Mark van den Oever teelt appels, peren en kerstbomen en heeft ook duizend vleesvarkens. Foto Merlin Daleman

‘Wij boeren krijgen altijd de schuld’

Boer Mark van den Oever De oprichter van de Farmers Defense Force vindt het „zwaar onterecht” dat varkensboeren mogelijk worden aangepakt om de stikstofproblematiek op te lossen. De politiek moet maatregelen nemen tegen de grote industrie, vindt hij.

Ze zijn al heel lang ontevreden, de boeren die zich hebben verenigd in de Farmers Defense Force (FDF). Tot harde actie was het tot nu toe niet gekomen. Maar de plannen voor inkrimping van de veestapel als uitweg uit de zogenoemde stikstofcrisis zijn „de druppel die bij ons de emmer deed overlopen”, zegt Mark van den Oever, boer in het Oost-Brabantse Sint Hubert en oprichter van de actiegroep. FDF is het antwoord van de boeren op de bezetting van een varkenshouderij in Boxtel, in mei dit jaar. De eerste dag in oktober is actiedag. „Wij gaan met duizend trekkers naar het Haagse Malieveld. Dat is een waarschuwing. Als we onze zin niet krijgen, leggen we de voedselvoorziening plat. No farmers no food. Als de mensen ons vergeten, dan vergeten wij hen ook een keer.”

Van den Oever (40) heeft voor het interview en de foto een actieshirt aangetrokken; de strijdlust is groot. „Weet je waar wij de handen van onze leden voor op elkaar krijgen? Zandvoort! Als er niet naar ons wordt geluisterd, dan blokkeren we de Grand Prix. Dan gaat het hele feest niet door.”

Lees ook dit vragenstuk over stikstof: Meer verzuring en fijnstof, en koolmezen met gebroken pootjes

Deze woensdag verschijnt het eerste deel van de aanbevelingen van het adviescollege stikstofproblematiek, onder voorzitterschap van oud-minister Johan Remkes. Naar verwachting doet zijn commissie een reeks voorstellen om de hoeveelheid stikstof en ammoniak te verminderen die in Europees beschermde natuurgebieden terechtkomt. Aangezien een grote portie viezigheid afkomstig is van de veeteelt, liggen maatregelen daar voor de hand. „Wij weten allang dat het daarop uit zal draaien”, zegt Van den Oever aan de keukentafel. „Als je twintig keer voor de gek bent gehouden, dan weet je dat het de 21ste keer ook gebeurt. Ze verzinnen altijd iets om ons boeren ergens de schuld van te geven.”

Van den Oever teelt samen met zijn vader appels, peren en kerstbomen, en heeft ook duizend vleesvarkens. „We zijn van oudsher een gemengd bedrijf. Daardoor is het werk afwisselend, en zijn de inkomsten wat gelijkmatiger, want er valt altijd wel iets mee of tegen.”

Van den Oever ageert tegen de verwachte stikstofvoorstellen van de commissie-Remkes. Hij vindt dat de politiek beter kan kijken naar maatregelen rond Schiphol en industrie in de randstad.

Foto Merlin Daleman

‘Altijd de sigaar’

De boeren zijn de afgelopen twintig jaar „altijd de sigaar” geweest, zegt Van den Oever, dezer dagen „gruwelijk druk” met de perenoogst. Dat de oplossing van het echec met het Programma Aanpak Stikstof (PAS) wordt gezocht in een reductie van de veestapel, is „zwaar onterecht”, zegt hij. „Waar zit de slechtste lucht? In de Randstad. Daar gaan mensen dood aan slechte lucht. En daar zit helemaal geen veehouderij! Dus als de veehouderij inkrimpt, help je die mensen daar niet.”

Hij heeft een beter plan. „Zou het niet eens tijd worden om het steeds maar groeiende Schiphol aan te pakken? Zodat mensen in de Randstad ook fatsoenlijk kunnen leven? Laat mensen naar Zuid-Europa op vakantie gaan in plaats van naar de Verenigde Staten. En waarom pakken we auto’s niet aan? Auto’s stoten stikstof uit en dat is nog veel slechter voor het milieu dan ammoniak uit de veehouderij. Wordt het niet eens tijd dat ze ons met rust laten, en de hand in eigen boezem steken? Ik heb zonnepanelen op het dak liggen. Ik heb in de stal een systeem met gescheiden mest. Wat doen anderen? Bedrijven als Schiphol en Tata Steel en Shell mogen gewoon doorgaan, midden in de Randstad.”

