Romeins hout rot weg door geldgebrek

Archeologie Nederlandse archeologen doen veel bijzondere houtvondsten. Maar door bezuinigingen is er geen plek om die te conserveren.

Het stempel op een van de palen van de Romeinse weg. Er staat COH II CR (Cohors II Civium Romanorum).
Het stempel op een van de palen van de Romeinse weg. Er staat COH II CR (Cohors II Civium Romanorum). Foto provincie Zuid-Holland

In een loods bij Katwijk liggen meer dan 450 houten palen van een Romeinse weg uit de tweede eeuw na Christus. Enkele maanden nadat ze zijn opgegraven wachten ze in een soort bodybags nog steeds op conservering.

Ze zijn niet de enige als het om archeologisch hout gaat. Dat geldt onder meer ook voor de palen van een Romeinse moerasbrug die vorig jaar bij Leidsche Rijn zijn opgegraven. Verschillende experts maken zich zorgen. „In Nederland is op dit moment geen capaciteit om grote stukken archeologisch hout te conserveren”, zegt Ton Lupak van Restaura, gespecialiseerd in restauratie en conservering van archeologische voorwerpen.

In Nederland worden veel en bijzondere houtvondsten gedaan. Ze variëren van prehistorische kano’s, Romeinse platbodems en middeleeuwse koggen tot beschuttingen van middeleeuwse beerputten, prehistorische visfuiken en onderdelen van de Romeinse limes. Door de vochtige en van zuurstof afgesloten bodem zijn de vondsten goed bewaard gebleven.

Op een van de palen van de Romeinse weg, die in april is opgegraven, staat nog een stempel van de eenheid die de weg heeft aangelegd. „Zo’n stempel is nog nooit eerder in Nederland gevonden”, stelt Jasper de Bruin, conservator van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Het hout is waarschijnlijk afkomstig uit een speciaal kweekbos. De weg is rond het jaar 125 aangelegd. De moerasbrug bij Leidsche Rijn stamt uit dezelfde periode.

De Bruin wil voor een tentoonstelling volgend jaar niet alleen de paal met het stempel laten conserveren, maar ook tientallen andere palen.

Nederland had bijna twintig jaar een centraal punt waar grote stukken hout geconserveerd konden worden. Bij het NISA in Lelystad waren twee grote bassins met een totale inhoud van 58 kubieke meter en een sproeistraat om het hout nat te houden.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) heeft het instituut in 2017 wegens bezuinigingen gesloten. Er is een mogelijke noodoplossing: Restaura en een ander bedrijf, die nu allebei maar een paar kubieke meter kunnen conserveren, hebben offertes ingediend voor conservering met een tijdelijke PEG-installatie.

Alle experts zouden weer een instituut als het NISA willen. Batavialand, in 2017 ontstaan door een samenvoeging van de Bataviawerf en Nieuw Land Erfgoedcentrum, zou die rol willen vervullen. De instelling heeft het beheer van de maritieme rijkscollectie van het NISA overgenomen. Begin dit jaar heeft het met geld van de RCE en steun van Rijkswaterstaat een groot en mobiel warm PEG-bassin kunnen kopen. „Maar dat zit de komende twee jaar al vol”, vertelt Laura Koehler, specialiste maritieme materialen van Batavialand.

Voorlopig is het beter dat archeologen geen groot hout opgraven.