Femke Halsema: ‘Dat wapen had nooit in ons huis mogen liggen’

Gemeenteraad van Amsterdam Burgemeester Femke Halsema moest zich verantwoorden voor het onklaar gemaakte wapen dat in de ambtswoning lag.

Burgemeester Halsema donderdag tijdens de raadsvergadering.
Burgemeester Halsema donderdag tijdens de raadsvergadering. Foto Remko de Waal/ANP

Ja, ze wist dat het wapen in de ambtswoning gelegen had. En ook dat het ging om „een dertig jaar oud, onklaar gemaakte gas/alarmrevolver. Mijn zoon vertelde me erover op weg naar huis na zijn aanhouding. Het had nooit in ons huis mogen liggen.”

Donderdag sprak de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema voor het eerst publiekelijk over het wapen waarmee haar minderjarige zoon in juli gearresteerd werd. De aanleiding was een interview dat filmproducent Robert Oey, Halsema’s partner, twee weken geleden gaf aan NRC. Hierin vertelde hij dat het onklaar gemaakte wapen van hem afkomstig was – hij had het gebruikt op een filmset - en dat het tien dagen in een la in de ambtswoning gelegen had.

Lees hier het interview met Robert Oey

Met die ontboezemingen van Oey, vond de oppositie, is een zaak die tot dan toe door alle partijen als privé werd gezien toch een publieke aangelegenheid geworden. Dus moest Halsema naar de raad komen voor tekst en uitleg.

Open brief

De belangrijkste vraag: waarom meldde Halsema niet eerder dat het wapen in de ambtswoning had gelegen? En dat het afkomstig was van Oey, die inmiddels officieel verdacht wordt van verboden wapenbezit? Nadat De Telegraaf in augustus groots uitpakte met de arrestatie van haar zoon schreef Halsema immers een open brief aan alle Amsterdammers, die dezelfde ochtend op de gemeentesite verscheen. Hierin stond niets over haar man en de ambtswoning.

Die brief, zei Halsema in de raad, schreef ze noodgedwongen om haar zoon in bescherming te nemen tegen „de veroordeling op de voorpagina” van De Telegraaf. Ze noemde daarin ook „enkel de kale feiten”. Dat de feiten over haar man en de ambtswoning er niet tussen stonden, zei Halsema, kwam voort uit rechtstatelijke zuiverheid. „Het ging om een mogelijke overtreding van mijn man, die daarover nog gehoord moest worden door de politie. Die rechtsgang wilde ik niet doorkruisen.”

Om dezelfde reden, zei Halsema, heeft ze haar zoon ook expres niet vergezeld naar diens verhoor bij de politie. „Ik wilde niet dat de agenten zich gestuurd of geïntimideerd voelden door de aanwezigheid van de burgemeester.”

Andere vraag van de oppositie: waarom sprak Halsema in haar open brief van een „(verboden) nepwapen”, terwijl het in werkelijkheid om een onklaar gemaakte, echte revolver ging ? Dat was slechts een kwestie van taalgebruik, aldus Halsema. Ook zo’n onklaar gemaakte revolver heet „in de volksmond” nu eenmaal een nepwapen. „Zo werd het door onze advocaat genoemd, dat heb ik overgenomen.” Of het dichtgemaakte wapen de daarvoor vereiste certificatie had, wilde Halsema niet zeggen. „Ik ken het wapen niet.”

Een derde punt waarover Halsema om opheldering werd gevraagd: liggen er nog meer verboden spullen in de ambtswoning? Tegenover NRC suggereerde Oey van wel: hij had op zolder nog „een heleboel onuitgepakte dozen” staan, „waar allemaal gereedschap in zit, tot en met een Japans mes.” Hierover was Halsema kort: nee, er ligt niets illegaals in de ambtswoning. Die opmerking over wapens op zolder was „sarcastisch” bedoeld.

Dat interview, zei Halsema, had Oey gegeven „om zelf verantwoordelijkheid te nemen en onze zoon te ontlasten.” Maar: „Hij noch ik beschouwen dit interview als erg geslaagd”.

Bureau Halt

Of Oey daadwerkelijk vervolgd gaat worden voor verboden wapenbezit, kan het OM niet zeggen: de zaak is nog in behandeling. Wel werd donderdag bekend dat Halsema’s zoon niet vervolgd wordt. Zijn zaak is doorverwezen naar bureau Halt, waar minderjarigen een taakstraf krijgen zonder strafblad. Normaal zou ze dit niet openbaar gemaakt hebben, zei Halsema. „Maar aangezien mijn zoon is gebrandmerkt als gewapende overvaller, vind ik het toch noodzakelijk dit publiekelijk te corrigeren.”

Echt moeilijk kreeg Halsema het niet in de raad. De oppositiepartijen, beducht voor het verwijt politieke munt te slaan uit wat voor Halsema nog altijd een privézaak is, haastten zich te zeggen dat ze „oprecht blij” waren dat haar zoon geen strafblad krijgt. De coalitie (GroenLinks, D66, PvdA, SP) onthield zich van scherpe opmerkingen of zei helemaal niets.

Halsema eindigde met een waarschuwing. De kwestie rond het wapen heeft „misschien bij sommigen tot wat leedvermaak geleid. Maar laten we elkaar niet voor de gek houden: vandaag ik, morgen u.”

De afgelopen tijd, zo zei ze, heeft ze „honderden reacties” ontvangen „over de grens die hier is gepasseerd”. Ze deed een appèl om het privéleven van ambtsdragers met rust te laten. „U mag al mijn daden bekritiseren. Maar als onze geliefden geraakt worden door het werk dat wij doen, worden we weerloos.”