Voor GitLab blijkt open source een goudmijn

Unicorn Geen kantoren, je meeste klanten gratis bedienen, en toch staan investeerders voor je in de rij. Het van origine Utrechtse GitLab is één van de meest ongrijpbare unicorns.

Opensourcebedrijf Gitlab heeft geen kantoren, alles gebeurt online.
Opensourcebedrijf Gitlab heeft geen kantoren, alles gebeurt online. Foto Thomas Schlijper / HH

‘Kent u deze man, of heeft u hem ontmoet via internet?” Die vraag stelden ze bij Western Union in Utrecht toen Sytse Sijbrandij in 2012 voor de eerste keer geld wilde overmaken naar zijn compagnon Dmitri in Oekraïne. „Juist toen kwamen er veel scams uit dat land”, zegt Sijbrandij.

Leg dan maar eens uit dat je je zakenpartner niet persoonlijk maar inderdaad via internet hebt ontmoet, en intensief met hem samenwerkt via datzelfde internet.

Zeven jaar later is GitLab, het bedrijf dat Sijbrandij en zijn Oekraïense compagnon in die tijd oprichtten, groot nieuws. Vorige week meldde het 268 miljoen dollar te hebben opgehaald bij investeerders, waaronder zakenbank Goldman Sachs. Daarmee wil het onder meer uitbreiden van circa 800 naar 1.000 werknemers. Kort daarvoor was GitLab al opgedoken in een lijst met twaalf Nederlandse unicorns – start-ups met een waarde van ten minste 1 miljard dollar. Uit de jongste financieringsronde blijkt die waarde inmiddels opgepompt tot 2,75 miljard dollar (2,5 miljard euro). Niet slecht voor een bedrijf zonder kantoren, met een product dat vooral gratis wordt gebruikt. Over omzet en resultaat geeft het geen details.

De basis van GitLab wordt in 2011 gelegd. Niet in Nederland, maar in Oekraïne, door ontwikkelaar Dmitri Zaporozjets. Sijbrandij: „Hij had twee problemen: geen stromend water thuis, en slechte software op zijn werk.”

Eigen programmeertaal

Aan dat eerste kan Zaporozjets niet zoveel doen, aan het tweede wel. Hij is immers programmeur. Hij schrijft zijn eigen programmeertaal voor op het werk en gooit die vervolgens ook op internet.

Dan gebeurt wat GitLab de volgende jaren zal kenmerken: de opensourcegemeenschap duikt op het werk van Zaporozjets. Het zijn programmeurs die, puur voor de hobby, in de avonduurtjes met zijn taal werken en die verbeteren. „Ik zag een jaar later dat al driehonderd mensen van over de hele wereld eraan hadden bijgedragen”, zegt Sijbrandij, die op dat moment softwareprogrammeur is.

De Utrechter neemt contact op met Zaporozjets en GitLab is geboren; een platform waarmee programmeurs gelijktijdig, in dezelfde computertaal, aan meer projecten kunnen werken. „Een van onze klanten is een financieel dienstverlener. Iedere keer als die een obligatie wilde uitgeven, waren daarvoor 34 tools en programma’s nodig. Die hebben ook nog allemaal onderhoud nodig. GitLab brengt dat terug naar één applicatie met alle functies van die verschillende systemen.”

Daar is veel interesse voor. Sijbrandij verhuist in 2013 naar San Francisco om in Silicon Valley het bedrijf uit te bouwen en een prestigieuze entrepreneursopleiding te doorlopen. Al snel haalt GitLab 5 miljoen dollar op.

Om geld te verdienen hanteert GitLab het Wordpress-model; iedereen kan het programma gratis gebruiken. Wie meer opties wil, kan die tegen betaling krijgen.

