Foto Susannah Ireland

Bestsellerauteur Lucinda Riley: ‘Ik heb geen vertrouwen meer na wat me is overkomen’

Lucinda Riley Geliefd door een miljoenenpubliek overal ter wereld, verguisd door de literaire kritiek: de bestsellerserie De zeven zussen van Lucinda Riley. ‘Ik wil geen literaire fictie schrijven die door 2.500 mensen wordt gelezen, maar door iedereen.’

‘Ik hou van mijn lezers, maar niet van journalisten. Journalisten verdraaien je woorden en interviewen je zonder je boeken te hebben gelezen. Wist je dat er in Duitsland een boekenprogramma is waar ze elk nieuw boek van me even omhoog houden en het dan zwijgend in de prullenbak gooien? Dat doet pijn.” Bestsellerauteur Lucinda Riley, die met haar zevendelige serie De zeven zussen inmiddels een miljoenenpubliek heeft bereikt, komt tijdens ons gesprek enkele keren terug op hoe journalisten, maar ook de literaire wereld, met haar omspringen. We ontmoeten elkaar in haar huis in Londen, waar ze met een gekneusde voet op de bank zit. Zes weken geleden is ze gevallen, ook haar gezicht is nog steeds opgezet door de val. De fotograaf krijgt duidelijke instructies. „Ik wil niet als een monster afgebeeld worden.”

Toen u aan ‘De zeven zussen’ begon, had u vast een plan voor elk deel. Is er veel veranderd tijdens het schrijfproces?

„Ik had eerlijk gezegd geen enkel idee. Het was vlak na Kerst toen ik een maaltijd voor twaalf man moest maken op zo’n moment dat je geen kalkoen meer hebt. Ik keek naar buiten, dat doe ik graag, en zag de sterrenhoop van de zeven Plejaden in de hemel en koppelde dat aan de zeven kinderen die mijn man en ik samen hebben. Ik riep door het huis: ‘Kom eens, ik heb een briljant idee!’ Eerst kwam alleen de hond, maar toen iedereen er was, zei ik: ‘Ik wil zeven boeken schrijven over zeven zussen, die gekoppeld zijn aan de legendes over de Plejaden.’ Ze keken me aan en zeiden: ‘Dat is een enorm groot project’. ‘Maar wat vinden jullie van het project?’ vroeg ik. Ze vonden het meteen fantastisch. Ik wilde een boek dat je kunt lezen zonder iets te weten van de Griekse mythologie, een good read, maar als je wilt kan je er alles over opzoeken en aanwijzingen vinden. Daarnaast zit in elk deel het mysterie rondom de vraag wie Pa Salt (Atlas) is, de man die de zusters adopteerde.”

Lucinda Riley is ook in Montenegro een bestsellerauteur, schreef Michel Krielaars in zijn columnn. Het viel hem meteen op toen in Podgorica.

Hoe koos u de locaties, bijvoorbeeld Brazilië waar het eerste deel zich afspeelt?

„Ik was daar toevallig, en het is zo’n geweldig land dat ik daar graag een deel wilde laten afspelen. En ook de geschiedenis van dat geweldige Christusbeeld, dat was zo mooi om over te schrijven. Hoe dat in losse delen naar Brazilië is vervoerd, is nauwelijks bekend. Het Parijse atelier waar het beeld is gemaakt, kende niemand. Ik heb dat kunnen achterhalen. Alle delen samen zijn een geschiedenis van de mensheid van honderd jaar, vanuit het perspectief van de vrouw.”

Omdat geschiedenis te weinig is geschreven vanuit het perspectief van de vrouw?

„Ja, ik wilde over vrouwen schrijven. Deze serie is begonnen voor #MeToo en voordat de feministische beweging echt op gang kwam. Het ging mij om vrouwelijke pioniers, zij hebben de weg geplaveid voor onze vrijheid. Bovendien schrijven mannen geschiedenis vanuit een politieke blik, of over oorlog. Ik schrijf van de culturele identiteit van een land.”

Hoe lang blijft u op elke plek waar een deel zich afspeelt?

„Zes weken, want dat is de enige manier om een cultuur te leren begrijpen. Ik zat in Ipanema, vlak onder een favela. Je hoort altijd dat het gevaarlijk is daar, maar iedereen was fantastisch, iedereen zwaaide. Australië vond ik eng, ik ben namelijk enorm bang voor spinnen, maar ik moest die angst overwinnen. Ik wil herkenbaar over een land schrijven waar mensen alleen oppervlakkige kennis van hebben, en waar ik dan wat dieper op kan ingaan. Ik heb van tevoren nooit enig idee, ik begin gewoon bij het begin en dicteer het verhaal.”

