Baggersector ligt goeddeels stil door strengere norm chemische stoffen PFAS

Strenge normen De kunstmatige chemische stoffen PFAS legt op grote schaal bagger- en grondverzetprojecten stil. Zo kampt de bouw in Nederland ineens niet alleen met PAS maar ook met PFAS.

Baggeraars bij de rivier de Waal.
Baggeraars bij de rivier de Waal. Foto Werry Crone

Ze zitten in brandblusschuim, ze worden gebruikt bij het maken van anti-aanbakpannen, in verzinkingsbaden en bij tal van andere chemische processen. En eenmaal uitgestoten in het milieu zijn ze extreem hardnekkig: PFAS, oftewel perfluoralkylstoffen.

Die kunstmatige chemische stoffen leggen nu op grote schaal bagger- en grondverzetprojecten stil. En zo kampt de bouw in Nederland ineens niet alleen met PAS – te veel stikstof in natuurgebieden – maar dus ook met PFAS.

PFAS zijn in Nederland en omliggende landen de afgelopen tientallen jaren zonder enige ophef uitgestoten. Vaak is niet eens duidelijk of, waar en in welke hoeveelheden ze uit fabrieken vrijkomen. Die PFAS-chemicaliën – die allemaal complex zijn en fluor bevatten – zitten daardoor overal in het water en in de bodem, in zeer lage concentraties.

Daar maakten weinigen zich zorgen over, want er gold geen milieunorm voor. Sinds juli is die norm er wel. Die norm is door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I en W) op zo’n streng niveau ingesteld, dat grote bagger- en grondverzetprojecten niet meer uitgevoerd kunnen worden. De Vereniging van Waterbouwers (VvW) – branchevereniging van baggeraars – zei vorige week in het vakblad Cobouw dat 70 procent van de baggerwerken stil ligt.

Rampzalig

Rijkswaterstaat, de grootste opdrachtgever voor baggerwerkzaamheden, zegt dat het „momenteel bij alle projecten inventariseert wat de eventuele knelpunten zijn”. In een brief aan staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Milieu) schreven vier brancheorganisaties, waaronder VvW en Bouwend Nederland, in augustus dat de norm „zeer laag” is, en de economische effecten „rampzalig”.

Dat de branche dat standpunt inneemt, past bij haar zakelijk belang. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), dat eerder dit jaar onderzoek deed naar de risico’s van PFAS, geeft tegenover NRC aan dat er geen wetenschappelijke onderbouwing is voor de laagste norm die het ministerie in juli instelde. „Dit heeft het ministerie beslist uit voorzorg”, aldus RIVM-onderzoeker Arjen Wintersen.

In juli besloot het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat dat grond of baggerslib alleen nog in rivieren of plassen gestort mag worden als de concentratie PFAS in die grond of dat slib aantoonbaar niet hoger is dan 0,1 miljoenste gram (microgram) per kilo. Het RIVM concludeerde eerder dit jaar dat bekende milieurisico’s pas optreden bij concentraties van 3 microgram per kilo. „Maar er zijn ook nog veel onzekerheden over hoe deze stoffen zich in het milieu gedragen”, zegt Wintersen.

Voor de voortgang van bagger- en grondwerken is de beslissing van het ministerie cruciaal. Uit recente onderzoeken blijkt dat de meeste gronden in Nederland wél voldoen aan de risicogrens van 3 microgram per kilo. Wintersen: „We hebben nog geen volledig beeld, maar het ziet er gunstig uit.”

De norm van 0,1 microgram per kilo wordt echter bijna nergens gehaald, aldus de branche-organisaties. Zij schrijven dat 80 procent van de grond en het slib boven de norm zit. „Deze verandering is ons door de strot geduwd”, zegt directeur Eric van Roekel van grondbank GBN in Utrecht. Zijn bedrijf verzamelt grond die overblijft bij bouwprojecten (zoals de aanleg van een parkeergarage) en zet die elders af. Vaak wordt de grond gestort in water, zoals in voormalige zand- en grindputten. „Dat kan bijna niet meer. Ik moet nu verder rijden om de grond bovengronds kwijt te kunnen, zoals om een talud aan te leggen. En ik sluit mijn tijdelijke opslagen, want het risico is te groot dat ik die grond niet kwijt kan.” Van Roekel zegt al „tonnen” schade opgelopen te hebben.

Frustratie

„We begrijpen de frustratie onder bouwers en baggeraars”, reageert een woordvoerder van het ministerie van I en W. Volgens het ministerie heeft het deze normen gesteld omdat PFAS-stoffen een risico zijn „voor ons milieu, voor onze gezondheid”.

Wintersen noemt 3 microgram per kilo al „de laagste risicogrens”. „Dat zijn concentraties waarbij je negatieve effecten zou kunnen zien bij dieren hoger in de voedselketen, zoals roofvissen.” Risico’s voor de gezondheid van mensen ontstaan volgens het RIVM pas bij meermalen hogere concentraties.

Een jaar geleden bleek dat grond, afkomstig van Schiphol, vervuild was met PFOS, een PFAS-stof. Dat zorgde lokaal voor zoveel opschudding dat PFAS nu een landelijk probleem is. Er is ook geen goed beeld waar PFAS vrijkomt. Woensdag meldde de Inspectie voor Leefomgeving en Transport in een kritisch rapport over één PFAS-stof (GenX) dat informatie over verspreiding ervan „beperkt en versnipperd” is en dat huidige wetgeving „onvoldoende waarborgen biedt”.