Zanger, gitarist en componist van Opeth, Mikael Åkerfeldt.

Foto Jonas Akerlund

Zanger Mikael Åkerfeldt van Opeth: ‘Het Zweedse erfgoed zit in ons verweven’

Interview Rockband Opeth brengt deze week hun dertiende album ‘In Cauda Venenum’ uit, zowel in het Engels als in het Zweeds. De stem van de vermoorde Zweedse premier Olof Palme speelt een rol op het album.

‘Ik maak me alleen maar zorgen om een van mijn katten, die heeft onlangs een ongelukje gehad en moet revalideren. Maar verder? Ik ben fucking happy.” Mikael Åkerfeldt, aan de telefoon vanuit Zweden, zit op de veranda van zijn huis in de buurt van Stockholm, met zijn eigen stukje land om zich heen, en is uitermate te spreken over zijn leven. „Een bos is het, eigenlijk. Prachtig. Ik heb bovendien een geweldige vriendin en twee fantastische dochters. Ik heb alle reden om elke dag te vieren.”

De zanger, gitarist en componist van rockband Opeth brengt deze week hun dertiende album In Cauda Venenum uit zowel in het Engels als - voor het eerst - in het Zweeds, en Åkerfeldt (45) doet een duizelingwekkend aantal interviews. Hij staat deze weken bij zo’n beetje elk metal- en rockmagazine op de cover, doet fotosessies, en heeft nu weer een dag lang internationale journalisten aan de telefoon. Je zou om minder chagrijnig worden, maar daarvan is bij de Zweed niets te merken.

Opeth werd opgericht in 1990, met Åkerfeldt als zestienjarig broekie nog op basgitaar. Bikkelharde metal was de missie, maar debuutalbum Orchid(1995) kreeg niet voor niets die mooie bloemennaam. Want binnen het grof geschut aan gierende gitaren, ratelende blastbeatdrums en Åkerfeldts machtige, kenmerkende grunts, bleek nog genoeg ruimte over voor akoestische gitaren, pianopartijen, mooie zang en ragfijne melodieën. En dat allemaal in nummers van zelden minder dan tien minuten.

Beluister de playlist Opeth in 20 songs:

Die dynamische aanpak bleef, ook toen op Heritage (2011) de extreme metal plots bij het oud papier bleek gezet en de doodsrochels en peilloze melancholie waren ingeruild voor heavy progrock, inclusief dartelende orgeltjes. Dat vervreemdde fans van het eerste uur, maar daar heeft Åkerfeldt altijd lak aan gehad. Met death metal, zo heeft hij de afgelopen jaren vaak verklaard, was hij gewoon klaar. En dat is prima, want na het verfijnde Pale Communion (2014) en het wat zakelijke Sorceress (2016) is In Cauda Venenum een heavy, hoogvliegend, weelderig en speels progrockjuweeltje.

Lees ook de recensie

●●●●●

van Pale Communion

„Wat het schrijven deze keer extra leuk maakte, was dat niemand wíst dat ik een album aan het schrijven was”, vertelt Åkerfeldt. Officieel had hij een periode vrij genomen, na het touren rond het vorige album. Even geen Opeth. Maar omdat hij het ineens niet kon laten om eens te checken of hij nog wel wist hoe het technisch ook alweer werkte, iets opnemen, stond hij toch in de studio en had hij voor hij het wist een album. „Het mooie was dat ik helemaal incognito kon werken, dat gaf veel vrijheid. Niemand belde me om te vragen hoe ver ik was, niemand vroeg wanneer we iets gingen opnemen, niemand wilde weten wanneer we ermee op tour zouden gaan. Iedereen liet me met rust.”

Olof Palme

Die rust, vrijheid en plezier hoor je terug op In Cauda Venenum, waarop Opeth zich uitstrekt van bombastische rock tot ingetogen folk, volle strijkorkestraties, donkere doom en heavy metal - er staat zelfs een schaamteloze powerballad op: ‘Minnets Yta’ (‘Lovelorn Crime’). In ‘Banemannen’ (‘The Garroter’) hoor je jazzy passages met orgel, violen en een met kopstem pa-dam-di-dammende Åkerfeldt. ‘De Närmast Sörjande’ (‘Next of Kin’) is soms zwaarder dan de band in jaren was, maar heeft ook een uiterst teer stukje akoestische gitaar waar je bijna niet naar durft te luisteren, uit angst dat het vervliegt.

Opvallend zijn de samples op dit album, die hoorde je nooit zo prominent bij ze. Je hoort stukjes uit een Zweedse jaren zeventig poppenserie, stadsgeluiden, babbelende kinderen en een nieuwjaarstoespraak van de in 1986 vermoorde Zweedse premier Olof Palme, die in Stockholm van dichtbij door het hoofd werd geschoten - een nooit opgeloste zaak. Åkerfeldt: „Er is een Zweden voor die moord, en een Zweden erna. Ik kan het me nog goed herinneren. Ik was een jaar of twaalf, en we waren in het noorden aan het skiën. We zaten in de auto en er was alleen maar treurige muziek op de radio, daar begreep ik niets van. Waar was de leuke muziek? Toen werd aangekondigd dat Olof Palme dood was. Ik herinner me dat we dachten dat zoiets gewoon niet kon gebeuren in Zweden. Het land verloor zijn onschuld.”

