Over huid en haar

Ontmanteld Wat openbaart zich als je een bekend product demonteert? Deze maand een scheerapparaat van Philips.

Foto Peter Lipton

De begin dit jaar gelanceerde Series 7000 (adviesprijs 179,99 euro) is het eerste scheerapparaat van Philips dat met de consument communiceert. Sensoren registreren of de gebruiker het toestel op de meest efficiënte manier gebruikt en hoe huidirritatie is te voorkomen of opgelost kan worden. Door het apparaat te koppelen aan de bijbehorende app zijn de aanwijzingen op een telefoon te lezen.

Philips is marktleider voor apparaten die haar en huid van elkaar scheiden. Sinds de Nederlandse fabrikant daarmee in 1939 begon, heeft het al meer dan een miljard scheerapparaten, tondeuses, neustrimmers en ‘body groomers’ verkocht.

Nieuwe producten ontwikkelt het bedrijf in het Friese Drachten. Fysicus Freek Suijver leidt de 400 werknemers tellende innovatieafdeling van Philips Male Grooming. Oplossingen voor nieuwe consumentenwensen verzinnen, het kost al snel een paar jaar, zegt hij. Een vraagstuk waar Suijver en zijn collega’s nu aan werken, vloeit voort uit de hedendaagse gewoonte van veel mannen om zich niet meer dagelijks te scheren: hoe verwijder je een stoppelbaardje zonder dat het toestel de haren er met wortel en al uittrekt?

De zeventig onderdelen voor de Series 7000 komen uit twaalf Europese en Aziatische landen. De motor, batterij en printplaat zijn van Chinese makelij, de plastic onderdelen worden in Drachten gegoten. Robots in de Friese fabriek assembleren de onderdelen in groepen, en de eind-assemblage is handwerk; iedere tien seconden rolt een apparaat van de band.

Waar is de concurrentie jaloers op? De scheerkoppen, zegt Suijver [de drie metalen wieltjes met mesjes en kapjes net boven het midden van de foto]. „Het lijkt zo simpel, maar die onderdelen zijn op de micrometer nauwkeurig gedesigned. Daarvoor is enorme materiaal- en materiaalbewerkingskennis vereist. Andere fabrikanten hebben vaak geprobeerd onze mesjes te kopiëren. Tot nu toe is dat niet gelukt. Daar zijn we best trots op.”