Recensie

Recensie Boeken

Het establishment voelt zich gehackt

Peter Pomerantsev Op zijn reis langs de loopgraven van de informatiestrijd ontmoet deze Britse auteur trollen, activisten en een Oekraïense legerbrigade. Toch is niet alles aan hacks te wijten.

Illustratie Jenna Arts

Een Tsjechische dertiger, opgegroeid in communistisch Praag, vertelde me ooit over zijn eerste schooldag nadat de Fluwelen Revolutie het regime ten val had gebracht. „Alles wat jullie tot gisteren is verteld, was een leugen”, had zijn leraar die dag gezegd bij het binnenkomen van het klaslokaal. „Vanaf vandaag krijgen jullie de waarheid te horen.”

De waarheid als een knop die je kunt omzetten, van de ene set zekerheden naar de volgende: het is een ongemakkelijke, zo niet onvoorstelbare gedachte.

Dat is nog niks, zou Peter Pomerantsev zeggen. Volgens hem moeten we niet vrezen voor de dag dat de waarheid in zijn geheel wordt vervangen, maar voor de manier waarop ze inmiddels permanent wordt ondermijnd. Dat permanente knagen, schrijft hij in Dit is geen propaganda, maakt op den duur van de waarheid een lege huls. Immers, hoe meer onze twijfel toeneemt over wat klopt en wat niet, hoe meer de feiten zelf een bijzaak worden. Wie het narratief bepaalt, wint.

Pomerantsev (1977) is bepaald niet de eerste die probeert het huidige tijdperk van verdraaide feiten, beïnvloeding, nepnieuws, post-truth en desinformatie te ontleden. Maar hij weet zich van zijn voorgangers te onderscheiden, in de eerste plaats door zijn aanpak. Hij bouwt zijn verhaal niet op als een theoretische verhandeling, maar verweeft de analyse van zijn onderwerp met zijn eigen familiegeschiedenis – zijn vader was schrijver en journalist, ontvluchtte de Sovjet-Unie en werkte in ballingschap voor onder meer de BBC – en met een wereldreis langs de loopgraven van de informatiestrijd.

Hoop en leugens

Hij spreekt af met trollen, hangt rond met activisten en reist mee naar het front met een Oekraïense legerbrigade – ook fysieke oorlogen zijn deels informatieoorlogen. Je herkent er de neus voor goede verhalen en het oog voor een sterk opgebouwde scène in van de documentairemaker die Pomerantsev eerder was.

Dat leven als documentairemaker, in het Rusland van Vladimir Poetin, stond centraal in Pomerantsevs vorige boek. In Niets is waar en alles is mogelijk liet hij zien hoe geraffineerd het Kremlin de Russische bevolking voorliegt, er alles aan doet om de macht maar niet te verliezen, met televisie als krachtig medium. Op televisie wordt de kijker opgehitst tegen de agressor Amerika, wordt grof geweld genormaliseerd en krijgt de Poetin-aanbidding gestalte. Pomerantsev werkte er tot 2010, toen hij tabak had van de Russische nepwerkelijkheid en de tegenwerking door de autoriteiten en naar Engeland verhuisde.

Lees ook het interview met Peter Pomerantsev: ‘In de politiek hebben ideeën plaatsgemaakt voor gevoelens’

Maar de wereld van leugens en bedrog die hij met zijn vertrek uit Moskou wilde ontvluchten, schrijft Pomerantsev, maakt nu wereldwijd zijn opmars. En inderdaad, de voorbeelden in Dit is geen propaganda hebben op het eerste oog alles in zich om cynisch van te worden.

Zo geeft een jongeman in de Filippijnen een inkijkje in de werking van digitale desinformatie. Hij vertelt hoe hij Facebookgroepen opzette voor een groot aantal steden. Toen er honderdduizenden leden binnen waren, begon hij met het delen van sensationele nieuwsberichten over drugsgerelateerd geweld – eens per dag, genoeg om de angst aan te wakkeren. Zijn opdrachtgever was presidentskandidaat Rodrigo Duterte, die vervolgens met de aankondiging van een genadeloze drugsoorlog de verkiezingen won.

Soms wordt het ronduit hallucinant. Aan de frontlijn in Oost-Oekraïne ziet Pomerantsev hoe Russische en Oekraïense tanks elkaar beschieten – niet om de tegenstander uit te schakelen, maar voor het journaal. Dat moet de oorlogsstemming aan het thuisfront versterken, die op zijn beurt weer voor de benodigde steun voor leger en regering zorgt. De fictie baart de feiten, in plaats van andersom.

