Zoute tranen in de bouillabaisse

Aan tafel Aflevering 8 van een serie over lekker eten. Wie eet, leeft. Marjoleine de Vos denkt alvast aan donkere avonden met kaarsen, de tafel krakend onder de overvloed van de herfst.

Foto Getty Images

Soms probeer je je zomaar te herinneren wat nu een van je gelukzaligste maaltijden was. Niet makkelijk, want er springen allerlei locaties en vissoorten op uit de geheugenzee, kreeften knippen razendsnel bescheiden boterhammetjes doormidden en in het algemeen weet het restaurantwezen zich nogal op de voorgrond te dringen. Maar als je dat wezen naar achteren dringt, komen er andere genoegens tevoorschijn. Een piepklein cocktailworstje, ietsje geschroeid want aan een stokje in het vuur gehouden op een winters Zeeuws strand. Er is het schrille knerpgezang van cicaden en fel zonlicht pal voor het portaaltje van de witte, eenzaam gelegen kerk (het Grieks kent daar één woord voor, zo benijdenswaardig) en in de schaduw zit je zwetend een stuk allerheerlijkste meloen te eten, of een tomaat die overstroomt van sap. Of op een steen op een bergpasje, wandelschoenen aan, bloesje plakt aan de rug, een gekookt eitje. Het lekkerste eitje ooit. En dan natuurlijk de terrassen aan zee, licht schittert op de golven, de geluiden zijn gedempt in de beginnende middag, je huid is nog zilt van het water en daar komt de schaal piepkleine visjes.

Blijkbaar is buiten eten iets fijns. En ook: eten na inspanning.

Maar voor die conclusie onontkoombaar vast komt te staan, duiken er andere fenomenen op: degene aan de overkant naar wie je je hand uitstrekt. De maaltijd waarin je je bijna onoverkomelijk verslikte vanwege de onbedaarlijke lachbui die vooral zei: wat is het gezellig hier met mijn vrienden. Waar je je in verslikte? Geen idee. Maar de stemming werd vast opgevoerd doordat er wijn was en zelfgemaakt eten. Zoute tranen in de bouillabaisse vanwege een dichtregel die iemand citeerde en dat dan door de emotie de rouille in de anijzige bouillon nog lekkerder smaakt. Bekentenissen die gedaan worden terwijl er steeds weer iemand een vorkje ergens in prikt, zodat de ogen neergeslagen kunnen blijven. De smaak van die heerlijke wijn (Chassagne- Montrachet) die voor altijd het moeiteloze wederzijdse uitstromen met een goede vriend oproept.

Het geestelijke en het fysieke liggen dicht bij elkaar als het om eten en drinken gaat.

Wie zei er laatst weer eens dat we ons over een poosje – in een gelukzalige klimaatneutrale toekomst – zullen voeden met een pilletje? Dat is een recept voor oorlog. Dan worden de mensen ongelukkig en ontevreden.

Prediker zegt het wel vier keer, steeds een beetje anders: „Daarom prijs ik de vreugde, want er is onder de zon niets beters voor de mens dan dat hij zich aan eten en drinken te goed doet en geniet.” De vreugde, die heeft alles te maken met het lichaam en met nabijheid. Wie geen aardigheid meer heeft in eten voelt zich niet gelukkig – hier zijn oorzaak en gevolg onontwarbaar.

Dus ik begin vast te denken aan al die donkere avonden met kaarsen en rode wangen en de tafel krakend onder de overvloed van de vroege herfst, zoete kwee naast zoute blauwschimmelkaas, knolletjes en kastanjes en wij eromheen. Levend, want dat is het: wie eet leeft. Wij dus levend aan tafel. Prijzend de vreugde.