Coffee chats

Inmiddels heeft GitLab meer dan honderdduizend klanten, zoals NASA, Delta Airlines, Ticketmaster, de ANWB, het European Space Agency en deeltjesversneller CERN in Genève. Opvallend aan dat enorme klantenbestand is dat minder dan 10 procent ervan met de betaalde versie werkt.

Hoe dat kan? Simpel. Net zoals hobbyende programmeurs in het begin Zaporozjets’ werk verbeterden, dragen nu ook bedrijven en organisaties die gebruikmaken van GitLab suggesties aan. „We krijgen zo per maand tweehonderd verbeteringen door, zowel van betalende als niet-betalende klanten. Het laat zien dat mensen ons een warm hart toedragen. We kunnen dit niet alleen.” En dus blijft GitLab de gratis versie aanbieden: de gebruikers perfectioneren het product.

Dit opensourcedenken verklaart ook de afwezigheid van kantoren: alles gebeurt online. „Het heeft weinig voordeel om bij elkaar te zitten. Je kan beter goed gebruikmaken van digitale tools om contact te onderhouden”, zegt Sijbrandij. „We treffen elkaar via videobellen en chatten. Zo is er dagelijks een breakout call, en hebben we voor de sociale contacten online coffee chats en social team calls.”

Het scheelt in de kosten en het is praktisch. „Het grootste voordeel is dat je mensen kunt aannemen die bij geen enkele andere unicorn kunnen werken omdat ze niet in een grote stad wonen. Ik heb een ontwikkelaar in Nieuw-Zeeland die volledig zelfvoorzienend is en zo goed als off the grid leeft – met uitzondering van een internetverbinding natuurlijk.”

Door dat decentrale werken, met mensen in 55 landen, kun je je afvragen of GitLab nog een Nederlandse unicorn is. „Het is in Nederland ontstaan, en ik heb nog steeds een huis in Utrecht dat ik openstel voor werknemers die in Nederland moeten zijn.”

Nieuwe klanten

GitLab kreeg vorig jaar een flinke impuls toen grote concurrent GitHub voor zo’n 7,5 miljard dollar door Microsoft werd gekocht. Organisaties die liever werken met een onafhankelijke partij, stapten daardoor over naar GitLab. „Dat leverde veel nieuwe klanten en zichtbaarheid op”, zegt Sijbrandij. De dag nadat de overname was aangekondigd, werden zo’n 250.000 projecten naar GitLab omgezet.

Die overname had nóg een gevolg: Alphabet, moederbedrijf van Google en concurrent van Microsoft, was ook geïnteresseerd in GitHub. Omdat de techgigant achter het net had gevist, werd GitLab des te interessanter. Met een paar andere investeerders stak Alphabet er 100 miljoen dollar in.

Van een overname, zoals GitHub overkwam, is vooralsnog geen sprake. Sijbrandij: „GitLab is voor het grootste gedeelte in handen van investeerders, dat is dus hun beslissing. Maar als bedrijf willen wij onafhankelijk blijven. Vandaar dat we al in 2015 zeiden dat we in 2020 naar de beurs willen.” Preciezer: op 18 november 2020.

„Een stip aan de horizon”, zegt Sijbrandij. „Dat het 2020 wordt, was duidelijk, maar de exacte dag is eigenlijk spontaan bepaald. Toen ik terug was in Nederland, vond mijn familie dat een mooie datum. Het zou de honderdste verjaardag van mijn opa zijn, naar wie ik ben vernoemd.”

Zo’n beursgang gaat ergens tegen de principes van open source in – gratis, samen, voor liefhebbers. Kan zo’n ideaal ook met aandeelhouders standhouden als die zien dat 90 procent van de klanten grátis gebruik van jouw product maakt?

„Wij hebben een aantal beloftes gedaan aan de opensourcegemeenschap”, zegt Sijbrandij. „We zullen nooit opeens geld gaan vragen voor gratis functies. Dat schept vertrouwen. GitLab is niet alleen een bedrijf, het is ook een samenwerking met honderdduizend organisaties.”