Opinie

Cyclus

Ellen Deckwitz

Gisteren zat ik met een bevriende gynaecologe in de sauna waardoor je opeens met hele andere ogen naar de wereld kijkt. „Ik hoop dat je een beetje kan ontspannen, ik bedoel, je wordt hier toch overal met je werkveld geconfronteerd”, zei ik toen een kudde piemels en vulva’s het stoomhok verliet.

„Ze zagen er gezond uit”, zei ze tevreden, „dus ik ben helemaal okay.”

Gelukkig maar dat we werden omringd door allemaal vitale geslachtsorganen. Je hebt als dokter toch die eed gezworen dat je de zieken altijd zult bijstaan, straks had ze die groep achterna moeten rennen met een antibioticakuur.

„Kunnen we zo nog even in het bubbelbad?”, vroeg ze, „Ik moet dit weekend ongesteld worden en heb de week vooraf altijd zulke krampen.”

„Kan je daar niets aan doen? Je bent toch een specialist.”

„Warmte is fijn. Voor sommige vrouwen helpt het om aan de pil te gaan. Ik vind die krampen vervelend maar het is niet anders. Gelukkig zijn er ook veel goede dingen aan de cyclus.”

„Je houdt van menstrueren?!”, vroeg ik.

„Ik heb het niet over ongesteld zijn, maar over de gehele maandelijkse hormonenkringloop. De cyclus, niet de menstruatie.”

„Wat vind je er in godsnaam fijn aan?”

„Uit onderzoek blijkt dat je in de dagen voordat je ongesteld wordt veel beter kan delegeren, en dat je analytische vermogens toenemen. En rond je ovulatie ben je weer creatiever. Ik houd mijn cyclus bij in een app en plan soms bepaalde afspraken op basis van mijn hormoongang. Met de riemen die je hebt moet je roeien toch?”

Daar had ze een punt. Ik heb met behulp van de pil eens mijn cyclus veranderd zodat ik tijdens een belangrijk dichttoernooi niet ongesteld zou zijn (wat in mijn geval regelmatig gepaard gaat met hoofdpijn, krampen en stotteren). Ik zag het omleggen van die bloedsomloop als het voorkomen van problemen. Zij als kansen.

„Natuurlijk”, zei ze, „moet je er ook heel erg je eigen weg in vinden. Iedere vrouw is anders, iedere cyclus verschillend. Wat ook niet helpt is dat er veel minder onderzoek is gedaan naar de werking van het vrouwenlichaam dan naar die van het mannenlichaam. Veel artsen staan toch met de mond vol tampons als ze worden gevraagd naar menstruatie.”

„Terwijl er dus ook voordelen zijn.”

Al zwetende liet ik die wetenschap op me inwerken.

„Misschien is daarom ongesteld zijn wel extra vervelend”, zei ik tenslotte, „Heb je eerst al die superkrachten door een lekkere hormoonbalans, komt er dan weer die crash inclusief clusterkoppijn en stemmingswisselingen. Echt superstom, dan hoeven al die voordelen van mij echt niet hoor, als het ten koste gaat van zo veel gedoe, bah!”

„Wanneer moet jij ongesteld worden?”

„Morgen, hoezo?”

„Gewoon”, zei ze, en sloot tevreden haar ogen.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.