Ja maar, het gaat in de stikstofcrisis nu toch vooral om schade aan natuurgebieden? Door ammoniak uit de veeteelt? „Dat is grote onzin. Een broodjeaapverhaal. Door stikstof groeien planten. Daardoor nemen ze ook kooldioxide op. Dat is toch wat we willen?” Dus moeten we alle kwetsbare natuurgebieden maar laten dichtgroeien met bomen en planten? „Nou, er mag van mij best hier en daar en vennetje zijn, maar je moet niet heel Nederland met regels verstikken. Het wordt tijd om nuchter na te denken.”

Lees ook het interview met bioboer Kees Scheepens

Vier eisen

De aandacht voor speciale natuur is overdreven, meent Van den Oever. „Er zijn in Nederland een paar mensen die de natuur van zesduizend jaar geleden terug willen halen op een paar natuureilandjes die ze zelf hebben bedacht.” En heeft Nederland honderdzestig Europees beschermde natuurgebieden? „Daar moeten er een heleboel van weg”, briest hij. „Een stuk of tien die er echt toe doen, dat is genoeg. De Veluwe en de Biesbosch, dat soort gebieden. Niet al die postzegels!”

Van den Oever staat op om koffie in te schenken. De boeren hebben vier belangrijke eisen, zegt hij. De eerste: geen dieren inleveren. Twee: geen „bedrieglijke rekenmethodes” die stikstof en ammoniak meten van het RIVM, een instituut „waar wij zeer weinig vertrouwen in hebben”. Van den Oever: „Wij willen dat er goed gemeten wordt, en dat wordt vastgesteld wat de oorsprong van al die stikstof is. Want wat auto’s allemaal uitstoten, komt in de natuur terecht, maar ook op ons land.” Derde punt: een „rationeel” toelatingsbeleid voor gewasbeschermingsmiddelen. „Dus niet op basis van emotie. Want de vraag is of het überhaupt schadelijk is.”

Van den Oever vindt de aandacht voor speciale natuur overdreven. Nederland heeft honderdzestig Europees beschermde natuurgebieden. “Daar moeten er een heleboel van weg.”

Foto Merlin Daleman

Laatste actiepunt: compensatie voor nertsenhouders. „Schandalig hoe weinig nertsenhouders krijgen die moeten stoppen. Ze worden afgescheept met een fooi. Diefstal is het!”

Boer zijn is „een roeping”, zegt Van den Oever. Hij vertelt over zijn vleesvarkens. De dieren komen hier vanaf 25 kilo en vertrekken naar het slachthuis, vier maanden later, als ze 120 kilo zwaar zijn. Stel dat hij minder varkens zou mogen houden? „De kosten blijven stijgen en de opbrengst daalt. Dan heb je gelijk geen winst meer! Terwijl we toch naar de supermarkt moeten om een boterham te kopen, niet?” Wat gebeurt er als hij straks geen duizend maar nog maar achthonderd varkens mag houden? „Dan moet ik rechten van een andere boer opkopen. Wat me wordt afgepakt, moet ik terugkopen van een boer die stopt. Dat zou in mijn geval een halve ton kosten. Ik moet dan een hypotheek nemen. Om lucht te kopen. Het is net als dat er tegen huiseigenaren wordt gezegd: neem een ton extra hypotheek, want dat is goed voor het milieu. Daar word je toch niet goed van?” En als de overheid de kosten vergoedt? „Ook dan blijf ik tegen. Want ook voerfabrieken zouden dan dicht moeten. Daar moeten dan mensen uit. Net als bij de slagerijen. Bij transporteurs. Voorlichters.”

Er is, zegt Van den Oever, eigenlijk maar één reden waarom je minder ammoniak zou moeten uitstoten of in elk geval de effecten daarvan verminderen: de stank. „Dat is reëel. Ik begrijp het als mensen willen dat het minder stinkt. Maar laat ze ophouden met fabeltjes over ammoniak!”