Leidse warmtepijp nog verder uit zicht

Duurzaamheid Warmtebedrijf Rotterdam heeft de aanleg van een tientallen kilometers lange pijpleiding naar Leiden stilgelegd. Via de pijpleiding zou een Leidse woonwijk worden verwarmd. Nog een financiële zorg voor initiatiefnemers Rotterdam en Zuid-Holland.

Via de pijpleiding zou restwarmte uit de Rotterdamse haven naar kassen en een woonwijk worden getransporteerd.
Via de pijpleiding zou restwarmte uit de Rotterdamse haven naar kassen en een woonwijk worden getransporteerd. Foto Frans Lemmens/HH

Door aanhoudende problemen met het Warmtebedrijf Rotterdam dreigen nieuwe tegenvallers voor het Rotterdams gemeentebestuur. Aan de vooravond van een debat in de gemeenteraad over de toekomst van de noodlijdende onderneming – gedeeld eigendom van de gemeente Rotterdam en de provincie Zuid-Holland – heeft het bedrijf de aanleg van een meer dan 40 kilometer lange pijpleiding naar Leiden stilgelegd. Via die pijpleiding zou industriële restwarmte uit de Rotterdamse haven naar een Leidse woonwijk en Zuid-Hollandse kassen worden getransporteerd.

Dinsdag trok het bedrijf de opdracht voor de bouw in, zo blijkt uit een melding op Tenderned, een site waarop overheidsopdrachten worden vergund. Daarmee is het zeer onzeker of het ambitieuze project, dat al aanzienlijke vertraging had opgelopen, nog van de grond zal komen.

In 2016 werd de aanleg van de warmtepijp aangekondigd als duurzaam initiatief. Het was óók een ultieme poging om voor het Warmtebedrijf extra afzetmogelijkheden te vinden en het zo na jaren van miljoenenverliezen weer winstgevend te maken. In plaats daarvan heeft het project de onderneming en haar publieke aandeelhouders verder in problemen gebracht.

Rotterdam en Zuid-Holland kregen ruzie over de financiering en het Warmtebedrijf slaagde er niet in de benodigde vergunningen te verkrijgen. Gevolg: jarenlange vertraging. En mogelijk afstel, blijkt nu.

Financiële risico’s

Op de korte termijn moet het Warmtebedrijf nu een oplossing vinden – én die betalen – voor de Leidse woningen die het van warmte zou voorzien. De onderneming heeft zich contractueel verplicht om per 1 januari 2020 warmte in Leiden te leveren aan Nuon, dat die warmte vervolgens aan klanten (huishoudens) verkoopt.

Warmteleverancier Uniper is het enige alternatief in de regio. Onderhandelingen met Uniper zijn nog steeds niet afgerond, zo bevestigt dit bedrijf tegenover NRC. Volgens betrokkenen kunnen partijen het niet eens worden over de prijs.

Lees ook: Vastgelopen warmteproject levert adviseurs miljoenen op

Dit nog overeen te komen bedrag is maar een fractie van de totale financiële risico’s die de provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam lopen op het project. Mocht de warmtepijp er niet komen, dan draaien zij volledig op voor schade. Dat blijkt uit een geheime Letter of Comfort die gemeente en provincie eerder aan Nuon hebben verstrekt. Voor Nuon was deze garantstelling een voorwaarde om met het Warmtebedrijf in zee te gaan.

Intussen houden Rotterdam en Zuid-Holland het Warmtebedrijf met wekelijkse geldinjecties op de been. Rotterdam heeft al meer dan 200 miljoen euro in het bedrijf gestoken, geld dat waarschijnlijk niet terugkomt.

Duurzame ambities

Het Warmtebedrijf werd in 2006 opgericht om met overtollige warmte uit de Rotterdamse haven zo’n 300.000 tot 500.000 huizen duurzaam te verwarmen. Die doelstelling werd nooit gehaald. Door angst voor gezichtsverlies, wensdenken en het structureel onderschatten van risico’s werd het Warmtebedrijf een politiek en financieel fiasco, zo bleek uit een eerdere reconstructie van NRC.

Volgende week presenteert de Rotterdamse Rekenkamer een naar verwachting kritisch onderzoek naar de politieke aansturing van dit dossier. Deze week concludeerde diezelfde rekenkamer dat het Rotterdamse gemeentebestuur de afgelopen jaren „herhaaldelijk te overmoedig” is met plannen, „te veel (financiële) risico’s” neemt, en „te weinig leert van zaken die mis zijn gegaan”. Het Warmtebedrijf werd als voorbeeld aangehaald.

Hoewel de meeste aandacht uitgaat naar Rotterdam is het debacle met de Leidse warmtepijp ook voor de provincie een pijnlijke kwestie. In mei trad de verantwoordelijke gedeputeerde Han Weber (D66) af omdat hij de Provinciale Staten over een vertrouwelijk advies over de financiële risico’s niet had geïnformeerd. Een provinciaal investeringsfonds dat was opgericht om de Leidse leiding met 65 miljoen te financieren heeft tot woede van Rotterdam nog steeds niet besloten het project te steunen.

In een reactie laat het Rotterdams college weten „geen uitspraken te doen” over eventuele financiële en juridische consequenties voor de gemeente. De levering van warmte aan Leiden is volgens een woordvoerder wettelijk geborgd. Het Warmtebedrijf was niet bereikbaar voor commentaar.