Recensie

Recensie

Hitlers talrijke Nederlandse SS-soldaten

Nederlandse SS’ers Zo’n 25.000 Nederlanders meldden zich als vrijwilliger voor de Waffen SS. Niet alleen aan het Oostfront maar ook in Nederland moordden en martelden ze erop los, zo blijkt uit een imposante studie.

Peperbus met affiches tijdens de Duitse bezetting, precieze datum onbekend
Peperbus met affiches tijdens de Duitse bezetting, precieze datum onbekend Alphons Hustinx/HH

‘De zon scheen ontzettend fel. We liepen allen in sportbroekjes rond.’ Tien dagen na de inval van nazi-Duitsland in de Sovjet-Unie op 22 juni 1941 beschreef een Nederlandse soldaat van Waffen-SS-divisie Wiking een zomers tafereel in zijn dagboek. ‘De vijfde compagnie benutte de tijd om Joden dood te schieten die de Partisanenkrieg gevoerd hadden. Voor deze beesten was geen andere oplossing.’ De nationaalsocialistische propaganda had zijn giftige werk gedaan.

Een andere Nederlander in Waffen-SS-divisie Wiking tekende enige dagen later op hoe zijn patrouille in een dorp nabij de Oekraïense stad Tarnapol ‘een hoop Joden’ aantrof. Enkele van deze ongelukkigen moesten hun auto poetsen en werden aansluitend ‘geschoren’: ‘De ene helft van de baard laten zitten en de andere helft met een schaar weggeknipt. Bij de anderen hebben we het ’t afgebrand met benzine. Toen is het losgegaan; met een sabel en stuk hout op de donder gegeven en ze laten zweten.’ Alle Joden werden uiteindelijk langs een vijver gedreven en afgeschoten. De volgende dag steeg nog steeds een geweldige stank en gekerm op uit de vijver. Empathie met de in doodsstrijd verkerende slachtoffers ontbreekt in de dagboekaantekening.

Niet minder schokkend is de triomfantelijke toon waarop een derde landgenoot in Waffen-SS-divisie Wiking in zijn dagboek melding maakt van een massamoord op Joden toen half oktober 1941 de Oekraïense havenstad Marioepol werd veroverd: ‘De mooiste buit die wij ons hadden kunnen dromen was wel de 13.000 Joden die levend in onze vingers kwamen, maar er natuurlijk niet meer levend uitkwamen.’ Dagboeknotities over het vermoorden van Joden, Slavische burgers en krijgsgevangenen zijn geen zeldzaamheid het boek Veldgrauw. Nederlanders in de Waffen-SS van Evertjan van Roekel.

Lees ook: Waarom de Duitsers helemaal niet zo superieur waren tijdens D-Day

Germaans broedervolk

Met zijn opzienbarende doctoraalscriptie (en boek) uit 2010 bewees deze historicus dat de naoorlogse verklaringen van Nederlanders in Waffen-SS-divisie Wiking dat zij als frontsoldaten destijds niets wisten van de moordpartijen op burgers bedrieglijk zijn. Veldgrauw (de boektitel verwijst naar de kleur van het Waffen-SS-uniform) is het resultaat van het aanvullende onderzoek dat Van Roekel deed. De basis hiervan vormen egodocumenten van negentien Nederlandse vrijwilligers in Himmlers internationale strijdmacht. De stelling van de auteur dat deze selectie kan worden beschouwd ‘als behoorlijk representatief voor de volledige groep Nederlandse vrijwilligers in de Waffen-SS’ stemt aanvankelijk enigszins sceptisch. Aangezien circa 25.000 landgenoten daarin dienst namen valt op zijn bewering methodologisch wel wat af te dingen. Wie verder leest raakt onder de indruk van Van Roekels enorme kennis van de wetenschappelijke literatuur en relevante bronnen.

