Recensie

Recensie Boeken

Met deze roman steekt Victoria Hersenschimmen van Bernlef naar de kroon

Ivo Victoria Alles is oké, Victoria’s vijfde roman, biedt een omgekeerde wereld: een zoon baart een moeder. Hij poogt haar tot leven te wekken zoals ze was: sprankelend en stevig, onvervaard.

Illustratie Paul van der Steen

‘Nondedjol’, klinkt het, niet voor het eerst. Het is meer een verzuchting dan een vloek: wat krijgen we nou, wat nu weer. De strapatsen die de ziekte van Alzheimer ontlokt aan wie eraan lijdt, zijn grotesk. Bij de moeder van de hoofdpersoon uit Alles is oké, de nieuwe, diep ontroerende roman van Ivo Victoria (Antwerpen, 1971), liggen kranten, bonnen, post en briefjes als dakpannetjes gerangschikt op tafel. Het is een mozaïek van laatste pogingen om grip op de wereld te krijgen, bijeengebracht met touwtjes en plakband. Elk briefje is voorzien van urgente uitroeptekens achter een helaas onbegrijpelijke mededeling: ‘20 euro!!’, ‘2e verdieping 14h!!’

Op de piano prijkt sonate 53 in E-mineur van Joseph Haydn, ‘opengeslagen op de voorlaatste pagina van de finale, molto vivace’. In deze hecht gecomponeerde roman keert de partituur telkens terug; de muziek vormt als het ware de soundtrack bij dit boek. Molto vivace! In de geest van de moeder, vlak voor het eind, nog één keer dan: uit volle borst, vooruit!

Alles is oké, Victoria’s vijfde roman, biedt een omgekeerde wereld: een zoon baart een moeder. Hij poogt haar tot leven te wekken zoals ze was: sprankelend en stevig, onvervaard. Niet alleen als moeder, maar ook daarbuiten: als ‘mevrouw Stevens’. ‘In ieder van ons houden zich talloze versies van onszelf schuil’, aldus Victoria, en wat is het wrang dat er maar eentje, zo’n kleine, kwetsbare, stamelende, overblijft.

Mevrouw Stevens schroomde in jonger jaren nooit ‘een flink woordje’ te spreken. Als godsdienstlerares nam ze het op tegen een schoolhoofd dat haar niet uitbetaalde. De zoon, ik-verteller, maakt daar terugblikkend een heroïsche strijd van, of dat probeert hij. Gevoelvol, soms ook erg geestig. ‘De voorpret danste door het lerarenlokaal’, staat er als er, in 1980 een schoolfeest komt met als thema ‘het jaar 2000’: ‘Er waren mensen die niet eens geboren waren en die in het jaar 2000 wereldfaam verworven zouden hebben. En er waren mensen die niet wisten dat ze dit nooit mee zouden maken, omdat ze, voor het zover was, al jaren morsdood zouden zijn. Kortom, een leuk thema voor iedereen.’

Voortstuwen of tegenhouden

Het is heel knap hoe Victoria zijn verhaallijnen weet uit te buiten. Dezelfde elementen keren steeds terug, zonder te gaan vervelen. Alleen al het terugkerende beeld van een keldergang waardoor een vrouw, deze vrouw, loopt, op weg naar het kantoortje van haar baas, is telkens anders geladen. Ook mooi is hoe hij haar als kleuter schetst, weggedoken onder een trap tijdens een bombardement. Ze maalt niet om zichzelf of eventuele andere slachtoffers, maar is uitsluitend bekommerd over het lot van haar nieuwe schooltasje, net buiten haar bereik aan een kapstok. Het vermiste tasje neemt ze mee de rest van het leven in, het wordt bepalend voor de loop ervan. Zo fabuleert en interpreteert de zoon er lustig op los. De lezer wordt meegenomen tot op grote hoogten, maar stort evenzogoed telkens met de verteller ook weer neer. Terug naar de gekrompen, verdoolde moeder, met haar broek vol poep.

Bij veel vormt deze roman vooral een verkenning van de moeder-zoonrelatie. Victoria benoemt dat ook letterlijk: ‘[soms] vraag ik me [...] af wat ze het vaakst heeft gedaan: mij voortgestuwd of mij tegengehouden? Het is een oneerlijke vraag omdat in het geval van moeders en vaders het voortstuwen in het tegenhouden zit vervat, en vice versa.’ Nu de moeder dement is, keren de rollen zich nog om ook.

Redacteur Arjen Schreuder zette een bril op die laat zien hoe het is om dement te zijn. ‘De koffie loopt langs het keukenkastje naar beneden’. Lees daarover: Kijk eens dement om je heen

Verpleegster

Sinds een aantal jaren verschijnen er veel boeken over dementie. Veel daarvan, zoals het recente Voorbij, voorbij van Clairy Polak over haar man, of Woorden schieten tekort van Nicci Gerard, over haar vader, zijn eerder verslagen of verkenningen dan romans. De bekendste werkelijk literaire weergave van de ziekte – tonend, vragend, niet verklarend – is nog altijd Hersenschimmen (1984) van Bernlef.

Victoria steekt Bernlef nu naar de kroon, al schrijft hij vanuit het perspectief van de zoon, en niet vanuit de patiënt zelf. Dit boek is geen eenduidige weergave van ‘leven met een demente persoon’, het is veel meer dan dat. Victoria stelt eerder vragen dan te antwoorden. Leeft de moeder in een hel, of in ‘een aanbiddelijke leegte’? Of: ‘Soms oogt ze zo lamgeslagen dat ik denk dat ze zichzelf mist. Kan dat?’

De zoon tracht zijn moeder terug te halen: hij verzint haar waar ze bij staat. Gelooft hij daar zelf in? Het is wat hij poogt, maar het lukt niet helemaal. Een verpleegster weet veel meer over hoe het is om een mens te zijn, dan een schrijver, stelt hij mismoedig.

Het enige wat niet zo geslaagd is aan Alles is oké, is het modieuze gebrek aan interpunctie. De zinnetjes van dialogen, afgewisseld met handeling, staan onder elkaar, zonder aanhalingstekens: ‘Ze zijn er, moederke./ Goed jongen./ Twee verplegers gaan de badkamer in./ Ik ben vies./ Ja, mevrouw.’ Als dit een manier is om de woorden van nog meer lading te voorzien, mislukt dat. Maar dat is ook nergens voor nodig.

Het meest ontroerende moment is misschien wel wanneer de zoon zich verplaatst in zijn nogal afwezige vader. Wat zag die man, als hij naar zijn in slaap gedommelde, gelukzalige vrouw keek na onstuimige seks? Hij vroeg zich vast af waaraan hij ‘al die schoonheid’ had verdiend, hoopt de zoon. Zou dat echt gebeurd zijn? Vast wel. Of, zoals die vader zelf zou zeggen: ‘Als het niet zo is, dan is het ook zo’.