Is een verhaal dicteren prettiger dan een verhaal schrijven?

„Het is totaal anders. Ik ga hiermee terug naar waar verhalen vertellen ooit mee is begonnen, de orale traditie waar verhalen van generatie op generatie werden doorverteld. Door te dicteren, voelt het als een creatief, holistisch proces.”

Ik ben bang om te falen, daar zit een belangrijke motivatie in om hard te werken. Ik heb geen vertrouwen meer na wat me is overkomen.

Verandert er veel als het op papier staat?

„Heel veel. Ik heb een assistente die alles uittikt. Ik hoop dat ze nooit de letterlijke transcriptie zullen publiceren. Bij de eerste uitwerking staan er honderdduizenden woorden op papier en dan ga ik aan slag, redigeren, zo’n 20 tot 25 keer. Ik weet wanneer het boek klaar is, dan hoor ik de zinnen zingen en dan kan er geen woord meer vanaf, want dan is de cadans weg, het ritme. Ik wil niet doen alsof ik Mozart ben, maar de flow moet er zijn voordat het echt uitgegeven kan worden.”

U heeft veel natuurbeschrijvingen in uw boeken, die gepaard gaan met veel bijvoeglijke naamwoorden. Zijn ze belangrijk en hoe kiest u die?

„Ze zijn heel belangrijk voor me. Ik kies mijn bijvoeglijke naamwoorden niet, ze rollen uit mijn mond. Ze geven weer wat ik zie. Grappig, ik heb er nooit over nagedacht. Er staan vast veel bijvoeglijke naamwoorden in. Hopelijk niet te veel! Als ik de transcriptie heb dan kort ik in, haal er verdubbelingen uit, maak dialogen logisch, maar bijvoeglijke naamwoorden haal ik er eigenlijk nooit uit. In mijn laatste manuscript telde ik wel hoe vaak ik bepaalde woorden gebruikte. Het woord really, dat kwam er 7.976 keer in voor. Ik moest er helemaal opnieuw doorheen om bij elke really te kijken of het eruit kon of anders omschreven kon worden. Dat is hoe technisch het wordt. Soms besluit ik ook wel eens om op een pagina tien woorden te schrappen, dat kan altijd, maar niet op elke bladzijde, dan wordt het te dun. Ik werk hard en ben bijna obsessief. Het is mijn nachtmerrie dat ik een fout heb gemaakt in het historische onderzoek. Het moet wel zo zijn dat ik, Lucinda Riley, alle verantwoordelijkheid neem voor wat er op papier komt. Deel zes [Zon] dat ik net af heb, over het zusje Elektra, daar kwam zoveel bij kijken. De hele burgerrechtenbeweging in de jaren vijftig zit erin, Afro-American culture. Het is een groot verhaal.”

Verwacht u problemen omdat u als witte bestsellerauteur dat onderwerp kiest?

„Daar kan ik op wachten, maar in meerdere delen kom ik op voor de minderheid: voor de Aboriginals [Parel], de zigeuners [Maan]. In dit deel wilde ik per se de burgerrechtenbeweging verwerken. Ik probeer de wereld te zeggen: kijk naar hoe ze zijn behandeld in hun eigen land. Bovendien: ik ben Iers, honderd jaar geleden was ik een etnische minderheid. Dus alleen omdat ik wit ben, geprivilegieerd ben, zou ik dit niet mogen doen? Aan het eind van dit boek doe ik ook een oproep aan alle uitgevers over de hele wereld om meer boeken uit te geven van etnische minderheden, zodat zij ze kunnen schrijven. Natuurlijk zouden ze dat moeten doen. Maar of ik nu wit, zwart of vrouw ben… Gaan we het punt bereiken dat ik niet over mannen kan schrijven omdat ik een vrouw ben? Ik wil niet het gevoel krijgen dat ik geen verhalen zou kunnen vertellen omdat ik wit ben. Waarom kreeg ik geen commentaar toen ik over Aboriginals schreef of over zigeuners? Schrijvers moeten dapper zijn, ik hoop dat wat ik doe uiteindelijk iets positiefs is. Excuseer me, ik maak me hier heel druk om, ik moet even kalmeren…”

Na een kleine adempauze: „Juist nu, met wat er in de VS gebeurt, zijn die verhalen belangrijker dan ooit, dat mensen zich herinneren wat er gebeurd is. Toen ik in Harlem bezig was aan dit deel, zei Trump: ‘Ga terug naar je eigen land’. Dat was een angstaanjagend moment. Nu, afijn.”