Hij zocht niet gericht naar iets van die politicus, maar koos die wel omdat Palme, net als hijzelf, sociaal-democraat is. „Ik hou er eigenlijk niet van om te praten over politiek. Dat is privé, ook al heb ik echt geen controversiële standpunten. Het speelde ook niet altijd een grote rol in mijn leven. Mijn ouders en grootouders hadden wel altijd heel levendige, bijna gewelddadige discussies over politiek toen ik klein was, maar toen ik zelf mocht gaan stemmen, bleef ik lang ongeïnteresseerd. Ik vervulde m’n plicht en stemde dan maar op de meest charismatische politici. Maar dat is met de jaren veranderd. Ik ben nu overtuigd sociaal-democraat, net als mijn ouders en hun ouders. Dus nou ja, als ik dan toch een politicus op het album zet, dan iemand in wie ik geloof.”

De aanwezigheid van de stem van Palme maakt het album extra Zweeds. En dat was dit voor het eerst in jaren in eigen land opgenomen album al. „Dat is toeval hoor”, zegt Åkerfeldt. „Ik bedoel, we zíjn Zweeds. Met uitzondering van onze in Uruguay geboren bassist, maar die is genaturaliseerd dus ook Zweeds. Ik denk dat het Zweedse erfgoed in ons verweven zit, zowel op persoonlijk als op cultureel vlak. En de volksmuziek zit in mijn dna, dat hoor je al op onze eerste albums. Maar ik ben echt geen enorme patriot of zo, het is niet zo dat ik graag dat erfgoed wil bewaken en uit wil dragen. Het is meer een kwestie van: waarom niet? Het was een creatieve keuze.”

Die Zweedse teksten, daar wil hij ook niet meer van maken dan het is. Gewoon een ideetje, een inval terwijl hij zijn kinderen naar school bracht. „In mijn Volvo 240, een Zweedse auto ook nog”, zegt hij lachend. „Ik dacht, zal ik het gewoon eens proberen, muziek schrijven in mijn eigen taal? Dat had ik nog nooit gedaan. Het werkte veel natuurlijker dan ik van tevoren had verwacht.” Vonden de andere bandleden dat ook? „Nou ze gingen me niet high-fiven of zo. Niemand riep uit: ‘You’ve nailed it buddy!’ Nee, ze vonden het prima. Weet je, volgens mij hoorden ze het pas na een paar nummers. Toen ging er eentje rechtop zitten die zei: ‘wacht even, is dit Zweeds?’ En ik zei: ‘jep… dit is Zweeds’. Het was voor ons niet echt een groot, revolutionair ding.”

„Die Engelse versie is een interessantere kwestie”, zegt hij grinnikend. Het album was al af, toen Åkerfeldt op het laatste moment besloot al zijn zangpartijen nog eens op te nemen, maar dan in het Engels. Wie het album koopt kan nu kiezen voor een van de twee talen. „Ik geef meteen toe: dat heb ik puur uit onzekerheid gedaan. Ik was zo ontzettend blij met de muziek dat ik dacht: fuck zeg, het zou zo zonde zijn als mensen dit album overslaan omdat ze de teksten niet begrijpen. Ik zie mezelf graag als onbevreesd als het om mijn muziek gaat en dat ik precies doe wat ik zelf wil, maar eigenlijk ben ik gewoon een schijterd. Ik vind de Engelse versie overigens erg goed hoor, maar niet zo goed als de Zweedse.”

Het Zweeds hielp hem als tekstschrijver wat persoonlijker te schrijven, denkt hij, omdat hij zich niet kon verstoppen achter mooie woorden. „Dat deed ik in het verleden wel. Vooral de oude Opeth-albums staan vol teksten die, als ik heel eerlijk ben, weinig tot geen inhoud hebben. Maar ook latere albums als Ghost Reveries, Deliverance, Damnation… ik heb geen idee waar de meeste songs op die albums over gaan. Ik vind het ook niet nodig dat ze inhoud hebben hoor. Van sommige van mijn favoriete platen begrijp ik ook niet waar ze over gaan. Als iemand mij bijvoorbeeld zou willen uitleggen waar het grote concept achter Dark Side of the Moon van Pink Floyd op slaat hoor ik het graag, ik heb geen flauw idee, terwijl ik er wel een miljoen keer naar heb geluisterd.” Berustend zegt hij: „Weet je, uiteindelijk luisteren mensen zo’n album in de auto, in de trein, als ze aan het joggen of skiën zijn of wat dan ook, en bepalen ze zelf wel wat de muziek en de teksten voor hen betekenen. Mijn mening is dan niet zo relevant.”

Over meningen gesproken, Åkerfeldt heeft twee puberdochters, vijftien en twaalf, die op het nieuwe album een klein rolletje hebben. Wat vinden zij van Opeth? „Nou, ze vinden het niet zo boeiend, als ik eerlijk ben. Ze vinden dat ene nummer leuk waar ze in te horen zijn, maar tegelijk schamen ze zich voor hoe hun stem klinkt. Verder luisteren ze alleen maar naar Billie Eilish en hiphop, jammergenoeg. Ik haat hiphop.”

Hij zegt het met gespeelde walging. „Maar misschien zijn ze stiekem toch een klein beetje trots, want mijn oudste zei laatst dat ze voor school een werkstuk moet maken over een artiest, en dat ze daarvoor mijn band heeft uitgekozen. Daar word ik heel erg gelukkig van.”

In Cauda Venenum komt op 27/9 uit. Opeth speelt op 5/11 in TivoliVredenburg, Utrecht. Inl: tivolivredenburg.nl