Robert Zuidam en bariton/ ex-marinier Bastiaan Everink repeteren voor de opera Hercules

Foto Bram Petraeus

‘Je voelt hoe het was om op missie te gaan’

Soldatenopera Bariton en oud-marinier Bastiaan Everink zingt de hoofdrol in ‘Hercules’, de nieuwe opera van Rob Zuidam. Bijzonder: het verhaal is geïnspireerd op Everinks eigen ervaringen in Irak.

De eenakter Hercules gaat níét over de mythische Griekse held en zijn twaalf werken. De ondertitel wijst de weg: ‘a soldiers’ opera’. Bariton Bastiaan Everink, de gestaalde marinier die vermaard operazanger werd, zingt de hoofdrol, gebaseerd op zijn eigen ervaringen tijdens de Golfoorlog van 1991. Hercules, vernoemd naar het vliegtuig waarmee de troepen destijds naar Irak werden gebracht, is gecomponeerd door Rob Zuidam en gaat zaterdag in première in de NTR ZaterdagMatinee.

„De opera moest gaan over al die kerels die hebben meegemaakt wat ik heb meegemaakt”, vertelt Everink (1969) aan zijn keukentafel in Amsterdam, waar hij de hele partituur doorzingt en de verhalen achter het libretto vertelt – heftige, persoonlijke verhalen. „Hoe het voelt om in een helikopter te zitten en op missie te gaan. Omhuld door staal, als door een pantser. Bullets in je clip. Het geluid. Dertig mannen naast elkaar.”

Een soldatenopera, geen oorlogsopera – een ‘anti-oorlogsopera’ zelfs. Hercules wekt in vijf scènes de binnenwereld tot leven van een marinier die op missie gaat, een kameraad ziet sneuvelen, gewond raakt – door een mortierscherf in zijn keel, symbolisch nogal heftig voor een zanger. Rob Zuidam heeft die stadia zeer indringend verklankt, vertelt Everink, de energie, de geilheid wanneer hij aan zijn vriendin denkt, de wanhoop, de ademnood. Aan de gewonde soldaat verschijnt een vrouw, moeder-vriendin-engel, die hem tot rust brengt.

Gekwelde vrouwen

Rob Zuidam (1964) staat bekend om zijn portretten van sterke, gekwelde vrouwen. Die lijst is inmiddels behoorlijk lang, van miljonairsdochter Patty Hearst in Freeze (1994) via de enigmatische kluizenares Suster Bertken (2010) tot de taal-verloren protagoniste van Uwe leipe mastdramnis (2016). Voor het eerst sinds Adam in Ballingschap (2009) componeerde Zuidam in Hercules weer een mannelijke hoofdrol, en dat is hem goed bevallen: „Bastiaan heeft een dijk van een stem. Het is een genot om voor te schrijven. Je hoeft je geen zorgen te maken of de orkestratie te dicht is, hij komt er toch wel bovenuit.”

Ook Zuidam had ooit een close encounter met de dood, maar op een heel andere manier, vertelt hij in een Eindhovens café. In de jaren negentig leidde hij een ruig leven in New York, met heel veel drugs. „Mijn muziek leed eronder. Op zeker moment dacht ik: waar ben ik nou naar op zoek? En het antwoord was: de dood. Dat kon toch niet de bedoeling zijn, vond ik. Toen ben ik ermee opgehouden en teruggekeerd naar Amsterdam. Ik had dood moeten zijn, maar de muzen hebben mij op het rechte pad gehouden.”

Inmiddels woont Zuidam alweer veertien jaar met zijn gezin in landelijk België, waar de mensen hem „met rust laten” en hij zijn dagen wijdt aan in de tuin werken en componeren. Een „beginnend asceet” noemt Zuidam zichzelf, niet zonder zelfspot, en met een knipoog naar zijn fascinatie voor de woestijnvaders, die verschillende van zijn werken heeft beïnvloed. Er is overigens een verwantschap tussen monniken en militairen, volgens Zuidam. In hun „rigide discipline” en „wil tot zelfopoffering” lijken ze wel wat op elkaar. „Bovendien waren die woestijnvaders vaak vreselijk militante gasten die met een eigen legertje gingen brandschatten.”

