niet was, gingen alle kindjes dood. Wij doen alles om het kindje te redden.”

Gewoon mijn broertje

„Toen ik zes was heb ik een broertje uit China gekregen. Mijn ouders wilden een kindje dat zonder ouders zou opgroeien een warm thuis geven. Ik ben meegeweest naar China om hem op te halen, hij was net één. Hij is het zonnetje bij ons in huis. Soms zeggen mensen: ‘het is niet je echte broertje’. Dat vind ik vervelend, zeker als hij erbij is. Hij is gewoon mijn broertje, ook al heeft hij biologische ouders aan de andere kant van de wereld. ‘Familie’ is iets anders dan bloedband.”