Al op 26 mei 1940 werd SS-Standarte Westland opgericht, voornamelijk om Nederlanders, beschouwd als Germaans Brüdervolk, te werven. De eenheid werd spoedig aan de Waffen-SS-divisie Wiking toegevoegd. De meeste Oostfrontstrijders uit ons land dienden uiteindelijk in het Vrijwilligerslegioen Nederland, dat vlak na de inval in de Sovjet-Unie werd opgericht. Om politiek-ideologische redenen wilden nazi-kopstukken ook troepen uit de bezette gebieden, Italië, Spanje, Finland, Roemenië, Hongarije en Slowakije inzetten.

De ronkende propaganda voor het Vrijwilligerslegioen Nederland – soldaten zouden onder nationale vlag én Nederlandse officieren strijden – verschilde hemelsbreed van de werkelijkheid. In de praktijk bleek het legioen, zoals een vrijwilliger noteerde, te zijn opgericht als ‘een ronselpartijtje voor de Waffen-SS’.

Om vast te stellen of ook de soldaten van het Vrijwilligerslegioen Nederland zich hebben schuldig gemaakt aan moordpartijen is volgens Van Roekel meer onderzoek nodig. Hij verwacht desondanks niet dat er een doos van Pandora zal opengaan. Gezien de doelstellingen van de raciale vernietigingsoorlog tegen de Sovjet-Unie ( Lebensraum, het dood hongeren van dertig miljoen Slaven en het uitroeien van alle Joden) is die veronderstelling wellicht wat voorbarig.

Ongeveer 2.000 tot 3.000 Nederlandse Waffen-SS’ers belandden in Russische krijgsgevangenschap en ruwweg 6.000 soldaten bleven in Duitsland na 1945.

Het laatste onderdeel van de Waffen-SS tenslotte waarin landgenoten konden dienst nemen was de Landstorm Nederland. Op 11 maart 1943 werd deze zwaar onderbemande ‘divisie’ opgericht om vijanden binnen de eigen landsgrenzen te bestrijden. Met de Landstorm wilden de Duitsers mannen aantrekken die dienstneming voor het Oostfront te hachelijk vonden. De militaire waarde van deze eenheid aan het einde van de oorlog bleek gering.

Wel toonden de manschappen zich bovenmatig enthousiast voor het martelen en vermoorden van opgespoorde Joden en verzetslieden.

Met 25.000 vrijwilligers leverde Nederland van alle West- en Noord-Europese landen de meeste manschappen aan de Waffen-SS. Afgezet tegen de totale bevolking is dit een vergelijkbaar aandeel als Vlaanderen of Denemarken. Van Roekel constateert dat zij overwegend tot de lagere middenklassen behoorden. Uit egodocumenten blijkt dat de motieven voor dienstneming uiteenliepen. Tussen de dertig en veertig procent was lid van de NSB en de Nederlandsche SS. Veel vaker dan een nationaalsocialistische overtuiging waren anticommunisme, zucht naar avontuur of een uitzichtloze maatschappelijke positie doorslaggevend. Criminelen werden bewust geronseld. Het laatste oorlogsjaar zochten ook zogenaamde ‘Broodgermanen’ hun toevlucht tot de Landstorm om levensmiddelen voor zichzelf te bemachtigen.

De militaire training was aanvankelijk voor talrijke Oostfrontvrijwilligers een ontluisterende ervaring. De minachtende bejegening door Duitse officieren, die hen als een soort merkwaardig dialect sprekende Volksdeutsche beschouwden, wekten verontwaardiging. De behandeling van de voluntairs verbeterde snel. Reichsführer-SS Himmler was immers trots op zijn Germaanse vrijwilligers. Zijn Hollandse voetsoldaten kwamen terecht in een kolkende maalstroom van geweld. Naar schatting overleefden 18.500 van hen de oorlog. Ongeveer 2.000 tot 3.000 Nederlandse Waffen-SS’ers belandden in Russische krijgsgevangenschap en ruwweg 6.000 soldaten bleven in Duitsland na 1945. In eigen land golden de Waffen-SS’ers als landverraders en wachtte hen een gevangenisstraf. Met Veldgrauw heeft Van Roekel een indrukwekkende studie geschreven. Een aanrader.