Waarom vallen mensen voor zulk bedrog? Volgens Pomerantsev begint het allemaal met het wegvallen van de hoop op maakbare toekomst. De democratie functioneert behoorlijk zolang politici in staat zijn om geloofwaardig een hoopvolle toekomst te schetsen, aldus Pomerantsev, en je hen na afloop op de feiten kunt afrekenen. ‘Maar als de behoefte aan feiten berust op een visie op een concrete toekomst die je probeert te realiseren, wat is dan nog het nut van feiten als die toekomst verdwijnt? Waarom zou je daar behoefte aan hebben, als ze je vertellen dat je kinderen armer zullen zijn dan jij? Dat geen enkele toekomstversie veelbelovend is?’

Lees ook: Journalist Huib Modderkolk schreef een pageturner over digitale onveiligheid en de operaties van veiligheidsdiensten. Maar de rode draad van zijn boek is aan de dunne kant, schrijft medewerker Joris van Hoboken.

Tja, zegt Pomerantsev, dan kies je liever voor de populist of autocraat. Die liegt je niet voor over de Irakoorlog of de gevolgen van de financiële crisis, maar is tenminste doorzichtig in zijn (of haar, al is dat zeldzamer) leugens en laat zo het systeem zien voor wat het is.

Terecht hamert Pomerantsev zo op de rol die de politieke elite speelt in de opkomst van anti-establishmentpolitici. Het is het onvermogen van die elite dat de voedingsbodem creëert waarop haar tegenstanders floreren. Des te bevreemdender is het dat bijna alle getuigen die Pomerantsev opvoert hetzelfde fenomeen reduceren tot een slim, manipulatief spel.

Zo krijgt een voormalige spindoctor van het Kremlin alle gelegenheid om het stemgedrag van de Russische bevolking aan zijn eigen machinaties toe te schrijven. De anonieme Filippijnse jongeman die meent dat de verkiezingszege van Duterte aan hem te danken is, ‘snakt naar erkenning’, in Pomerantsevs woorden. En dat Brexit vooral het werk is van een uitgekookte internetstrategie moeten we aannemen van de digitale campagneleider van Team Leave en van de geestelijk vader van Cambridge Analytica. De makers geloven heilig in hun product.

Almachtig algoritme

Dat riekt naar de argumenten waarmee veel establishmentpolitici hun nederlagen verklaren. In die analyse is Brexit of Trump simpelweg geen rationeel verklaarbare uitkomst – niet van politieke bezuinigingsdrift of economische ongelijkheid, niet van het gat tussen burger en overheid of van onverholen xenofobie. Liever wijzen ze op een oorzaak van buiten: het systeem is niet kapot, het is alleen gehackt. Wij zijn onschuldig, de algoritmes hebben het gedaan.

Het grote manco van deze uitleg is dat ze elk debat over de inhoud bij voorbaat uitsluit. Geen wonder dat juist populistische politici en autocratische leiders de eersten waren om het frame van nepnieuws en informatieoorlog gretig over te nemen. Wie luid ‘desinformatie’ roept en zo de boodschapper van kritisch nieuws diskwalificeert, kan de boodschap zelf links laten liggen.

Lees ook: eenzaamheid voedt 8chan en extremisme

Tegenover dit beeld van het almachtige algoritme dat veel van zijn hoofdpersonen optekenen, weet Pomerantsev zich moeilijk een houding te geven. Als hij met vertegenwoordigers van de politieke elite spreekt, staat hij versteld van de onmacht die hij aantreft. ‘Politici weten niet meer waar hun partij voor staat, bureaucraten weten niet meer waar de macht zich bevindt’, schrijft hij. We moeten niet denken ‘dat de implementatie van een paar technische aanbevelingen in nieuwe informatietechnologieën alles kan repareren.’

Maar als hij zelf bij het kopje aanbevelingen is aanbeland, komt hij precies bij zulke technische oplossingen uit: betere controle op nepnieuws, meer aandacht voor oplossingsgerichte en constructieve journalistiek. De grote structurele systeemfouten – de macht van Big Tech, de ongrijpbaarheid van grote bedrijven, de machteloosheid die kiezers ervaren – blijven vrijwel onbenoemd. Na de leegte die Pomerantsev even daarvoor nog heeft geconstateerd in het politieke systeem, vraag je je dan af: is dit het?