Lees ook de discussie tussen Michel Krielaars en Rosanne Hertzberger over het werk van Lucinda Riley. Rosanne Hertzberger meent dat NRC zijn neus zou ophalen voor de ‘lage literatuur’ van Riley, schrijft Krielaars.

Wat is de rol van kunst? Pa Salt stelt dat toegankelijkheid een belangrijke voorwaarde voor kunst is. Vindt u dat ook?

„Ja. Niets is zo erg als die miljonairs die dure kunst kopen waar niemand naar kan kijken. Alles wat mooi is moet zichtbaar zijn. Wat heb je aan juwelen die je in een brandkast stopt? Schoonheid is er voor de massa.”

Ik bedoel niet toegankelijk in de zin van beschikbaarheid, maar bijvoorbeeld stilistische toegankelijkheid. Hoe ver ga je dan? James Joyce is overal verkrijgbaar, maar niet voor iedereen toegankelijk.

„O mijn god, good old Joycie!. Van mijn Deense uitgever moest ik Ulysses herlezen. Ik dacht toen ik het las telkens: waarom? Ik kreeg maar geen vat op hoofdstuk 3. Later vertelde iemand die gepromoveerd is op Joyce dat Joyce aan de drugs zat toen hij dat hoofdstuk schreef en dat we het daarom niet begrijpen. Toen kon ik het plaatsen.

„Maar hoe ver ik ga: niemand maakt een kunstwerk opdat het niet bekeken of gelezen wordt. Ik ben een verhalenverteller, dat is mijn talent, de techniek van het overbrengen heb ik moeten leren. Ik hoef geen literaire prijzen te winnen met mijn boeken, ik wil dat ze goed gelezen worden. Ze zijn niet simplistisch, maar ik wil dat niemand het gevoel krijgt geen grip op de tekst te kunnen krijgen. In de literaire wereld is er het grote onderscheid tussen hoogstaande literatuur en boeken voor de massa. Jane Austen of de zusters Brontë waren aanvankelijk de massamarkt, nu worden ze als literatuur gezien.”

Zit u ermee dat die werelden gescheiden zijn?

„Nee, niet echt, ik wil gewoon mijn verhalen kwijt. Ik lees zelf veel fictie, veel historische ook. Soms denk ik wel: is dit nu echt literairder dan wat ik doe, of zit het verschil in het omslag, en omdat het anders in de markt is gezet? Ik ga geen titel noemen, maar ik las laatst een historische roman en dacht: wat is nou eigenlijk het verschil? Ik wil geen literaire fictie schrijven die door 2.500 mensen wordt gelezen, maar door iedereen. Welk boek ik ook schrijf, ik eindig altijd met hoop. Alles liever dan een roman van 250 pagina’s met een droog, plotloos verhaal, waarin elke zin prachtig is gebeeldhouwd, maar waar de auteur vergeten is een verhaal te vertellen.

„Ik weet niet of je weet wat er met me gebeurd is twintig jaar geleden? Ik had een thriller over het koningshuis [Seeing Double] geschreven. Prinses Diana was overleden, dus dat was slechte timing. Terwijl mijn carrière als schrijver gestaag omhoog ging, kwam er veel kritiek. Van de een op de andere dag liet mijn uitgever me vallen, mijn agent ook. Ik heb nu succes, maar ik weet dat het elk moment afgelopen kan zijn.”

Bent u daar bitter over?

„Nee, ik ben niet bitter aangelegd. Het was een grote schok, maar uit mijn tijd als actrice heb ik geleerd dat je met afwijzing moet leren leven.”

Bent u bang uw lezers teleur te stellen?

„Ja. Gisteravond had ik het er nog met mijn man over, ook omdat ik dan opzie tegen de interviews vandaag. Ik ben bang om te falen, daar zit een belangrijke motivatie in om hard te werken. Ik heb geen vertrouwen meer na wat me is overkomen. Dit is mijn moment, De zeven zussen zijn mijn magnum opus, maar hoe hou ik die standaard vol? Ik hoop dat ik de Seeing Double-ervaring niet nog eens meemaak.”

Haar man komt binnen en wil dat Riley gaat lunchen. „Nou, bedankt voor je komst – wees mild bij het uitwerken van je stuk.”

De Nederlandse vertaling van deel 6, Zon, verschijnt 18 februari bij Xander Uitgevers.