Punkbandjes

Zo groot als de wederzijdse waardering is, zo verschillend zijn hun temperamenten. Zuidam speelde als tiener in punkbandjes, ontdekte via een platenhoes dat je muziek kon studeren en ging naar het conservatorium. Hans Werner Henze, een van de grootste Duitse operacomponisten van de vorige eeuw, zei tegen hem: jij moet een opera schrijven. „En hij zette een grote zak geld op tafel”, lacht Zuidam. „Dat gaf wel de doorslag, ja.”

Robert Zuidam en bariton/ ex-marinier Bastiaan Everink repeteren voor de opera Hercules Foto Bram Petraeus

Everink werd tijdens zijn eerste les aan het conservatorium in Enschede afgetikt toen hij een aria uit Wagners Der fliegende Holländer zong: „Je denkt toch niet dat jij ooit een Wagner-opera gaat zingen?” Inmiddels vertolkte Everink de hoofdrol al talloze malen, van Wiesbaden tot Mexico City. Volharding en onvoorwaardelijke loyaliteit, daar vaart hij op.

In zijn studietijd werkte Everink in een kledingzaak, waar hij een man met een hekel aan winkelen eens aan een veelzijdige set nieuwe pakken hielp.” Die tevreden klant bleek Kees Vlaardingerbroek, tegenwoordig programmeur van de NTR ZaterdagMatinee. De twee hielden contact en tientallen jaren later, na afloop van een Wagner-voorstelling waarin Everink als Klingsor diepe indruk op hem had gemaakt, zei Vlaardingerbroek: „Wij moeten een opera voor jou maken.”

Everink: „We gingen nadenken wie we daarvoor moesten vragen. Eigenlijk is er maar één componist die zoiets kan: Rob Zuidam. Libretto, vrouwenrol – Annemarie Kremer is zo’n fantastische zangeres, maar veel te onbekend hier. In vijf minuten hadden we ons verlanglijstje klaar. En iedereen zei meteen ja.”

De opera vóór Everink zou ook een opera óver Everink worden, althans: geïnspireerd op zijn bijzondere levensverhaal, opgetekend door NRC-muziekjournalist Joost Galema in het boek Strijdtoneel. Everink was marinier, kreeg een stevige mentale dreun tijdens een missie in Irak, hoorde per toeval een opname van Wagners Parsifal en wist: ik gooi het roer om. Ik word zanger. „Mijn pantser moest af”, zegt Everink.

Het libretto van Hercules is geschreven door de Vlaamse acteur Valentijn Dhaenens. Hij is „een van ons”, dacht Everink toen hij een eerdere soldatenvoorstelling van Dhaenens zag. Dhaenens bleek geen legerachtergrond te hebben, maar met zijn inlevingsvermogen wekte hij een militaire missie tot leven op een manier die voor Everink geloofwaardig was – en dat is zeldzaam. „Ik ben na afloop op hem afgestapt en heb hem mijn boek gestuurd. En toen het plan voor deze opera op tafel kwam, wist ik meteen: Valentijn moet het libretto schrijven.”

Hij kreeg gelijk: „Je zit meteen in het hoofd van de marinier. Je voelt hoe het voor mij was om op missie te gaan.” Ook Zuidam, die meestal zijn eigen libretti samenstelt, is enthousiast: „Bij die oude teksten die ik graag gebruik is het verhevenheid troef. Hier gebeurt juist heel veel tussen de regels door.”

Defend what’s most blessed and sacred’, zingt de hoofdpersoon in de tweede scène, wanneer hij met zijn ‘buddy’s’ op patrouille gaat. Dat is een sleutelzinnetje voor Everink: „Onze vrijheid, onze waarden verdedigen, om die reden ben ik ooit marinier geworden. En daar sta ik nog steeds achter. Ik verzet me tegen het stereotype van schietgrage, leeghoofdige soldaten. Het zijn kerels zoals ik, bezig met zingeving. Hoe laat ik de wereld beter achter dan dat hij is? Mariniers behoren tot de meest empathische mensen die ik ken. Mijn buddy’s van toen zijn nog steeds mijn makkers. Het Korps Mariniers is mijn belangrijkste leerschool geweest. Ik ben daar opnieuw geboren.”

Hercules, a soldiers’ opera door het Radio Fil. Orkest o.l.v. James Gaffigan in de NTR ZaterdagMatinee, 28/9 om 14.15u, Concertgebouw Amsterdam. Inl: nporadio4.nl