Recensie

Recensie Beeldende kunst

Het vertrouwde verval van Kiefer

Anselm Kiefer De oude meester heeft zich herpakt en keert terug naar grofkorrelige, historisch beladen constructies en verwijzingen naar alchemistische processen en magnifieke landschappen.

Het bos van de Karfunkelfee (2009).
Het bos van de Karfunkelfee (2009). Foto Antoine van Kaam

Het ligt voor de hand om te beginnen met de meters en kilo’s werk van Anselm Kiefer (1945). Want jawel, de werken van de aan de bron van de Donau geboren en in Frankrijk levende en werkende kunstenaar wegen soms wel zeshonderd kilo. En dan spreek je niet van sculpturen maar van schilderijen. En ja, die schilderijen zijn soms wel zes, acht, tien meter breed en drie meter hoog. Kiefers werken zijn kwetsbaar, bij iedere verplaatsing brokkelen er stukken af: dat kan verf zijn, maar ook gecorrodeerd ijzer, houtskool, hooi, as, zand of oude, halfvergane lapjes en gruis van bladeren. Alles wat de tand des tijds niet weerstaat, vindt zijn plek in de werken van Kiefer – en verliest die plek uiteindelijk weer.

Vijf monumentale en broze stukken heeft museum Voorlinden uit zijn depot gehaald: vier daarvan zijn nog nooit tentoongesteld – vanwege die kwetsbaarheid. Ze zijn met man en macht naar de zogeheten ‘Tuinzaal’ gebracht en daar opgesteld. Kiefers werken zijn zeker nooit feestelijk om te zien – daarvoor zit er een te grote laag van dreiging, doem, onvermijdelijke dood en teloorgang in. Maar wat een ervaring om met je neus bovenop deze vijf werken te mogen staan (Voorlinden doet niet aan hekjes), je ogen te laten zinken in al die lagen materiaal die Kiefer in, op en naast het linnen heeft laten gisten.

Lees ook: Deze expositie bewijst het: bomen zijn mooi, lief en goed (en wij niet)

De werken in Voorlinden zijn vrij recent. De jongste aankoop dateert uit 2018 en is de minst dubbelzinnige. In deze glazen vitrine wordt de gedachte verbeeld dat in de herfst de aarde 0,06 seconden sneller om haar as draait. De andere vier werken dateren uit 2009 (twee stuks) en 2010-2011 (ook twee stuks). De Karfunkelfee (2009) en Die Freimaurer (2010-2011) zijn, ondanks hun omvang, de indringendste en toch meest raadselachtige werken.

Van Kiefer is bekend dat hij zich graag in series uit. Zo ontstonden de onheilszwangere en ambivalente zolder-schilderijen (Dachboden), de ‘stenen hallen-reeks’ waarvan het Stedelijk Museum in Amsterdam zo’n prachtig exemplaar bezit, de mythische Duitse landschappen (zie Varus in het Van Abbe).

Alchemistisch proces

Al deze series ontstaan in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Daarna raakt Kiefer het spoor een beetje bijster. In zijn reusachtige ateliercomplex met kassen en onderaardse gangen in Zuid-Frankrijk raakt hij steeds kosmologischer en alchemistischer angehaucht. Halfvergane piramides, op instorten staande woestijntempels, veel van wat naar orakeltaal en getalsmystiek neigt, wordt een motief van verbeelding. Het leidt tot tenenkrommende kitsch.

Maar zie, de oude meester heeft zich herpakt. In de werken uit 2009 en later, loopt hij aarzelend de weg terug. Opnieuw zijn er grofkorrelige, historisch beladen architectonische constructies als achtergrond. Er zijn weer mythologische verwijzingen, referenties naar alchemistische processen en magnifieke landschappen, die Kiefer als geen ander schildert.

Hoogtepunt is het besneeuwde en met bloed besmeurde bos van de Karfunkelfee. Ook dit bos gaat gebukt onder betekenissen, en elk materiaal – of het nu de vilten, met goudstof besprenkelde mantel van de fee is, de as of de gedroogde doornstruiken – zit tjokvol associaties. Maar eigenlijk gaat het daar niet om.

Bij Kiefer moet je het verhaal ondergeschikt maken, want dan pas ervaar je hoe de boomstammen op dit reusachtige drieluik wit, zwart, geel, rood en bruin uitslaan. Hoe de kunstenaar soms met dikke klodders schildert, en soms de verf alleen maar tegen het doek aan blaast. Sneeuwslierten zweven door het kille woud. Kijk naar de Karfunkelfee en je voelt hoe je adem bevriest.