Recensie

Recensie Boeken

Een echte Sagan, in wording

Françoise Sagan Van de legendarische Françoise Sagan is een vergeten roman opgedoken in haar nalatenschap. Maar: een onvoltooide roman.

Françoise Sagan thuis in Parijs, 18 oktober 1968
Françoise Sagan thuis in Parijs, 18 oktober 1968 Foto Michael Holtz/AFP

Het gonsde deze zomer van de geruchten in de Franse uitgeverij: er zou een boek verschijnen dat nergens was aangekondigd, in een oplage van honderdduizenden exemplaren. Er werd gegokt: een autobiografie van Brigitte Macron? Van Johnny Hallyday? Het bleek een nog niet eerder gepubliceerde roman van Françoise Sagan, die ineens in de winkel lag, op 19 september, precies vijftien jaar na haar dood in 2004.

Het werd niet de mediastorm waarop haar zoon Denis Westhoff gehoopt had. Er werden 80.000 exemplaren gedrukt en er was wat gemor: een onvoltooide roman, waar kwam die ineens vandaan? Uit de enorme juridische en praktische warboel die Westhoff aantrof nadat hij het, drie jaar na de dood van zijn moeder, aangedurfd had de erfenis te accepteren. Het besluit zette zijn leven op zijn kop: de schulden beliepen meer dan een miljoen en uitgevers wilden Sagans werk niet leverbaar houden, zo schreef Westhoff eerder in de biografie Sagan et fils (2012).

In zijn voorwoord bij Les quatre coins du coeur – een mooie Saganiaanse titel – schrijft Westhoff dat hij niet precies meer weet hoe het manuscript in zijn bezit kwam. Hij herinnert zich een dun stapeltje papier, moeilijk leesbaar, met een plastic ringbandje, in twee delen, dat hij uit een enorme hoop dossiers viste. Hij weet ook dat het manuscript door anderen is herschreven en gecorrigeerd omdat het ooit verfilmd zou worden. Hij aarzelde: moest hij het wel laten verschijnen in deze duidelijk onvoltooide staat? Uiteindelijk besloot hij dat de lezers van zijn moeder recht hadden op dit onvolmaakte onderdeeltje van haar oeuvre. Hij nam het oorspronkelijke manuscript, corrigeerde het zoals hij ‘het nodig achtte’ en veranderde niets aan de ‘stijl en de toon’ van de tekst, noch aan ‘de absolute vrijheid, de ongedwongen esprit, de wrange humor en de aan schaamteloosheid grenzende stoutmoedigheid’, kenmerkend voor Sagans oeuvre.

Onderhuidse conflicten

In Les quatre coins du coeur belanden we in het landhuis van de rijke familie Cresson. Sagan schotelt ons een huis clos voor, waarin de onderhuidse conflicten al doorschemeren: Ludovic Cresson, een playboy getrouwd met de beeldschone, op luxe gefixeerde Marie-Laure, keert terug in zijn liefdeloze ouderlijk huis. Hij heeft, na een auto-ongeluk waarbij zijn vrouw achter het stuur zat, een coma en een lang ziekbed achter de rug, in ziekenhuizen en psychiatrische inrichtingen, waar hij met medicatie rustig is gehouden. Zijn vrouw, een ‘kreng’, had al verwacht een rijke weduwe te worden en ziet zich geconfronteerd met een weinig spraakzame, vermagerde echtgenoot. Gestoord is hij volgens haar, debiel. Ze voelt geen enkele aandrang zich om hem te bekommeren.

Met zwarte humor en een flinke dosis cynisme bespot Sagan vrouwen die trouwen ‘uit angst vrijgezel te blijven’ en mannen die niets bijzonders hebben ‘of het moeten 20 kilo teveel zijn’.

Nuance brengt Sagan niet aan in de personages die ze schetst. Net als in haar bestseller Bonjour tristesse (1954) staan ze in wezen onverschillig ten opzichte van ieder ander, en draait het universum om henzelf.

Zo is de vader van Ludovic een robuuste, van zichzelf vervulde zakenman die graag tegen Khmerbeeldjes trapt en prostituees bezoekt, en zijn tweede vrouw een domme, ingebeelde zieke. De verhoudingen staan op scherp als Marie-Laures moeder ten tonele verschijnt, een beeldschone, zachte, intelligente weduwe, die – hoe bizar! – werkt voor de kost.

Met zwarte humor en een flinke dosis cynisme bespot Sagan vrouwen die trouwen ‘uit angst vrijgezel te blijven’ en mannen die niets bijzonders hebben ‘of het moeten 20 kilo teveel zijn’. In de passie voor hard rijden van de heer des huizes en in het ongeluk van Ludovic herkennen we een echo van Sagans passie, haar eigen auto-ongelukken en verslavingen (zie ook Toxique, 1964). We lezen mooie alinea’s over rouw, herkennen Sagans literaire wereld, waarin wordt gespeeld, gegokt, geflirt.

Ongetwijfeld heeft Westhoff gedacht aan de voor hem zo noodzakelijke inkomsten die de publicatie van het boekje hem zou brengen. Aan de schuldenlast die hem bedrukt, aan de nagedachtenis van zijn moeder die hij niet in de hand heeft. De tekst bleef een manuscript in wording: de plot is kort door de bocht, soms burlesk en slapstickachtig, met een open einde. Maar de liefhebber van Sagan herkent toch met plezier die onbezorgde, lichte, schaamteloze toon die haar handelsmerk was.