Opinie

Lezen als wapen tegen Doegin

Michel Krielaars

Even was het alsof Settembrini en Naphta uit Thomas Manns Der Zauberberg uit het graf waren herrezen. Op het symposium The Magic Mountain Revisited van het Nexus Instituut stonden ze afgelopen zaterdag opnieuw tegenover elkaar. De rol van Settembrini, de humanistische verdediger van de Verlichting en de democratie, werd vertolkt door de Franse filosoof Bernard-Henri Lévy. Naphta, de anti-Verlichtingsdenker en tegenstander van het humanistisch individualisme, door de Russische filosoof Aleksandr Doegin. In een spannend debat van anderhalf uur hielden zij het publiek in de zaal van de Nationale Opera in Amsterdam een spiegel voor waarmee ze aan de hand van de discussie tussen die onvergetelijke romanpersonages lieten zien hoezeer het zieke Europa van tegenwoordig lijkt op dat van de jaren voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog, die Thomas Mann als decor voor zijn roman koos.

Als een ding duidelijk werd, was het dat we moeten oppassen voor denkers als Doegin, die de liberale democratie met zijn humanistische waarden het liefst op de mestvaalt van de geschiedenis zouden willen gooien om die te vervangen door een bewind zoals Rusland en China dat kennen. Even vreesde ik dan ook de aanstaande invoering van de knoet. Doegin verkondigde zijn leer namelijk zo beangstigend overtuigend, dat de beschaafde tegenargumenten van Lévy afketsten als rubberkogels op een Russische T-34 tank.

Na het duel werd op het podium gediscussieerd tussen zes intellectuelen, die allen de westerse waarden hooghielden.

De Libanese filmregisseur Nadine Labaki, de Amerikaanse filosoof Leon Wieseltier en de Palestijnse denker Sari Nusseibeh voerden het hoogste woord. Terwijl Labaki een liefdevolle opvoeding propageerde als medicijn tegen alle geweld, benadrukte Wieseltier de angst voor verandering, die tot lafheid aanzet en velen verleidt om hun heil in extreme oplossingen te zoeken. De ambitie van Thomas Mann om met Der Zauberberg helderheid over het leven zelf te scheppen, werd nu deels bewaarheid.

Maar toch ontbrak er iets: de gedachte dat het leven eindig is. En die werd niet verkondigd door een schrijver of een denker, maar door de tenor Ian Bostridge, die het lied ‘Der Lindenbaum’ uit Schuberts Winterreise zong. Hans Castorp zong het aan het einde van Der Zauberberg als hij op het slagveld zijn lot tegemoet treedt. De Gesamtkünstler Thomas Mann was in geen tijden zo nabij en bewees opnieuw zijn actualiteit.

De angst voor verandering verleidt velen om hun heil te zoeken in extreme oplossingen

‘Als sei-ne Zweige rau-uschten/ Als riefen sie mir zu.’ Bijna niets is zo heerlijk om te zwelgen in zulke Schubert-melodieën, die het leven betrekkelijk maken, maar je tegelijkertijd nieuwe levenslust geven.

Dat laatste besefte ik eens te meer toen na het optreden van Bostridge een debat volgde met zeven Hans Castorps, van wie de Amerikaanse ideeënhistorica Celeste Marcus, de Zwitserse politiek activiste Flavia Kleiner en de Tunesische mensenrechtenactiviste Intissar Kherigi diepe indruk maakten.

Toen deze begin twintigers en dertigers werd gevraagd waar zij hun kennis over het leven hadden opgedaan, bleek dat niet aan de universiteiten te zijn geweest, maar gewoon in een bibliotheek. Lezen, lezen en nog eens lezen. Daar moet de liberale democratie het van hebben als we de Doegins van deze tijd willen weerstaan.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.