Opinie

Een onzuiver debat over artikel 23

Lotfi El Hamidi

Artikel 23 blijft de gemoederen bezighouden. In de aula van het Edith Stein College in Den Haag stonden maandagavond fractievoorzitters Gert-Jan Segers en Klaas Dijkhoff van respectievelijk ChristenUnie en VVD tegenover elkaar. Een debat over ‘de dilemma’s en kansen van artikel 23’, zo werd aangekondigd.

„We moeten de discussie zuiver voeren”, zei minister Arie Slob (Onderwijs, CU) vorige week in een interview met NRC over artikel 23. Zuiver kon je de discussie tussen Segers en Dijkhoff in ieder geval moeilijk noemen. Bewust of onbewust werden uiteenlopende kwesties op één hoop gegooid. Zo ging het consequent over ‘salafistisch onderwijs’, waarbij steeds werd verwezen naar de onthullende uitspraken over ongelovigen uit het onderzoek van NRC en Nieuwsuur. Alleen: dat ging over informeel onderwijs. Dijkhoff en Segers deden allebei voorkomen alsof het regulier islamitisch onderwijs zich daaraan schuldig had gemaakt.

(Overigens bestaan er in dit land geen bijzondere scholen die zich baseren op salafistische grondslagen, maar dat terzijde.)

Zo was er wel meer ruis waardoor ik me niet aan de indruk kon onttrekken dat de discussie niet zozeer over de inhoud van artikel 23 ging, maar over aanhangers van een zekere religie die daar nu een beroep op doen. Toen het artikel een eeuw geleden tot stand kwam was dat een afspraak tussen liberalen, socialisten en christenen. Impliciet werd er maandagavond gezegd: die ‘nieuwkomers’ kunnen niet met onze vrijheden omgaan.

Zo kon Dijkhoff zich niet voorstellen dat een goed geïntegreerde moslim die hier leeft een islamitische school zou willen stichten. Want „er zijn heel veel bijzondere en openbare scholen […] waar je als islamitisch kind welkom geheten wordt en prima onderwijs kunt genieten”. Als die behoefte er wél is, vervolgde Dijkhoff, „dan is de kans groter dat je orthodoxer bent, want waarom zou je een eigen school willen beginnen?”

Hier had Segers het principieel moeten opnemen voor zijn islamitische medelanders, want uitgerekend hij zou die behoefte naar onderwijs op basis van eigen levensovertuiging moeten begrijpen. Zelf presenteerde hij zich meermaals als lid van een religieuze minderheid in een geseculariseerd land, en verwees hij naar zijn tijd in Egypte waar hij de druk van een islamitische meerderheid op een christelijke minderheid ervoer. Waarom gaan bij Segers de alarmbellen niet af?

„Ik ervaar nu wat mijn voorgangers waarschijnlijk ook hebben ervaren”, zei onderwijsminister Slob tegen NRC. „Mensen die volop in de schoolstrijd zaten. Die is gepacificeerd, maar de discussie is nog steeds dezelfde.”

Maar de discussie is niet dezelfde. Het is nu vooral een stok om Nederlandse moslims mee te slaan. Als ‘lid van een minderheid’ zou Segers daar wat alerter op mogen zijn.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl @Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.